Tegelijk met virtualisatie als belangrijkste ontwikkeling in het datacenter van de afgelopen jaren, zijn de blades opgerukt. Ondanks dat de bladesystemen een mooie compacte oplossing lijken voor de geconcentreerde rekenkracht die een gevirtualiseerde infrastructuur vraagt, moet daarbij wel een kanttekening worden gemaakt.

De blades binnen hetzelfde chassis delen naast voeding en koeling immers ook hun I/O met elkaar. Dat betekent dat toegang tot netwerk en storage voor alle blades over dezelfde verbindingen loopt. Omdat juist bij virtualisatie hele besturingssystemenoperating systems in de vorm van onderling onafhankelijke virtuele machines naast elkaar in het geheugen worden gezet, is de juiste dimensionering van de hardware voor deze specifieke toepassing cruciaal.

Bandbreedte

Raymond Canninga, product advocate IBM System x en BladeCenter bij IBM, erkent het probleem, maar is van mening dat het wel even duurt voordat de mogelijkheden van IBM’s BladeCenter tekortschieten. "Voor virtualisatie heb je voldoende bandbreedte naar opslag en netwerk nodig. Hoeveel dat precies is, hangt af van de applicaties en hoe je die over de hardware verspreidt."

"Onze systemen ondersteunen tot acht I/O-poorten voor één blade," vervolgt Canninga. "Elke blade heeft via de backplane meerdere snelle verbindingen naar de switches. Daar kunnen bijvoorbeeld twee 10 gigabyte-verbindingen, vier 1 gigabyte-verbindingen en twee SAN-links ter beschikking staan."

Hebben je toepassingen toch behoefte aan meer I/O, dan kun je met rack-gebaseerde servers aan de slag. "We hebben zeker klanten die dat doen", aldus Canninga. "Wat je nodig hebt ligt aan de toepassing, is die processor-intensief of I/O-intensief."

I/O-behoefte

In tegenstelling tot IBM biedt HP die mogelijkheid tot uitloop naar gewone serversystemen liever niet. Dat bedrijf heeft al zijn kaarten op de blades gezet. "Uiteindelijk moet de hele datacenteromgeving bladegebaseerd worden", zegt Andries den Uijl, business unit manager industrie standaard servers. "De blades worden juist ontwikkeld voor consolidatie."

Voordat klanten met een virtualisatieproject beginnen, adviseert HP hen om de I/O-behoefte in kaart te brengen. "Als een applicatie erg I/O-intensief is, dan komt dat uit onze tool", aldus Johan van Deursen, pre-sales consultant virtualisatie. "Binnen het chassis-plane bieden we een doorvoorsnelheid van 5 Tbps; dat is enorm. Op dit moment kunnen we een snelheid van 10 Gbps naar elke blade aan."

Geheugen

Geheugen is een ander belangrijk aandachtspunt voor virtualisatieservers. Omdat de virtuele machines onderling onafhankelijk zijn en elk een compleet besturingssysteem bevat, wordt meer geheugen aangesproken en kan minder van caching worden geprofiteerd. "Het is van groot belang dat er op het virtualisatiesysteem niet geswapped wordt", aldus Den Uijl. "Vandaar dat we zulke grote memory footprints ondersteunen."

"We leveren systemen met acht, twaalf of zestien memory slots", vertelt Van Deursen. "Met de huidige generatie van 4 GB kun je zo tot 64 GB in totaal gaan. Als je één GB per virtuele machine nodig hebt, dan kun je er dus 64 kwijt op een blade."

Maar vanwege de ‘memory bottleneck’ is het juist de vraag of je dat zo moet doen. Den Uijl zegt echter dat de prestaties in de praktijk niet lijden onder de gedeelde hardware. "De toepassingen komen vaak van een oudere processor. Als je nu op drie GHz gaat draaien, houd je onder aan de streep vaak een betere performance over."

Volgens Canninga van IBM zijn de problemen met geheugen minder ernstig dan voorheen, nu dat Intel onlangs de architectuur van zijn Front-Side Bus (FSB) heeft veranderd. De gewone blades ondersteunen maximaal acht geheugenmodulen van 4 Gbyte. Ook de modulen van 8 GB worden al ondersteund. Maar er zijn ook high-end systemen die tot 32 modulen kunnen herbergen.

Aparte productlijnen

Interessante vraag is natuurlijk of de extra eisen die virtualisatie aan geheugen en I/O stelt ook zullen resulteren in speciale productlijnen. Daar komt nog eens bij dat leveranciers van hypervisors inmiddels ook embedded hypervisors aanbieden die in de vorm van een extra flashgeheugen standaard met de hardware meegeleverd kunnen worden.

Canninga vertelt dat VMware ESX 3i vanaf het einde van dit eerste kwartaal aangeboden zal worden in de Intel blades en de high-end System x servers. "We leveren geen aparte hardware voor virtualisatie, maar we kijken wel naar de configuraties. Misschien moeten ze wat meer geheugen bevatten. Voor tachtig procent van de virtualisatietoepassingen bieden de blades voldoende I/O. En anders hebben we ook schaalbare systemen."

HP komt in maart met nieuwe aankondigingen op servergebied. De leverancier zal in ieder geval VMware ESX 3i en XenServer OEM Edition op zijn hardware aan gaan bieden. Op dit moment wordt intern gewerkt aan systemen speciaal gericht op de virtualisatiemarkt. Na de zomer volgt daarover meer informatie.

Bron: Techworld