Platformen om elkaar even een berichtje te sturen komen en gaan. Hoewel genoemde communicatiemiddelen voor directe én groepscommunicatie via IP niet meer de populariteit van weleer kennen, zijn ze nog steeds in trek bij diehard liefhebbers. Dit zijn vijf klassieke methodes waarop we elkaar vóór WhatsApp berichtjes stuurden.

1. IRC

Voor er mobiele telefoons (laat staan smartphones) op de markt kwamen, zochten we ons heil om zo snel mogelijk berichten over te brengen bij IRC (Internet Relay Chat). Dit open internet-protocol was bedoeld voor groepscommunicatie, maar liet personen ook 1-op-1 met elkaar communiceren.

IRC werd al in 1988 uitgevonden en werd daarmee al sinds het vroege bestaan van het internet onderdeel van de applicatielaag waartoe ook protocollen als DNS, FTP, HTTP, SMTP en Telnet behoren.

De populariteit van IRC piekte rond 2003 met wereldwijd tien miljoen gebruikers. Geschat wordt dat er nu nog zo'n 400.000 mensen van de praatdienst gebruikmaken. De meest gebruikte client voor Windows was en is nog altijd mIRC, al zijn er tegenwoordig ook diverse IRC-apps voor mobiele platformen als Android en iOS beschikbaar.

Bovendien zijn er ook websites die gebruik maken van een ingebouwde Flash, HTML(5) of Java(script)-client waardoor je helemaal geen software meer hoeft te downloaden.

2. ICQ

1996 is alweer dik twintig jaar geleden, maar ook het toen uitgebrachte ICQ mag zich nog tot één van de pioniers in de begindagen van het wereldwijde web rekenen. Het Israëlische bedrijfje Mirabilis speelde handig in op de populariteit en het gebrek aan een aantal features van IRC door een client te ontwikkelen die vooral gericht was op één-op-één communicatie en in gebruiksgemak IRC overtrof.

ICQ was de eerste stand-alone instant messenger en baande de weg vrij voor latere clients als Yahoo Messenger, AOL Instant Messenger (zie volgende pagina), Gtalk/Hangouts en MSN. Gebruikers die zich registreerden kregen een uniek nummer toegewezen waarmee anderen op het netwerk gevonden konden worden en konden elkaar offline berichten toesturen en emoticons gebruiken; zaken die standaard in IRC niet mogelijk waren.

Op het hoogtepunt in 2001 kende ICQ zo'n 100 miljoen gebruikers, maar in 1998 zag internetgigant AOL dat al aankomen en kocht het de dienst voor in totaal ongeveer 400 miljoen dollar. Fans zeggen dat de client sindsdien rap achteruit holde. Er werden door de jaren heen heel wat handige features toegevoegd. Op een gegeven moment konden gebruikers zelfs gratis met elkaar smsen, maar, zoals het met veel van dat soort programma's gaat, de populariteit nam af doordat het pakket log werd. Het uitbrengen van een uitgeklede versie (ICQ Lite) hielp ook niet echt en er is nu nog maar een klein groepje (voornamelijk Russische gebruikers) actief. (In 2010 werd ICQ overigens weer voor 187,5 miljoen dollar van de hand gedaan aan Digital Sky Technologies, die het programma nu nog steeds aanbiedt.)

3. AIM

Hoewel dit een typisch Amerikaanse toepassing was, had menig Nederlander in de tweede helft van de jaren 90 de Instant Messenger van AOL, simpelweg omdat we niet alleen met landgenoten communiceerden. Op de redactie moesten we enigszins nostalgisch denken aan AIM in de jaren 90 toen deze maand bekend werd dat het chatplatform werd beëindigd.

Een aantal Webwereld-redacteuren had in die tijd ICQ, AIM en nog enkele andere platforms, gewoon om iedereen te kunnen bereiken. Tussen 2000 en 2010 volgde veel meer consolidatie en tegenwoordig gebruikt (bijna letterlijk) de halve wereld WhatsApp en is het niet nodig om een heleboel verschillende berichtenapps tegelijk te draaien, zodat Skype, Viber, WeChat, Messenger, WhatsApp, Allo, en wat dies meer zij allemaal om aandacht jengelen.

AIM werd groot in de VS omdat het de standaardchatclient was voor de gebruikers van de in het begin van het internettijdperk sterk groeiende provider. Net als in Nederland met AOL-dochter CompuServe, kregen gebruikers onder meer modemsoftware op geleverd cd-rom en daarmee werd ook meteen de Instant Messenger geïnstalleerd.

De laatste jaren nam het gebruik flink af en het was dan ook niet verrassend dat de applicatie binnenkort verdwijnt - onderhoud en serverruimte zijn immers niet gratis. Slecht nieuws voor gebruikers is dat het hele platform verdwijnt en daarmee ook de buddy-lijst in het niets verdwijnt. Mensen die de applicatie nog wel gebruiken, hebben nog een paar maanden om e-mailadressen te noteren om hun vrienden nog te kunnen bereiken.

4. MSN Messenger

In 1999 besloot Microsoft een instant messaging client voor Windows te ontwikkelen met de naam MSN Messenger, verwijzend naar de eigen MSN-portals die het wereldwijd had en als startpagina instelde voor de Internet Explorer browser.

MSN blonk vooral uit in gebruiksgemak en eenvoud. In de vroege versies was er buiten berichtenverkeer tussen andere gebruikers met een .NET Passport (in de praktijk veelal een Hotmail-adres) niet veel mogelijk. Pas in 2001 voegde Microsoft groepsberichten, bestandsoverdracht, VoIP en een uitgebreide set emoticons aan de client toe.

Vanwege de koppeling met Hotmail, Windows en Internet Explorer werd de dienst in Nederland al snel populairder dan het wat minder gebruiksvriendelijke ICQ en het meer op de Verenigde Staten georiënteerde AIM van AOL. Op het hoogtepunt in 2007, net voor het populair worden van smartphones en sociale netwerken, logde 81 procent van de Nederlandse jongeren dagelijks in bij het chatprogramma. Liefst 90 procent gebruikte het regelmatig.

MSN Messenger werd in 2005 omgedoopt in Windows Live Messenger, maar bleef in de volksmond steevast 'MSN' genoemd worden. Na de acquisitie van Skype in 2011 voegde Microsoft beide diensten samen en trok het begin 2013 officieel de stekker uit de dienst.

5. BlackBerry Messenger (BBM/Ping)

Er was een tijd dat Research In Motion (RIM) een groot marktaandeel had met diens BlackBerry's. De messenger wist in 2005 niet alleen de zakenwereld, maar ook jongeren aan zich te binden. Het was een goedkope manier om met elkaar te chatten via de smartphone (smsen was nog een dure aangelegenheid). Gebruikers konden elkaar toevoegen door PIN-codes uit te wisselen.

Je moest alleen wel een Blackberry-smartphone hebben en aangemeld zijn op het BlackBerry-netwerk van je provider. Die rekenden daar meestal extra voor, toch was het nog steeds goedkoper dan het sturen van een sms'je en het platform had dan ook een grote meerwaarde voor het Canadese bedrijf. Toenmalige CEO Jim Balsillie wilde het platform openstellen in 2010 voor andere besturingssystemen, maar daar stak het RIM-bestuur een stokje voor.

Onder meer door de komst van Whatsapp en de dalende populariteit van de Blackberry-toestellen nam het gebruik van de Messenger snel af. BlackBerry (Research In Motion's nieuwe naam) probeerde het tij in 2013 alsnog te keren door de dienst ook beschikbaar te maken op iOS en Android-telefoons, maar dat mocht toen niet meer baten.