Maar het kan ook anders: waarom het groene landschap verpesten met een zielloos gedrocht van beton en plexiglas als je ook bestaande gebouwen kunt gebruiken? Wij zetten vijf voorbeelden van hoe het ook kan op een rijtje.

Voor als de bom valt

Zo'n dertig meter onder het centrum van Stockholm staat 1100 vierkante meter aan modern datacentrum druk te zoemen in een voormalige atoombunker. De ruimte is van Bahnhof, een van de grootste ISP's van Zweden, en luistert naar de naam Pionen White Mountains. Ja, dat is een verwijzing naar het militaire verleden van installatie, en doet meer denken aan de basis van een James Bond-schurk dan aan een datacentrum.

De servers staan er in ieder geval in fysieke vorm veilig: de deuren zijn een slordige 40 centimeter dik en van staal. Daar komt, als het goed is, zelfs geen waterstofbom doorheen.

Pionen vormt het technische nexus van Bahnhof, en biedt ook een hostingcentrum als co-locatie. 1,5 MegaWatt aan koeling van servers met ventilatoren met Balticmore Aircoil moet genoeg bieden om een paar honderd rackssystemen te bedienen van frisse lucht. Het netwerk is driemaal redundant, met glasvezel en extra koperen kabels voor als het misgaat. De backup-stroom wordt geleverd door twee Maybach dieselmotoren die ook in onderzeeërs worden gebruikt. De motoren zijn zelf natuurlijk niet uit een onderzeeër gehaald, ze zijn alleen hetzelfde model. Dat heeft de makers er niet van weerhouden om voor de grap duikboot-hoorns te installeren als waarschuwingssysteem.

Om het werken onder de grond iets te veraangenamen, hebben de ontwerpers aan dingetjes gedacht als gesimuleerd daglicht, plantenkassen, watervallen en een 2600-liter zoutwater-vissentank.

Heel groen kun je dit datacentrum niet noemen. Niets wijst op een efficiënt gebruik van middelen, terwijl duikbootmotoren en reuzenaquaria meer rieken naar 'gimmick' dan naar duurzaamheid. Maar Bahnhof heeft zijn datacentrum ook nooit neergezet alszijnde 'groen'.

Ongebruikt Nucleair Genot

De Duitse webhoster 1&1 is bezig met een project om een nooit gebruikt complex in Hanau voor het vervaardigen van nucleaire brandstof om te vormen tot een datacentrum met honderdduizend servers op 10.000 vierkante meter. Het gebouwencomplex New MOX werd eind jaren 80 gebouwd voor het vervaardigen van gemengde oxidestaven uit verrijkt uranium en plutonium. De locatie werd nooit in gebruik genomen, en eind 1995 besloot eigenaar Siemens om de ruimte op te geven. Maar het is pas twee jaar geleden dat het terrein werd gevrijwaard van wetgeving rond nucliaire installaties, zodat 1&1 de boel kon kopen.

Behalve dat een uitstekend gebouwencomplex weer goed wordt gebruikt, heeft de webhoster beloofd om het datacentrum zo groen mogelijk te maken. Zo zal het complex alleen gebruik maken van elektriciteit opgewekt uit duurzame bronnen, iets dat 1&1 trouwens doet met al zijn datacentra. Ook zal de faciliteit gebruik maken van de buitenlucht voor koeling, zo zegt CEO Oliver Mauss van het bedrijf. De servers zullen allemaal energiezuinig zijn, zo belooft hij ook.

Het datacentrum zal middelen bieden voor cloud computing. New MOX zal eind dit jaar in gebruik worden genomen.

Modern antiek

Een bijna eeuw oude drukkerij lijkt niet de meest logische plek om een datacentrum van de 21e eeuw in neer te zetten, om maar te zwijgen van een groen datacentrum.

Toch is Digital Realty Trust namens een niet nader genoemde Fortune 500-klant erin geslaagd om een deel van de R.R. Donnelly-drukkerij uit 1917 om te toveren tot 's werelds eerste LEED (Leadership in Energy and Environmental Design) Gold-gecertificeerde datacentrum.

Het certificeringssysteem komt van de Amerikaanse Green Building Council, en bevordert een complete aanpak van gebouwen op basis van vijf principes voor duurzaamheid en leefbaarheid: duurzame projectontwikkeling, waterbesparing, energiebesparing, materiaalkeuze en de luchtkwaliteit binnen.

Het bijna 1900 vierkante meter grote vloeroppervlakte is verhoogd, en biedt 4000 kilowatt aan ict-werklast. Om de LEED-waardering te bemachtigen moest het complex zo effectief mogelijk worden gebruikt. Dat vereiste uitgebreide planning van tevoren, zodat alle systemen zijn ontworpen om hier te draaien en uitgebreid getest worden zodat ze precies aansluiten op het ontwerp van het gebouw en het beoogde doel.

Dit specifieke project maakt onder andere gebruik van geavanceerde tools om de energieconsumptie te meten, en ook apparatuur en een monitoringsysteem waarmee de prestaties van het ventilatiesysteem en de interne luchtkwaliteit worden geoptimaliseerd.

Een lekker warm zwembad

Tijdens een boswandeling is het laatste dat je verwacht te ontdekken een volledig operationeel datacentrum. Maar toch kun je er eentje vinden (als je weet waar je ongeveer moet zoeken) midden in een bos bij het dorpje Uitikon bij Zürich in Zwitserland. Co-locatie-aanbieder GIB heeft daar samen met IBM een voormalig ondergronds legercomplex omgebouwd tot een data-storagecentrum van 360 vierkante meter.

Behalve dat een in ongebruik geraakte bunker slim wordt hergebruikt, hebben ze nog een handig, milieuvriendelijk trucje bedacht om de 2800 megawattuur aan warmte nuttig te besteden: het nabijgelegen openbare zwembad wordt hiermee gratis verwarmd. Het dorp moest wel investeren om de warmte-overbrengingssystemen te installeren.

In de buitenlucht

Als we naar de toekomst kijken, dan zouden datacentra ooit wel eens helemaal zonder gebouw kunnen. Microsoft heeft bijvoorbeeld al het concept van 'datacentra in een doosje' omarmd, en heeft in een gebouw in Chicago al honderden containers in een gebouw van 65000 vierkante meter gestouwd.

De volgende stap is dan ook logischerwijs om het hele idee van een fysieke structuur om de containers heen te laten varen. Microsofts Generation 4 Modular Data Centre, bedoeld voor cloud computing, is ontworpen als container met serverapparatuur zonder dat je voor een eigen dak moet zorgen. Microsoft zegt volgens een blogpost van de New York Times dat je op die manier een datacentrum kunt bouwen in de helft van de tijd, zonder dat je je hoeft te bekommeren om details als muren en daken.

Bron: Infoworld.com Bron: Techworld