Er zijn momenteel drie officiële iteraties van Optane-producten. Ze zijn gebaseerd op dezelfde 3D X Point-technologie, maar hebben drie verschillende doelen en hebben allemaal een andere impact op de prestaties. Een van deze producten wordt gebruikt in een vierde iteratie en die belichten we ook in dit artikel. We beginnen met de Optane-versie die wellicht de meeste mensen kennen:

1. Optane SSD

Hier denken waarschijnlijk de meeste pc-fans aan als ze 'Optane' horen. Het is Intels implementatie van 3D X Point in een kleine M.2-stick for laptops of U.2 voor desktops - van 58 GB tot 905 GB. Optane SSD's zijn in feite gelijk aan traditionele NAND SSD's zoals we die kennen. De prijzen zijn ook gelijkwaardig, maar Optane is vooral interessant voor gebruikers die lage latency en lage QD (Queue Depth) belangrijk vinden.

2. Optane Memory

Optane Memory was de eerste implementatie die verscheen en gebruikt kleine modules (16 en 32 GB) als een cache of opslagbuffer voor de harde schijf. Dat is geen nieuw concept, maar het gebruik van Optane daarvoor wel. We hebben diverse versies aan de tand gevoeld en we zijn heel positief, vooral vergeleken met een HDD. Je vindt Optane-geheugen nu meer in low-end laptops, die schijven gebruiken die kunnen worden versneld met Optane. Optane Memory is een optie in budget-laptops, maar was vreemd genoeg niet compatibel met budget-CPU's tot vrij recent.

De term 'Optane Memory' is logisch, omdat een capaciteit van 16 of 32 GB eigenlijk onvoldoende is voor primair opslaggeheugen. Het kan hetzelfde werken als een SSD-schijf, maar dit een 'schijf' noemen is onlogisch en verwarrend.

3. Optane DC Peristent Memory

De derde optie is een B2B-oplossing: het gaat om een servertechnologie. DC staat hier voor Data Center en je krijgt 512 GB aan Optane-geheugen in een opslagmodule. Deze worden in de DIMM-sloten van een server die een CPU heeft om dit te ondersteunen geschoven. DC Persistent Memory functioneert als langzamer werkgeheugen (maar met een enorme capaciteit van 3 TB) of als snelle (niet-vluchtige) geheugenopslag.

Met prijzen van meer dan 6000 euro voor een plak van 512 GB en de vereiste dat je een Xeon-CPU gebruikt is het aan alle kanten duidelijk dat dit product niet voor consumenten is bedoeld. Maar dat gaat waarschijnlijk veranderen. Intel investeerde flink in Optane, dus het is logisch dat elke feature de moeite waard is om de consumentenmarkt mee te verkennen.

4. Optane Memory SSD

De nummer twee van deze lijst, Optane Memory, wordt gebruikt als cache of opslagbuffer voor een harde schijf. Het probleem daarmee is dat de meeste laptops geen mechanische schijf meer gebruiken en slechts ruimte hebben voor één M.2-apparaat. Daarom kwam Intel met 'Optane Memory H10 with Solid State Drive'.

De H10 combineert Optane Memory van 16 of 32 GB met een QLC NAND-SSD van 256 GB tot 1 TB. Het idee is op de doorgaans middelmatige prestaties van QLC NAND te verhogen met Optane Memory. We weten nog niet hoe dit presteert, maar het geheugendichte QLC NAND is nou niet bepaald de vlotste.

In tegenstelling tot andere schijfcombinaties die integratie op controller-niveau uitvoeren en het als één apparaat presenteren, werkt H10 met een driver die beide schijven combineert. Intel noemt dit officieel geen 'Optane Memory SSD' zoals wij dat hier doen, maar het vat het idee behoorlijk goed samen: Optane Memory en een stukje groter flash opslaggeheugen.