Cloud computing wordt nog altijd met argwaan bekeken, omdat er twijfels zijn over onder andere de beschikbaarheid, de veiligheid en de prestaties. Dat Gmail, Hotmail en Azure er onlangs alle drie een keer uit lagen heeft dat vertrouwen geen goed gedaan.

Tijdens Cloudcamp, een unconference die vorige week is georganiseerd door iTricity, met deelnemers van onder andere Microsoft, IBM, Cisco, Juniper en Terremark, was duidelijk een gevoel te bespeuren dat cloud computing een grote verandering teweeg zal gaan brengen in het IT landschap.

Grote voordelen

De voordelen zijn gewoon te groot om te negeren. Voor je een fysieke server besteld, ontvangen en ingericht hebt, zijn er maanden voorbij, terwijl je een server in de cloud binnen drie dagen up en running hebt. En je betaalt alleen wat je gebruikt. Als die server uit staat, dan kost het niets en piekuren kun je makkelijk opvangen doordat er, tegen een iets hoger tarief, altijd extra resources beschikbaar zijn.

iTricity en Terremark lieten op Cloudcamp zien hoe makkelijk het is om servers aan te maken en te migreren van private clouds naar externe en andersom. Overigens gaat het in de cloud niet alleen om virtuele servers, zo vertelt Martijn van Zoeren van iTricity. “Wij kunnen heel goed een gemengde omgeving aan van virtuele en fysieke machines. Sommige applicaties of diensten wil je gewoon niet op een virtuele server draaien.”

Geld voor slimme dingen

“Cloud computing is een erg jonge technologie”, zegt Frank van der Wal, IT architect van IBM. “Op dit moment wordt het alleen nog gebruikt voor simpele applicaties, omdat we nog zo onzeker zijn. Maar het is niet alleen voor simpele applicaties. Over een paar jaar zullen zelfs ziekenhuizen erop draaien.” Hij wijst op nog meer voordelen. “Van elke euro die aan IT wordt uitgegeven gaat 70 op aan het onderhouden van de systemen. En dus blijft maar 30 cent over om slimme dingen mee te doen. Cloud computing kan die verhouding drastisch veranderen.”

Volgens Van der Wal zullen er eerst nog veel private clouds komen. Maar die kunnen later weer verhuurd worden aan andere bedrijven, zoals Amazon nu zijn overcapaciteit verhuurt. Overigens is het inzetten van een private cloud een goede manier voor bedrijven om op gang te komen met de cloud. Dat kwam maandag naar voren uit een paneldiscussie op de High Performance Linux on Wall Street Conferentie in New York.

Standaarden voor de cloud

“Als het je intern niet lukt, dan zal het zeker moeilijk worden om de externe cloud in te zetten”, zei Jeff Birnbaum van Merrill Lynch. Volgens hem is een private cloud duidelijk iets anders dan een standaard datacenter, waar een applicatie vastzit op een eigen server of servers. Voor een private cloud moet een bedrijf een aantal servers hebben en onder andere in staat zijn om daarop elke willekeurige applicatie te draaien. “Ik wil zo’n applicatie op 10 of op 1000 computers draaien”, zei Birnbaum. “Het workloadmanagent en het slim plaatsen van applicaties onderscheidt de cloud van het normale datacenter.”

David Crosbie, CTO van Leostream, is het met Birnbaum eens. “Intern beginnen is eigenlijk de enige manier om goed op weg te komen met cloud computing.” Vooral omdat er op dit moment geen standaarden zijn voor hoe de netwerken bij cloud computing werken als het gaat om veiligheid, business processen en beheer.

Het Open Cloud Manifesto, dat is opgesteld door onder andere IBM, Cisco, Sun en VMware, had daar de discussie over op gang moeten brengen. Maar omdat Microsoft geen invloed had bij het opstellen van het document is die discussie al begonnen met een stevige ruzie.

Bron: Techworld