De aansturing van software is, net als bij alle facetten van de ict, door de jaren heen verfijnder geworden, en de mogelijkheden zijn verder uitgebreid. Zo ver zelfs dat nu vooral wordt gesproken van virtualisatie.

“Virtualisatie wil zeggen dat je de storage realtime kan aanpassen aan de hoeveelheid capaciteit die je nodig hebt”, legt Ron Moerman, Technology Officer bij ict-dienstverlener Sogeti, uit. “Tweede element ervan is dat de plaats waar je het opslaat abstract is geworden. Daar hoef je je niet meer druk over te maken, en dat maakt het beheer veel makkelijker.”

Daar heb je volgens Moerman meerdere gradaties in. “De meest elementaire vorm van virtualisatie is op het niveau van het besturingssysteem: de dynamische disks”, vertelt Moerman. “Op het tweede niveau heb je de SANs en NAS, dus grote poelen aan schijven die je kunt toewijzen aan systemen, servers en applicaties. Die indeling is nog wel redelijk statisch. De volgende stap is dat je niet meer weet waar iets staat, en de capaciteit zelfs over meerdere storagesystemen verdeelt.”

Technologisch betekent dat verschillende technologieën die je als beheerder kunt inzetten. “Zo heb je de move van traditionele, dure fibrechannelkoppelingen naar op ethernet gebaseerde koppelingen als iSCSI. Ook zie ik dat Multi-tiered storage meer wordt ingezet. Dan heb je verschillende soorten storage voor verschillende doeleinden, waar disks onder hangen die verschillen qua kosten, capaciteit en performance”, somt Moerman een aantal trends op. “Traditionele SANs, die veelal duur en complex zijn, maken plaats voor oplossingen op basis van 'virtual storage'. Dat is alleen geen formele definitie, dus leveranciers hebben de neiging daar hun eigen invulling aan te geven: De ene leverancier koppelt gewoon heel veel schijven tot een soort traditionele SAN, terwijl de ander verschillende storagesystemen aan elkaar knoopt en daar een beheerlaag overheen plaatst.”

“Als laatste zie ik een duidelijke trend naar Storage-as-a-Service, oftewel Cloud-storage. En ook zie ik steeds meer thin provisioning: meer capaciteit toekennen dan er schijven zijn en die later zonodig toevoegen.”

Maar dat maakt de uitrol van een storageomgeving niet tot het achteloos installeren van hardware en software. Je moet je voorbereiden, en een aantal stappen nemen. Moerman noemt daar zes van.

Stap 1: Classificeer je data

Het ene bestand is het andere niet. Soms sla je iets op met de gedachte dat je het alleen bij controle nog nodig hebt. Maar het andere bestand wordt dagelijks gebruikt en moet constant beschikbaar zijn.

Dat heeft consequenties. “Je moet kunnen vaststellen welke soorten opslag het beste past bij welke soort data”, zegt Moerman. “Denk daarbij aan vertrouwelijkheid, performance, backupstrategieën, bewaartermijn, dat soort zaken. Maar je moet ook de kosten per gigabyte in het oog houden, want storage varieert van heel duur tot heel goedkoop.”

“Waar heb ik mijn storage? Welke soorten storage zijn dat? Wat is de gebruiksgraad?” noemt Moerman een aantal vragen die je jezelf kunt stellen. “Vervolgens doe je een opschoningslag. Wat je overhoudt, ga je classificeren.”

Stap 2: Definieer je service levels

Je hoeft geen leverancier of 'externe' dienstverlener te zijn om duidelijke regels te stellen aan de manier waarop je de storage levert. Die regels stel je op voor je eindklant, vaak de beheerders van de businessapplicaties.

“Als je storage gaat virtualiseren, dan ben je feitelijk naar een situatie aan het werken dat je op serviceniveau invloed uitoefent”, legt Moerman uit. “Je krijgt eigenlijk alleen de vraag: lever mij deze hoeveelheid storage met deze en deze kenmerken.” Daar definieer je de service levels op.

Dat moet je afstemmen met applicatiebeheer. “Bedenk dat zij vaak gewend zijn om te denken in termen als 'mijn applicatie en mijn database staat op die en die server'. Dat is iets anders dan dat jij als beheerder zegt: 'ik weet niet precies waar het nu staat, maar ik beloof je dat het zich conform service levels zal gedragen'. Dat is even wennen voor een applicatiebeheerder. Daar kan weerstand van komen”, zegt Moerman.

Stap 3: Herijk backup en recovery naar nieuwe situatie

“Je gaat heel anders met storage om dan voorheen”, zegt Moerman. “Dat betekent dat backup- en vooral je recoverystrategie mogelijk overhoop moet. Dat kun je niet achteraf doen, maar moet je vooraf plannen en implementeren tijdens de migratie.” Volgens Moerman ontstaan door de virtualisatie nieuwe mogelijkheden, maar die zijn niet altijd even geschikt voor iedere soort backup en recovery die je binnen je omgeving hebt.

“Je kunt met virtuele storage bijvoorbeeld heel simpel snapshots maken”, noemt Moerman. “Maar misschien heb je behoefte aan backup die je in staat stelt om één specifiek bestandje snel terug te halen. Zo'n dump is vaak wat moeilijker, en daar moet je van tevoren voorzieningen voor treffen.”

Stap 4: Stel grenzen

Wat virtualiseer je wel en wat virtualiseer je niet? Op basis van de behoefte en service levels? “Virtualisatie van storage is bijvoorbeeld een manier om de beschikbaarheid te verhogen”, zegt Moerman. “Maar soms is dat een onnodig dure oplossing omdat een applicatie de voorziening zelf al biedt. Exchange Server 2010 heeft bijvoorbeeld zelf al allerlei mechanismen om met mailstores te zorgen voor beschikbaarheid, provisioning en vormen van virtualisatie. Dan kun je eventueel kiezen om Exchange niet te virtualiseren, maar gewoon fysiek op te slaan.”

Twee basisregels helpen bij het beslissen van welke applicaties en onderdelen je de storage virtualiseert en van welke niet. “Soms ondersteunt een leverancier het niet, en hoewel het vaak wel werkt loop je dan een extra risico bij problemen.”

“De tweede reden om er eventueel van af te zien is de performance. In de meeste gevallen betekent storagevirtualisatie een mogelijke teruggang in performance. Het kan dus een bottleneck zijn.”

Stap 5: Leid beheerders op

Storagevirtualisatie lijkt op het eerste gezicht eenvoudig. “Je hebt een centrale console van waar je alles kunt beheren. Maar er zitten heel veel criteria en aspecten achter, waardoor je goed moet weten wat wel en niet kan”, waarschuwt Moerman.

“Beheerders weten bijvoorbeeld niet goed hoe virtuele storage omgaat met de backup en recovery. Dat weet je pas als je goed begrijpt hoe de storageomgeving werkt. Een ander voorbeeld is hoe je met performanceproblemen om moet gaan. Het is immers een black box geworden. Hoe zoek je uit waar de problemen liggen, en hoe kun je ze doorgronden? Hoe doe je de monitoring? Dat is niet vanzelfsprekend”, zegt Moerman. “Opleiding van beheerders is een absolute must.”

Stap 6: Rol geleidelijk uit

Moerman waarschuwt voor een big-bangscenario. Storagevirtualisatie moet je volgens hem geleidelijk uitrollen, omdat de risico's anders te groot zijn. “Bij de overdracht kan corruptie ontstaan, je maakt wel eens een fout, de performance is soms niet direct in orde enzovoorts”, zegt Moerman. “Je moet oud en nieuw naast elkaar hebben, en groep voor groep, database voor database of applicatie voor applicatie overzetten. Je moet je backup en recovery direct in orde maken en je moet na de migratie intensief monitoren.”

Als laatste wil Moerman nog op het hart drukken dat het vooral voor MKB verstandig is om voor standaardoplossingen te kiezen van in de meeste gevallen van één enkele leverancier. “Er zijn heel veel verschillende oplossingen en invullingen van storagevirtualisatie, en leveranciers hebben soms hun eigen ideeën over wat met wat kan samenwerken en hoe”, zegt Moerman. “Op papier kunnen verschillende oplossingen misschien prima samen, maar in de praktijk kun je voor onverwachte problemen komen te staan.”