Amsterdam is niet langer de hotspot als het gaat om datacenters. Waar vroeger deze enorme gebouwen nog standaard in de hoofdstad verrezen, wordt dat nu moeilijker. De ruimte is beperkt geworden en de stroomvoorziening van de stad kan niet al te veel grootverbruikers aan. Exploitanten van datacenters wijken daarom al langer uit naar bijvoorbeeld Haarlem of Schiphol-Rijk.

Niet genoeg elektriciteit

Komende week wordt er opnieuw een enorm datacenter geopend in Nederland. Webhoster en datacenterexploitant Terremark start dan met het leveren van serverruimte op Schiphol Airport. Het van oorsprong Amerikaanse bedrijf is de eerste die zo'n rekencentrum op het grondgebied van de luchthaven platst.

De keuze voor Schiphol Airport als uitvalsbasis is na veel wikken en wegen tot stand gekomen, vertelt ceo Joost Metten aan Webwereld. “Amsterdam blijft hot. Het is toch het internetknooppunt van de wereld", stelt hij. “We hebben naar een aantal locaties gekeken. Daarbij draaide alles om stroomvoorziening. Amsterdam heeft daar een probleem mee en je moet wel kijken of voldoende vermogen aanwezig is", stelt hij een minpunt van Amsterdam aan de kaak.

“In het centrum van Amsterdam is het inderdaad moeilijk om veel vermogen te leveren", erkent Koos Hand, zakelijk accountmanager bij netbeheerder Liander. “Maar op het Science Park zou dit in theorie geen probleem moeten zijn. Wij hebben daar al enkele van zulke zware aansluitingen geleverd". Hand erkent wel dat het in de stad moeilijker is dan bijvoorbeeld op Schiphol.

Eisen van de gemeente

Terremark heeft volgens Metten dan ook gekeken naar een locatie op het Science Park. “Daar hebben we ook stappen genomen totdat de gemeente Amsterdam de voorwaarden veranderde. We moesten omhoog, een aantal verdiepingen bouwen en dat is niet de meest gunstige oplossing voor een datacenter. Het moest 40 meter hoog zijn. Een van de andere zaken was dat er een centraal parkeerterrein op het Science Park is waar wij ook gebruik van moesten maken". Volgens Metten is dat niet handig voor beheerders die servers willen plaatsen.

Een woordvoerster van de gemeente Amsterdam erkent dat de stadsdelen soms strenge eisen stellen aan mensen die willen bouwen. “Als dat eenmaal in het bestemmingsplan of bouwbesluit staat, moeten de grondbezitters zich daar aan houden", vertelt zij aan Webwereld. Zo'n bestemmingsplan moet ervoor zorgen dat een wijk geen ratjetoe wordt. De zegsvrouw kan tegenover Webwereld niet ingaan op deze specifieke zaak.

AMS-IX

Een datacenter dat echt in Amsterdam staat ging dus niet door. Terremark heeft daarna volgens Metten nog naar enkele andere locaties gekeken. Almere bijvoorbeeld, naast het datacenter van KPN. Dat bracht weer andere problemen met zich mee omdat het datacenter dan geen officiële AMS-IX locatie kon worden. “Dat is voor ons echt een must maar AMS-IX komt niet in Almere of Haarlem, echt alleen in Groot Amsterdam", verduidelijkt Metten.

Dat het datacentrum een echte locatie voor de AMS-IX wordt is volgens Metten belangrijk omdat Terremark niet de enige hoster in het datacentrum wordt. Het staat straks voor iedereen open, bovendien wordt het netwerkneutraal zodat iedere provider er zijn servers kan plaatsen. Via glasvezelleverancier Schiphol Telematics komen bovendien alle netwerkproviders die in Nederland diensten aanbieden straks binnen. Omdat alle bedrijven op de luchthaven verplicht op die glasvezelaansluiting zijn aangesloten, kunnen zij zelfs servers in het datacenter zetten terwijl ze toch op het lokale bedrijfsnetwerk draaien.

De ceo erkent bovendien dat de namen 'Amsterdam' en 'Schiphol' marketingtechnisch beter zijn. Ook in het buitenland kent iedereen die namen bovendien.

Luchthaven Schiphol

Het datacenter moet namelijk als poort voor alle Europese klanten van Terremark gaan dienen. Het bedrijf keek daarvoor volgens Metten ook naar Londen. Dat was een slechtere optie vanwege het terrorismegevaar en ook vanwege het water in de stad. “Volgens mij is de Theems een grotere bedreiging dan dat Schiphol in een lage polder ligt", meent hij. Schiphol is daarnaast goed beveiligd tegen aanslagen of wateroverlast.

“Schiphol is wel een lastige partij. Alles wat gebeurt op Schiphol wordt namelijk bepaald door Schiphol, die hebben een monopolie. Uiteindelijk zagen ze het wel zitten en besloot Schiphol Real Estate het datacenter te financiëren. Dat hoefden we dus zelf niet te doen".

Geen nieuw pand

Maar toen stak ook in Nederland de financiële crisis de kop op. Voor Schiphol was dat rampzalig omdat het aantal vluchten enorm daalde. Voor de onroerend goeddivisie van de luchthaven betekende het bovendien een stop van financieringen op objecten die niet binnen de core business van een luchthavenbedrijf viel. Een flinke klap van Terremark dat zo bijna helemaal opnieuw kon beginnen.

“Vanaf dat moment hebben wij gekeken of we het zelf konden financieren, misschien met Nederlandse banken. Daar was het ook niet de juiste tijd voor", schetst Metten. Juist op dat moment kwam het gebouw waarin Martinair zijn catering huisvestte vrij. Een veel goedkopere mogelijkheid voor Terremark, dat tot dan toe alleen dacht aan het van de grond af bouwen van een datacentrum.

Metten: “Dat pand stond precies op de grond waarnaast wij wilden gaan bouwen. Omdat het een cateringgebouw is, is het heel erg geschikt om het om te bouwen naar een datacenter: Veel grote ruimtes, de draagkracht van de vloer. Uiteindelijk hebben we dat dus gekocht met alles erop en eraan, met alle cateringmachines er nog in". Nadat dat gestript was bleef er een kaal pand over. Komende week wordt dat pand opgeleverd als gloednieuw datacenter.