Met RemoteApp in Windows Server kon je al applicaties aanbieden die zich gedragen alsof ze lokaal bij de gebruiker zijn geïnstalleerd, terwijl ze in werkelijkheid op een centrale server draaien. Het gloednieuwe Azure RemoteApp gaat nog een stap verder. Want hierbij heb je geen lokale infrastructuur meer nodig om applicaties op uit te voeren, omdat ze in de Azure-cloud draaien en dus infrastructuur van Microsoft gebruiken. Applicaties en data worden centraal opgeslagen, beveiligd en beheerd. Lokaal is alleen nog een eenvoudige client nodig. Gebruikers kunnen zodoende overal werken, met apparaten waarop Windows, Mac OS X, Windows Phone, IOS of Android draait.

Scenario's

Er zijn veel scenario's waarin je Azure RemoteApp kunt gebruiken. Zo kan het zijn dat gebruikers een legacy applicatie nodig hebben die onder een oude Windows-versie draait. Door de applicatie voortaan via Azure RemoteApp aan te bieden, verdwijnt de bottleneck en kunnen de gebruikers probleemloos naar een nieuw besturingssysteem migreren. Externen en tijdelijke medewerkers hebben verder vaak maar een paar applicaties nodig. Het is dan veel werk en onnodig duur om voor hen een volledige werkplek in te richten.

Via Azure RemoteApp geef je ze toegang tot exact de applicaties die ze nodig hebben. Daarbij kunnen ze gewoon hun eigen apparatuur gebruiken, want de applicaties draaien op afstand. Dankzij Azure RemoteApp kunnen ze zelfs apparatuur gebruiken waarop Windows-applicaties native helemaal niet draaien, denk aan IOS, Android en OS X. Ook voor organisaties die liever geen applicaties en data lokaal op gebruikersapparatuur neerzetten, is dit een uitkomst.

Deployment

Hoe zet je Azure RemoteApp in? Allereerst bepaal je welke deployment-methode het beste bij jouw bedrijf past. Azure RemoteApp is namelijk beschikbaar in twee smaken: cloud deployment en hybride deployment. Welk model je nodig hebt, hangt vooral af van de vraag of de applicatie die je wilt virtualiseren data in het eigen netwerk nodig heeft. Zolang alle data online beschikbaar is, bijvoorbeeld in OneDrive, kun je kiezen voor cloud deployment. Er wordt dan volledig in de cloud gewerkt op infrastructuur van Microsoft. Daar heb je dus geen eigen infrastructuur meer voor nodig.

Gebruikt een applicatie wel on premises data, dan kom je uit bij hybride deployment. Hierbij maak je de session hosts waarop je de applicatie draait onderdeel van het bedrijfsnetwerk. Via Azure VPN hebben de applicaties een verbinding met je eigen omgeving, data en andere applicaties. En via RDP (Remote Desktop Protocol), hetzelfde protocol dat ook voor Remote Desktop Services (RDS) wordt gebruikt wordt de applicatie vervolgens aangeboden aan het apparaat van de eindgebruiker. De applicaties draaien dus nog steeds op infrastructuur van Microsoft, maar je gebruikt (ook) eigen infrastructuur voor de data.

Images

Om applicaties aan te bieden heb je een image nodig. Draaien gebruikers alleen standaard Office-applicaties? Dan kun je een kant-en-klaar image selecteren in Azure RemoteApp. Dit kun je direct gebruiken en het wordt ook automatisch onderhouden en up-to-date gehouden door Microsoft, dus je hebt er geen omkijken naar. Zijn er ook nog andere applicaties nodig, zoals eigen Line Of Business applicaties, dan maak je een eigen image aan met deze applicaties erin. Deze eigen images moet je wel zelf onderhouden.

In beide deployment-modellen draaien zowel standaard als eigen applicaties in de Microsoft Azure-cloud. Daar heb je dus geen eigen infrastructuur meer voor nodig. Een cloud-deployment met alleen standaard Microsoft-applicaties is het meest eenvoudige scenario, waar je het minste werk aan hebt. Een hybride deployment met eigen applicaties en een verbinding naar het eigen netwerk, is de meest uitgebreide vorm.

App Collection

Welke applicaties uit een image je aan gebruikers beschikbaar stelt, regel je via app collections. Een app collection is een bundeling van één of meer applicaties en maak je aan via het management portaal van Azure. Daarbij geef je aan welk image je wilt gebruiken. Hebben gebruikers alleen standaard Office-applicaties nodig, dan kies je hier dus voor een kant-en-klaar image van Microsoft. Voor eigen applicaties maak je eerst een eigen image aan, dat je toevoegt via de portal. Een image kan bijvoorbeeld tien applicaties bevatten, bedoeld voor meerdere afdelingen. Door per afdeling een application collection te maken, ken je precies de juiste applicaties toe aan elke afdeling.

Gebruikers

Zodra de app collections zijn aangemaakt, hoef je er alleen de juiste gebruikers nog maar aan toe te kennen. Net als veel andere taken, kan dit geautomatiseerd worden met PowerShell. Zodra dit alles is geregeld, zijn de gebruikers aan zet. Eerst halen ze de gratis Azure RemoteApp client op. Er bestaat een client voor platformen zoals IOS, Android, Windows Phone, Windows en OS X. Het is ook mogelijk om vooraf een download-link naar gebruikers te sturen, of de client automatisch via SSCM te distribueren. Zodra een gebruiker inlogt, zijn alleen de applicaties te zien die voor hem of haar via de app collection beschikbaar zijn gesteld.

Active Directory

Je kunt op twee manieren gebruikers toegang verlenen tot applicaties. In beide deployment-modellen (cloud deployment en hybride deployment) kan het via een bedrijfsaccount, door de eigen Active Directory te synchroniseren met Azure Active Directory. Alleen in het cloud deployment-model kan ook een Microsoft-account gebruikt worden, zoals een Outlook.com, Hotmail.com of een Live.com account. Dit laatste is vooral handig voor kleinere bedrijven en startups, die wellicht nog geen gebruik maken van Active Directory. Ook kun je zo applicaties beschikbaar stellen aan bijvoorbeeld tijdelijke medewerkers die geen bedrijfsaccount hebben.


Special: Microsoft Cloud Platform

Microsoft CEO Satya Nadella vat de koers van zijn bedrijf krachtig samen met 'Mobile First, Cloud First'. Op deze special laten we zien wat dit precies betekent voor Microsoft, haar klanten en producten. Bekijk de special >>