Nu is een goed moment om een Storage-Area Network aan te schaffen. Gigabytes worden goedkoper, ze worden steeds sneller en de betaalbare systemen krijgen functies die voorheen alleen voor de grote jongens waren weggelegd. Storagesystemen bestaan normaal gesproken uit drie logische onderdelen die als geheel worden geleverd, of apart per stuk: een chassis,een fysieke controller die de schijven laat communiceren met het opslagprotocol en software voor het beheer van het systeem. Er zijn vele mogelijkheden, zo kan het chassis tussen de twaalf en 48 schijven herbergen waarbij je ook nog kunt kiezen tussen SAS, SATA, Fibre Channel of SCSI. Controllers ondersteunen RAID op meerder niveaus, en leveranciers kunnen kiezen om Fibre Channel of Ethernet of zelfs beide te ondersteunen.

De vier systemen

Wij hebben gekeken naar vier systemen die samen een dwarsdoorsnede vormen van wat je ongeveer kunt verwachten op de middenmarkt voor SAN-apparatuur. (Klik op de namen voor een Engelstalige installatierapport en algemene indruk)

- Compellent Storage Center 4.0 is met een prijskaartje van iets minder dan 70.000 dollar duidelijk de duurste van het viertal. Compellent ondersteunt zowel Fibre Channel als Ethernet.

- Dell/EqualLogic PS 4000 is een puur iSCSI-systeem voor 17.000 dollar

- HP StorageWorks 2000sa G2 Modular Smart Array doet alleen Fibre Channel, en kost 13.000 dollar

- En als laatste is er het doe-het-zelfpakket Promise Technology vTrak E610f in combinatie met Datacore SANMelody 3.0 software, een Fibre Channel en Ethernet-build voor minder dan 10.000 dollar.

Je kunt tegenwoordig veel verwachten van SAN-systemen, zoals een eenvoudige setup en snelle integratie in je bestaande omgeving. De high-end functies die we gewend zijn van Fibe Channel-systemen zijn toegankelijk geworden voor de middelgrote systemen die wij hier hebben getest.

Sterker, de relatief goedkope Promise/Datacore-combinatie biedt niet alleen alle functies van geavanceerde maar duurdere producten, het integreert ook nog eens met VMware en biedt het een en ander dat duurdere tegenhangers wel op hun roadmap hebben staan maar nog niet hebben geïmplementeerd.

Dus waarom zou je iets duurders aanschaffen? Dat is vooral tegen de zenuwen. Promise/Datacore kent bijvoorbeeld geen geïntegreerde ondersteuning of zelfs maar een garantie.

Je moet de onderdelen bovendien afzonderlijk aanschaffen: het systeem, de schijven, een server om de Datacore-software op te draaien en de verschillende infrastructurele onderdelen (switching, bekabeling) moet je vervolgens zelf bij elkaar brengen. Als je het niet direct zelf aan de praat krijgt, zullen de ten minste zes verschillende leveranciers elkaar geheid de schuld geven. Als je niet precies weet wat je doet, ben je bijvoorbeeld al snel bezig met het aankoppelen van SATA-schijven die eigenlijk helemaal niet geschikt zijn om in een RAID-array te draaien. Optimalisatie is ook niet bepaald eenvoudig. Bij een compleet systeem heb je de zekerheid dat de verschillende componenten op elkaar zijn afgestemd.

Deze systemen zijn geen direct concurrenten. Ze zijn gericht op verschillende onderdelen van de storagemarkt. Daarnaast biedt iedere leverancier een breed scala aan configuraties die variëren van eenvoudig tot zeer geavanceerd met vele functies.

Breed

Met deze test tonen we hoe breed de keus in functies en prestaties ongeveer is. Als je bijvoorbeeld op zoek bent naar een eenvoudige, goedkope iSCSI-oplossing, dan kun je een EqualLogic-systeem met acht drives krijgen voor rond de 10.000 dollar. Een high-end systeem van dezelfde leverancier, op basis van dezelfde technologie, kan echter oplopen tot rond de 100.000 dollar of zelfs meer. De andere leveranciers bieden vergelijkbaar verschillende opstellingen.

Met 'meer functies' hebben we het niet alleen maar over storage redundancy of nog betere prestaties. We hebben het dan ook over zaken als automatische snapshots en synchrone of asynchrone replicatie, die de plaats in kunnen nemen van vergelijkbare (dure) add-ons voor bijvoorbeeld VMware of Hyper-V.

Met deze SANs in de middencategorie kun je gegevens van draaiende VMs eenvoudig overbrengen naar backuplocaties en deze snel inschakelen in geval van nood, zonder dat je per server betaalt. Als je VMware gebruikt voor het testen of het duwen van servers naar grote groepen gebruikers, dan wordt dat flink vereenvoudigd met de mogelijkheid om VM's te klonen.

Het kiezen van een storagesysteem is niet eenvoudig. Eisen die je stelt willen dikwijls veranderen, niet alleen als het gaat om de hoeveelheid ruimte, maar ook het aantal functies, prestaties, disaster recovery of hoogbeschikbaarheid zijn factoren die je gaandeweg wilt toevoegen. Je kunt ook denken aan het omvormen van testomgeving naar productieomgeving. Je moet dus niet alleen kijken naar wat het systeem nu al kan, maar wat het eventueel zal moeten kunnen in de toekomst en de groeimogelijkheden die daarmee samenhangen.

Bron: Network World Bron: Techworld