Het is dan ook raar opkijken als je ziet welke legendarische producten er de afgelopen jaren zijn gered zijn van een wisse dood. Gewoon omdat mensen ze achteloos in de prullenbak slingeren, zonder enige vorm van historisch besef of computerliefde.

Maar zo nu en dan ontsnappen zulke pareltjes uit een container, van een vuilstortplaats of recyclepunt. Omdat iemand ze met pijn en moeite heeft gered of gewoon dankzij stom geluk. We pikken er zes voor je uit.

1.Whirlwind I

Project Whirlwind begon in 1944 aan de befaamde technische universiteit MIT. De Amerikaanse marine had behoefte aan universele vliegsimulator zodat er tijdens de Tweede Wereldoorlog getraind kon worden op bommenwerpen. Het resultaat was de Whirlwind I, een digitale computer die pas in 1951 helemaal afgebouwd is onder leiding van Jay Forrester van het historische MIT Servomechanisms Laboratory.

De Whirlwind I bestond uit 10.000 vacuümbuizen en aanvankelijk ook elektrostatisch buisgeheugen. Dit geheugen bleek echter veel te langzaam voor een systeem dat in real-time moest reageren op de acties van piloten. Als oplossing ontwikkelden Forrester en zijn team de eerste magnetische core memory, die geïnstalleerd werd in Whirlwind I in 1953 en uiteindelijk het standaard geheugen voor digitale computers zou blijken. De Whirlwind I is ook de voorloper van SAGE, het luchtdefensiesysteem van de United States Air Force.

De eerste Whirlwind is gebruikt tot 1959, toen het punt werd bereikt dat het te duur werd om te gebruiken. De computer werd meegenomen door teamlid Bill Wolf, die het apparaat voor 1 dollar per jaar mocht leasen. Hij bleef het gebruiken tot 1974, tot ook hijzelf er klaar mee was en de historische pc wilde dumpen.

Oprichter Ken Olsen van de Digital Equipment Corporation (DEC) hoorde er net op tijd van. Hij heeft letterlijk de afvalwagen met Whirlwind I erin laten omrijden naar het DEC-kantoor waar het historische apparaat werd opgeslagen tot 1979, voordat werd overgebracht naar het nieuwe Computer Museum in Boston. Vandaag de dag vind je het terug in het Computer History Museum in Mountain View.

2. JOHNNIAC

De JOHNNIAC was een wetenschappelijk computer gebouwd door RAND in 1953, gebaseerd op een ontwerp van wiskundige John von Neumann die op zijn beurt weer is geïnspireerd door ENIAC, de eerste elektronische standaard computer. De JOHNNIAC woog 2,5 ton, had 5.000 vacuümbuizen, maar onderging vele veranderingen en verbeteringen in de afgelopen jaren.

Ook deze computer is oorspronkelijk uitgerust met een buisgeheugen, voordat het in 1955 werd uitgerust met een magnetische kerngeheugen. Daarnaast was het één van de eerste computers die time sharing ondersteunde, door middel van de interactieve programmeertaal JOHNNIAC Open-Shop System (JOSS).

De JOHNNIAC is maar liefst 13 jaar gebruikt voor z'n pensioen in 1966. Het is daarmee één van de langst levende computers allertijden. Hierna is JOHNNIAC naar het Los Angeles County Museum overgeplaatst, alwaar het jaren later buiten werd gezet bij een parkeerplaats om te verroesten.

Maar in 1989, slechts enkele weken voor de computer definitief zou worden opgehaald voor een ritje naar de schroothoop, greep het Computer Museum in Boston in. Zij redde niet alleen de machine maar bracht tevens terug in de oude staat. Ook deze computer kun je zien in het Computer History Museum nabij San Francisco.

3. Atari-broncode

Het aloude Atari 7800 ProSystem OS was de tweede poging van Atari, na het 5200 systeem, om een gepaste opvolger te ontwikkelen voor de zeer succesvolle 2600 gaming console. Oorspronkelijk uitgebracht in 1984 was de 7800 ook bedoeld als complete thuiscomputer, met dank aan een uitbreidingspoort voor toetsenbord en andere randapparatuur.

Vanwege verschillende redenen werden er uiteindelijk slechts 100 spelletjes ontwikkeld voor de 7800 en het systeem werd dan ook niet echt opgepikt. Noch als gaming console, noch als thuiscomputer. De productie werd stilgelegd in 1992.

Vier jaar later, toen de Atari Corporation fuseerde met disk drive-producent JTS en in weze ter ziele ging, werden diskettes met daarop de broncode van het 7800-OS en een handvol spelletjes in de afvalbak gegooid achter het hoofdkantoor van het bedrijf in Sunnyvale in Californië. Gelukkig liet iemand zijn ogen er de volgende nacht op vallen en besloot ze mee te nemen. De code is later beschikbaar gemaakt als download door het Atari Museum.

4. E.T.-spelcassettes

We blijven nog even bij Atari en hun dus wel geliefde 2600 gameconsole, dat ook wel bekend staat als het Video Computer System (VCS ). Deze is gepresenteerd in 1977 en zou snel uitgroeien tot een enorme verkoophit. Alleen al in 1979 zijn er 1 miljoen stuks van verkocht. Op zijn beurt was de film E.T. the Extra-Terrestrial uit 1982 een fenomeen, en één van de meest winstgevende films uit de jaren 80.

Helaas bleek een combinatie van de twee kaskrakers, dat gestalte nam in het computerspel E.T. the Extra-Terrestrial voor het Atari 2600-platform, een ramp van epische proporties. Het spel werd in slechts 5 weken ontwikkeld tijdens de zomer van 1982 om het klaar te hebben voor het vakantieseizoen.

Deze uiterst samengeperste ontwikkeltijd droeg echter bij aan de geboorte van één van de slechtste video games allertijden. Ondanks de verkoop van 1,5 miljoen stuks, waarmee het toch nog één van de best verkochte spelletjes van de 2600 ooit, bleven er wel 3,5 miljoen onverkocht. De teleurstellende verkoop van E.T. droeg samen met de algemene crash van de videospelletjesmarkt in 1983 bij aan de gigantische verliezen van Atari en de uiteindelijke verkoop van het bedrijf in 1984.

Pas jaren later doken er geruchten op dat Atari in september 1983 vrachtwagens vol spelcassettes en overige apparatuur zou hebben begraven op een stortplaats in Alamogordo in de staat New Mexico. Het gerucht is uiteindelijk bevestigd in april 2014 toen de stortplaats is uitgegraven en de ET-spelcassettes, samen met alle andere onverkoopbare Atari-inventaris, na 30 jaar voor het eerst daglicht zagen.

5. EDSAC's schema's en chassis

De Electronic Data Storage Automatic Calculator was één van de eerste (voor sommigen de allereerste) digitale computergeheugens ter wereld. Gebouwd door Maurice Wilkes en zijn team van het Mathematical Laboratory aan de Cambridge-universiteit, draaide EDSAC zijn eerste programma in mei 1949 en zou het nog gebruikt worden tot juli 1958.

De computer bevatte 3000 vacuümbuizen, nam 20 vierkante meter in beslag en gebruikte lange buizen van kwik voor het geheugen. Als één van zijn vele historische prestaties, bedacht Cambridge-student David Wheeler voor EDSAC het concept van wat in de informatica de subroutine (ook wel functie, procedure of routine) genoemd wordt. Een andere Cambridge-student, Alexander Douglas, bedacht in 1952 's wereld eerste video game met grafische display, genaamd OXO of Noughts And Crosses met onder andere Boter-Kaas-Eieren.

In 2011 startte het Britse National Museum of Computing een project voor het bouwen van een replica van EDSAC. Toentertijd dacht men dat er geen originele plannen of onderdelen meer bestonden om als referentie te gebruiken, maar in 2014 herinnerde een voormalige engineer Van Cambridge's wiskundelab dat hij in 1959 een hele stapel documenten had gered. Daaronder bleken de 19 oorspronkelijke schema's van EDSAC te zitten.

Als klap op de vuurpijl dook begin 2015 ook nog één van de originele chassis op. De man die delen van het chassis had gebruikt als boekenkast, bood deze aan op een veilig. De koper doneerde de onderdelen terug aan zijn makers. Hier kun je deze historische computer zelf ervaren met de EDSAC-simulator.

6.Originele Apple I

Apple is geboren in de garage van de ouders van Steve Jobs in Los Altos iIn Californië. Daar bouwde Steve Wozniak in 1976 persoonlijk de eerste 50 Apple I computers die verkocht werden aan een computerwinkel in Mountain View voor het ludiek bedrag van 666,66 dollar. Uiteindelijk zijn er zo'n 200 stuks van gemaakt, waar er nog maar enkele tientallen bewaard van zijn gebleven. Vanzelfsprekend is de Apple I een waardevol verzamelstuk dat verschillende keren voor honderdduizenden dollars van de hand is gegaan.

De Apple I was geen afgemaakt product zoals we die vandaag de dag kennen. In plaats daarvan was een het een complete printplaat, zonder stroomtoevoer, toetsenbord en monitor die de koper zelf moest aanschaffen en aansluiten.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat iemand zonder kennis van zaken de Apple I beschouwt als een hoop waardeloze, oude computeronderdelen. Wat waarschijnlijk ook het geval is geweest bij een vrouw in Californië die onlangs achteloos een Apple I-exemplaar afleverde bij een recyclepunt, verstopt tussen dozen vol elektronica van haar wijlen man.

Het recyclingbedrijf verkocht de Apple I niet veel later voor 200.000 dollar en is bereid om de vrouw de helft van het geld te geven, als zij haar kunnen vinden.