Storage management is een complex onderwerp, en de hardware en software die je het beste kunt kiezen hangt volledig af van de manier waarop je je storage gebruikt. Storage voor back-ups moet bijvoorbeeld voldoende capaciteit hebben, maar hoeft niet per se snel zijn, tenzij er beperkingen zijn op de tijd om de herstelling uit te voeren. Zelfs het optimale bestandssysteem hangt er van af van of je vooral kleine of grote bestanden opslaat.

Toch zijn er wel een aantal algemene trends en 'hot topics' te vinden waar iedereen over zou moeten kunnen meepraten. We spraken hiervoor met Koen Segers, storage consultant bij de IT-dienstenleverancier Computacenter en een expert op vlak van storage management. Hij is vooral bezig met datacenterinstallaties.

Vooruit kijken

Goed storage management is vooral belangrijk op momenten dat er iets verandert aan je storagevereisten, in het bijzonder wanneer je meer capaciteit of performance nodig hebt. Om problemen te vermijden, is het volgens Segers belangrijk dat je jezelf nog vóór de aankoop van je eerste storagesysteem afvraagt hoe je opslagcapaciteit zich moet ontwikkelen. Daarbij moet je dus een goed idee hebben hoe groot je behoeften nu en in de toekomst zijn. Vervolgens moet je een opslagtechnologie die deze ontwikkeling kan volgen.

“Als wij een klant bezoeken, bekijken we hun huidige infrastructuur, welke applicaties ze gebruiken, welke technologie ze hebben, of het een Windows- of Linux-omgeving of gemengd is, enzovoort”, vertelt Segers. “Vaak komen ze naar ons omdat ze een specifieke klacht hebben over hun storage, bijvoorbeeld omdat het te traag is, maar in veel gevallen is het voor de klant zelf nog niet duidelijk wat ze willen.”

Limieten van je systeem

Er zijn twee strategieën om storage uit te breiden: scale-up en scale-out. “Bij scale-up koop je als je je initiële opslagsysteem wil uitbreiden extra racks met schijven, en die voeg je toe aan je huidige systeem. Maar de vraag is hoever je deze uitbreiding kan voorzien? Als je immers vanaf het begin niet ver genoeg vooruitkijkt, bereik je bij latere uitbreiding van je storage al snel de limieten van je initiële hardware.

Er zijn bijvoorbeeld limieten op het aantal harde schijven die door controllers aangestuurd kunnen worden, maar ook op de doorvoersnelheid (in aantal I/O-operaties of megabytes per seconde). Als je meer capaciteit nodig hebt dan het maximale aantal harde schijven toelaat of als je een database wilt draaien die een hogere doorvoersnelheid nodig heeft, dan zit je aan de limieten van je systeem. Met scale-up kun je niet blijven uitbreiden.'

Als je initiële opslagsysteem zijn limiet heeft bereikt en je moet alsnog uitbreiden met de scale-up-strategie, dan zijn de oplossingen echt lapmiddelen, vindt Segers: “Je kunt bijvoorbeeld een extra opslagsysteem naast je initiële systeem plaatsen en dan gewoon ieder departement opslag op één van beide systemen geven. Maar dan staan de directory’s voor het sales-departement bijvoorbeeld op schijf 1 en die van marketing op systeem 2. Of je kunt overschakelen naar een nieuw groter opslagsysteem en alle bestanden van het initiële systeem naar het nieuwe migreren. Beide oplossingen brengen echter risico's en praktische problemen met zich mee.”

Scale-out

Een andere manier om uitbreiding van opslag aan te pakken is scale-out, waarbij je je storage clustert. “Het voordeel hiervan is dat je gewoon dozen erbij zet, en die spreken met elkaar. Deze meerdere storagesystemen doen zich naar buiten toe voor als één storagesysteem. Hierdoor kun je eenvoudig klein beginnen en telkens als je behoeften groeien meer storage toevoegen.” Scale-out is volgens Segers wel nog een vrij nieuwe strategie, en er zijn nog niet veel storagefabrikanten die systemen met scale-out aanbieden: “We zien bij onze klanten wel dat de grotere omgevingen naar scale-out evolueren.”

Op zich is een scale-out-strategie niet complexer dan scale-up, en ook niet per se duurder. Maar het moeilijke is dat systeembeheerders minder voeling hebben met waar welke gegevens staan. “Voor eindgebruikers heeft het niets dan voordelen, want ze hebben minder snel te maken met beperkingen op het vlak van het aantal bestanden of de grootte van bestanden”, stelt Segers.

Automatic tiering

Maar storage management is niet alleen belangrijk tijdens veranderingen. Zo noemt Segers als belangrijk instrument nog 'automatic tiering': het automatisch meest optimaal bedienen van bestanden naar je gebruikers. “Je bestanden worden dan automatisch naar een SSD, SATA-schijf of SAS-schijf gemigreerd, afhankelijk van hun toepassing. En de eindgebruiker ziet hier niets van. Zo kunnen we bijvoorbeeld op het einde van de maand, wanneer de boekhouding facturen snel moet kunnen verwerken, die bestanden naar snelle storage migreren. Terwijl ze de rest van de maand op tragere storage staan en we andere bestanden naar de snelle storage migreren.”

Bij automatic tiering is er geen downtime en geen expliciete migratie nodig, want dat ligt nogal gevoelig bij gebruikers: “Mensen zijn bang dat hun systeem down gaat bij een verandering en dat ze tijdelijk geen toegang meer hebben tot hun bestanden. Maar dankzij automatic tiering hoeven ze zich hier geen zorgen over te maken: de beheerder regelt alles en de eindgebruiker hoeft niet te weten waar zijn bestanden nu precies staan.”

Virtualisatie en replicatie

Een derde belangrijke trend is volgens Segers dat storage tegenwoordig meer en meer geïntegreerd wordt met virtualisatiesoftware zoals VMware of Microsoft Hyper-V. Thin provisioning speelt daar bijvoorbeeld een rol in: je kunt aan tien virtuele machines elk een virtuele harde schijf van 100 GB aanbieden, waarvan elke virtuele machine misschien maar 20 GB gebruikt. Dankzij thin provisioning heb je daarvoor niet per se 1 TB aan fysieke opslag nodig.

Een vierde belangrijke trend is replicatie, wat gebruikt wordt om storingen op te vangen. En het is ook belangrijk voor virtualisatie. “Bij elke schrijfopdracht naar een schijf wordt dan dezelfde schrijfopdracht ook naar een andere schijf gestuurd, in het ideale geval in een ander datacenter. In geval van een ramp zijn alle gegevens dan direct weer opvraagbaar van die kopie in het andere datacenter. We merken bij onze klanten dat dit meer en meer gedaan wordt.”

Netwerk en storage

Segers merkt tot slot op dat het netwerk belangrijker en belangrijker wordt in de context van storageproblematiek: “Als je storage goed wil aanpakken, moet je ook kennis hebben van het netwerk. Gebruikt men bijvoorbeeld 1 Gbit, 10 Gbit, Fibre Channel over Ethernet?

“Vroeger was de storageomgeving volledig gescheiden van de netwerkomgeving”, zegt Segers, “en dat begint meer en meer naar elkaar toe te groeien. We merken dat beide domeinen andere technologieën en andere terminologie hebben, maar ook andere mensen: de netwerkbeheerder versus de storagebeheerder. De laatste tijd valt het ons op dat we regelmatig een klant gaan helpen met zijn storage en dat we hem dan ook op vlak van netwerkkennis moeten bijstaan om zijn storageproblematiek correct te kunnen oplossen.”