De officiële 802.11n-standaard is wel stukken sneller dan was voorzien. De maximaal haalbare snelheid is 600 Mbps (megabit per seconde). De eerste apparaten komen begin komend jaar op de markt. Mogelijk komen er dan ook updates voor huidige netwerkapparaten zodat die voldoen aan de nu geratificeerde standaard.

'Pre-n' apparatuur

Producenten van netwerkapparatuur en pc's leveren namelijk al jaren zogeheten 'pre-n' wifi-elektronica. Die is gebaseerd op de al vijf jaar bestaande draft-uitvoering van de standaard. De industrie heeft op een gegeven moment het geduld verloren en is overgegaan tot certificering op basis van de voorlopige standaard.

Een van de vereisten om het officiële predicaat 'pre-n' voor de officieuze standaard te mogen voeren, is dat de apparatuur te updaten is naar de standaard. Zodra die eenmaal is bepaald. Dit houdt echter geen verplichting in voor fabrikanten om dat ook echt te doen. Bovendien hebben sommige leveranciers snellere wifi-apparatuur uitgebracht die 'n-snelheden' belooft, maar niet echt 'pre-n' is.

De topsnelheid van het officiële 802.11n is hoe dan ook niet voor alle huidige apparaten mogelijk. Daarvoor is hardware nodig die niet alleen meerdere antennes heeft, maar ook meer dan drie verschillende kanalen tegelijk gebruikt.

Vertraging door patenten

Vorige maand is al naar buiten gekomen dat de afronding van het standaardisatieproces nabij was. Nu is het een feit. Een deel van de vertraging is te wijten aan een patentkwestie. Het Australische onderzoekscentrum CSIRO (Commonwealth Scientific and Industrial Research Organization) bleek patenten op cruciale wifi-technieken te hebben. Die zijn van toepassing op de nooit doorgebroken 802.11a-variant, de wel aangeslagen g-variant en ook de snellere n-opvolger.

Standaardisatie van een technologie door de IEEE vereist echter dat alle rechthebbenden, inclusief dus patentenhouders, een overeenkomst ondertekenen. Die houdt in dat zij geen rechtszaken aanspannen over gebruik van 'hun' technologie in producten die voldoen aan de standaard. CSIRO was dat niet van plan; het wou geld zien voor zijn patenten uit 1996. In 2005 stapte het bedrijf naar de rechter.

Gezwicht

Fabrikanten van 802.11n-elektronica mochten een betaalde licentie nemen op de gepatenteerde technologie. Begin dit jaar heeft HP al geschikt met CSIRO. Kort daarna volgden dertien andere grote bedrijven die door de Australische onderzoeksgroep waren aangeklaagd.

De voorwaarden zijn geheim gehouden, maar het betreft zowel een eenmalige betaling als doorlopende royaltyvergoedingen. Deze schikkingen hebben de weg vrijgemaakt voor de afronding van de 802.11n-standaardisatie.