De concurrenten van Apple, met name op de tabletmarkt, krijgen het steeds moeilijker om aan componenten te komen, doordat Apple grote delen van de productie en leverantie ervan in Zuid-Oost Azië voor zichzelf heeft geclaimd. Het megabedrag van 11 miljard euro is een zesde van de vrije cash dat Apple op zijn bankrekening heeft staan.

Apple heeft de productie van zijn iPhones en iPads geoutsourced naar producenten in landen als Taiwan en China. Onder meer Foxconn is een grote leverancier van de producten, waar dan alleen nog Apple’s logo op moet worden gezet. Foxconn kwam in de afgelopen maanden veel in het nieuws door de belabberde werkomstandigheden en het grote aantal zelfmoorden onder zijn werknemers.

Grote stijging

Het bedrag dat Apple vastzet voor de dekking van de componentenbestellingen en productiekosten is met iets minder dan 40 procent gestegen binnen een kwartaal. Apple heeft nog nooit zoveel geld hieraan gespendeerd. Een jaar geleden was hiervoor nog 4,9 miljard gereserveerd.

Apple brengt door de steeds grotere claim op de componentenmarkt en de fabriekscapaciteit van de Aziatische producenten zijn concurrenten in het nauw. Doordat Apple die toeleverings- en productiemarkt in een houdgreep neemt, is het voor de concurrentie moeilijk om op voorhand al de strijd aan te gaan. Nog voordat er een product op de markt is verschenen, lopen andere tabletleveranciers al achter de feiten aan.

Toch wachtlijsten

Ondanks de steeds grotere claims op componenten en productiecapaciteit loopt Apple nog steeds achter de vraag naar de iPad aan. Vorige week werd duidelijk dat de vraag vanuit de markt de levering ver overstijgt, waardoor (web)winkels en zakelijke partners als telecombedrijven langer op hun bestellingen moeten wachten en vaker nee moeten verkopen tegen consumenten en zakelijke klanten.