Gaat technologie sneller vooruit dan we bij kunnen houden? Als je ziet hoe overheden de laatste jaren wanhopig het Fenomeen van De Cyber proberen te grokken en te reguleren, is het niet zo vergezocht om te denken dat dit al aan het gebeuren is. Als je ziet dat internet alleen al zo'n uitdaging is, moet je er niet aan denken wat ons nog te wachten staat deze eeuw.

Want nu worstelen we nog met relatief simpele kwesties. We hebben nog niet te maken met printers die celmateriaal produceren of software die zichzelf afvraagt of het leven nou nog wel zoveel zin heeft. Oké, dat is verre toekomstmuziek, maar er zijn genoeg issues waar we nu al mee te maken hebben die kunnen ontaarden in een regelrechte IT-nachtmerrie. Zes voorbeelden.

1. Legacy laat generatie achter

Het Computer History Museum in Mountain View Californië is gewijd aan oude technologie en echoot in diverse exposities een angstbeeld dat TCP-vader en internetpionier Vint Cerf heeft benadrukt: we lopen het risico een stuk van onze geschiedenis te verliezen doordat we van technologieën af innoveren. Het museum heeft bijvoorbeeld 8 inch-floppy's staan en vraagt zich af wat er gebeurt als er geen apparaten meer zijn om deze te lezen.

Ik heb bijvoorbeeld een paar jaar geleden enkele zipschijven weggegooid, omdat ik geen drive meer had en het voor de weinige data waar ik geen back-up van had niet de moeite vond om er nog een op te snorren op bijvoorbeeld Marktplaats. Nu zwerven er nog wel drives rond, maar vind maar eens iets dat nog een originele floppy slikt. Musea kampen met het vooruitzicht dat hun opgeslagen tech veroudert en verslijt tot het niet meer vervangen kan worden omdat specifieke onderdelen niet meer geproduceerd kunnen worden.

Nu hebben we het overigens niet alleen over hardware, maar ook over verdwijnende software. Pakketten die niet meer ondersteund worden zijn één ding, maar wat te denken van software die op een dag echt helemaal niet meer gedraaid kan worden. Voor archaïsche software is een makkelijkere work-around te hanteren dan voor ouderwetse hardware, dankzij virtualisatie. Maar wat dacht je van een ongemigreerde Access 95-database? Hoe lang kun je daar nog meer communiceren?

Dit soort legacy-issues spelen zich al op kleinere schaal af, zoals elke systeembeheerder kan beamen. Een voorbeeld is bijvoorbeeld een Brits ziekenhuis dat een paar jaar geleden röntgenfoto's kwijtraakte omdat die in een propriëtair bestandsformaat waren opgeslagen van software die niet meer in gebruik was.

Vint Cerf waarschuwt dat we momenteel misschien in digitale Donkere Middeleeuwen leven, omdat in de toekomst gegevens van dit tijdperk verloren zijn gegaan en vastzitten in oude formaten, vervallende opslagmedia en niet meer bestaande leesapparaten.

Hierna: Laat maar vallen geldt voor iedereen!

2. 'De knop' is van iedereen

Dit jaar mijmerde Bruce Schneier over een toekomst waarin de democratisering van technologie een punt bereikt waarop massavernietiging opeens vanuit elke zolderkamer kan gebeuren. "Ik maak me geen zorgen om de overgrote meerderheid van mensen; ik maak me zorgen over die 6 sigma-man. Die ene gestoorde gek met zijn hand op de knop."

In de goede oude tijd maakten we ons zorgen over een irrationele Russische dronkaard die als leider toegang had tot nucleaire lanceercodes. Maar met verdere democratisering van technologie (geavanceerde technologie is toegankelijker voor een groter publiek) bereiken we dan op een dag een punt waarin we de controle over massavernietigende technologie verliezen?

Regulering werkt dan niet. Met juridische maatregelen kun je niet voorkomen dat iemand een bioprinter gebruikt om Ebola af te drukken, zoals in het voorbeeld dat Schneier gaf. Wetten straffen iemand achteraf, maar daar heb je niet zo veel aan als je de mensheid weet uit te roeien. Of het is een schrale troost als een gek op miljoenenschaal dood en verderf zaait.

Afijn, dit is nu nog sciencefiction, dus wakker zullen we er dit jaar niet van liggen. Een dergelijk scenario kan zich echter voltrekken voor we er goed en wel op bedacht zijn. De vraag wordt of we dit met de open en brede verspreiding van technologie überhaupt nog wel kunnen voorkomen.

Op de volgende pagina gaan we terug naar een issue van nu:

3. Balkanisering einde www

Een waardeloos idee dat maar niet wil sterven is dat het verstandig is om internet in stukjes op te splitsen. Dat heeft zoveel voordelen. Geen data die de landsgrens verlaat, dus alleen de AIVD spioneert, niet de NSA; geen onwenselijke terreurverspreiding uit andere landen; geen kinderporno uit ongereguleerde gebieden. Hè ja, laten we maar meteen die muur opwerpen tegen terreur, kinderporno en afluisteraars.

Balkanisering heet dat en net zoals het in geopolitieke situaties onwenselijke effecten heeft, geldt dat ook voor netwerktechnologie. Het concept is juist dat we snel en efficiënt data door een grote collectie bij elkaar peerende netwerken kunnen duwen, zodat iedereen met elkaar in contact staat. Niet alleen scheid je met een - we noemen maar wat - Schengen Net die contacten, je scheidt ook de netwerken.

Dat levert niet alleen filosofische of ethische bezwaren op, maar ook praktische. Je krijgt te maken met hogere latency, dus langere laadtijden voor gebruikers. Je krijgt te maken met afgesloten netwerken, dus verdwenen databases en content. Je krijgt te maken met onbereikbare servers, dus verdwenen diensten, internetpagina's en webapplicaties. Om een nietszeggende term te gebruiken die desondanks aankomt bij politici: dat moet je niet willen.

Over 'moet je niet willen' gesproken, lees verder voor het inprikken van alles op internet.

4. Internet of Everything

Het Internet of Things is een gruwelijk inhoudsloze term, maar omdat het een buzzword is, noemen we hem toch maar even. We hebben het hier niet over M2M-verkeer, maar vooral over aan internet verbonden apparaten. (In tegenstelling tot internetverbonden mensen, blijkbaar). Slim speelgoed, slimme huishoudapparatuur, slimme horloges, slim alles. Cisco verwacht 25 miljard IP-apparaten over vijf jaar en ik vermoed dat dat een héél voorzichtige schatting is

Eén ding waar ook fabrikanten zich zo zoetjesaan bewust van worden: er dreigt een beveiligingsnachtmerrie. Net als Microsoft in de jaren 90 moest leren dat security een belangrijk onderdeel wordt van pc's zodra je er internet aan koppelt, moeten fabrikanten dit nu leren van alle andere apparaten. Onder meer brakke autochips, wijd open ziekenhuisapparatuur en privédatalekkende wearables demonstreren dat we geen goede start maken.

En over al die Quantified Self-gegevens gesproken. Bedrijven krijgen de gegevens gratis en voor niets en maken er ongehoord gedetailleerde gebruikersprofielen mee. Mensen lijken zich volstrekt niet druk te maken om privacy - "het is toch handig" en "ik heb niets te verbergen" - dus het zijn gouden tijden voor bedrijven die in het verleden enkel konden dromen van Quantified Targets.

Beveiliging, maar ook privacy, moet verankerd worden in de technologie zelf en niet alleen in wetgeving vastgelegd worden. Dat is mosterd na de maaltijd. Begin met minimalisatie bij de bron: privacy by design. Welke data worden binnengehaald en zijn die echt nodig voor het gebruiksdoel? Moet de maker van het product nou echt bij deze gegevens - kan de eigenaar geen controle houden over eigen data? De vraag is dan alleen: kiezen mensen daarvoor bij gezonde marktwerking of moet je het afdwingen met regulering?

Hierna een concreet voorbeeld van hoe we onze geschiedenis wegpoetsen.

5. Linkrot maakt databases stuk

Dit is een verlengstuk van punt één, maar omdat het een praktische ontwikkeling is die we de laatste jaren steeds meer zien, verdient het een eigen onderdeel. Linkrot kennen we vast allemaal: linkjes die doorverwijzen naar een pagina die niet meer bestaat. Google biedt soms uitkomst, cachingdiensten hebben het nog of een online archief als de Wayback Machine kan de pagina nog opdiepen.

Maar niet altijd is de verloren pagina nog te vinden. Misschien nog wel erger dan stukjes web die verdwijnen is dergelijke linkrot als online bronnen worden gekoppeld aan inmiddels gemigreerde databases. De Amerikaanse Supreme Court worstelt bijvoorbeeld hiermee, omdat openbaar beschikbare uitspraken naar andere url's te verhuisd en daardoor alle interne verwijzingen naar locaties gaan die niet meer bestaan.

Dergelijke databasemigraties gebeuren aan de lopende band. Diverse online media verliezen bijvoorbeeld niet alleen oude artikelen, maar ook alle doorgelinkte stukken. Zo loop je bij het doorklikken op tegen een verwijderd blok waar je niet meer langs kunt. Linkrot zorgt voor gaten in onze webgeschiedenis.

Het gebeurt net zo goed op interne databases. Je ziet het bij personeelswiki's, locaties van documenten voor werknemers, interne telefoonboeken, inventarissen, financiële records en ga zo maar door. Het migreren van een database hoeft geen probleem te zijn, maar heeft een heftige impact die vaak wordt onderschat, want ze bevatten verwijzingen naar andere databases (met doorverwijzing op doorverwijzing). Als je één schakel uit de keten trekt, is de hele ketting beschadigd.

Op de laatste pagina de impact van een veranderend ecosysteem.

6. Machines evolueren sneller dan wij

Als afsluiter de meest voor de hand liggende, waarschijnlijk omdat het zo tot de verbeelding spreekt. Je schrijft immers geen sciencefictionroman over verregaande migratieproblematiek met databases ("De negende cirkel van de SQHel", ik begin vast te tikken) als je het ook over moordende robots kunt hebben.

Decennia geleden was er al milde paniek over wat kunstmatige intelligentie ons zou kunnen aandoen, maar een koude AI-winter zorgde ervoor dat mensen zich bezig gingen houden met problemen van het hier en nu. Maar nu onder meer machine learning en virtuele assistenten meer leren en interpreteren, kan AI-ontwikkeling opeens in een stroomversnelling raken.

Onder meer Stephen Hawking, Elon Musk en vele honderden vooraanstaande deskundigen van onder meer gerenommeerde universiteiten als MIT en Oxford stellen dat we goed moeten nadenken over wat we in welk tempo ontwikkelen. De impact van 'intelligentie' door bijvoorbeeld lerende machines op de samenleving is al merkbaar en zal exponentieel toenemen. Ook is de ontwikkeling van autonoom functionerende slimme wapens geen goed plan, waarschuwen prominente wetenschappers en technologen. Legerrobots die worden aangestuurd door software? Dat klinkt als een plot van futuristische actiefilms.

Natuurlijk hoeft een hogere intelligentie niet het einde van onze soort te betekenen. Misschien is dat inefficiënt, misschien ziet AI daar het nut helemaal niet van in of misschien ontwikkelt software empathische vermogens die hem/haar/het in toom houdt. Maar bedenk dit: is het ooit in de geschiedenis van onze planeet goed geweest voor een soort als een intelligentere soort werd geïntroduceerd in het ecosysteem?