Datacentra waar kritieke systemen draaien beschikken over diesel-aangedreven noodaggregaten om in het geval van stroomstoringen door te kunnen draaien. Traditioneel worden deze aggregaten aangedreven door diesel, maar meer en meer installaties zijn geschikt om biobrandstof te gebruiken. In de VS is zelfs al een trend gaande waarbij bepaalde staten het gebruik van biobrandstof-aggregaten verplicht te stellen voor datacentra. Reden is dat biodiesel als energiebron een stuk duurzamer is dan gewone diesel.

Maar het gebruik van biodiesel brengt ook problemen met zich mee, zo zegt Lamont Fortune tegenover de specialistische website SearchDatacenter. Fortune is auteur van een technisch paper over het gebruik van biobrandstof van de Uptime Insititute, een denktank die zich bezighoudt met de facilitair-technische kant van datacentra.

Het probleem met biobrandstof is volgens Fortune dat deze sneller vermengd raakt met water dan gewone diesel. “Water komt bij gewone diesel eerder los van de brandstof”, zegt Fortune. “Maar bij biodiesel heeft het water meer de neiging om in de brandstof te blijven hangen.”

En daar zit een belangrijk pijnpunt: met water vervuilde diesel kan een aggregaat doen stokken en zelfs doen uitvallen. Omdat aggregaten al de laatste strohalm zijn voor een datacentrum om kritieke systemen draaiende te houden, kan de schade flink oplopen.

Dit probleem speelt evenzo mee bij mengsels van biodiesel met gewone diesel. Dat maakt het nog moeilijker, omdat veel wetgeving begint bij het verplicht stellen van deze 'B-mengsels'. Een brandstof met de aanduiding 'B5' bestaat voor 5 procent uit biobrandstof en 95 procent uit gewone diesel.

De processen om water uit de biobrandstof te halen zijn volgens de Uptime Institute vooralsnog onbetrouwbaar, waardoor naar andere oplossingen moet worden gekeken. Wel zijn er al 'best practices' in omloop in de omgang met biobrandstof. Bron: Techworld