Dit zogenaamde census-package is opgedoken in de 'app store' (repository) voor Ubuntu 10.04, de zogeheten long-term support (LTS) uitvoering van die Linux-distributie. Die update stuurt dagelijks een signaal naar Canonical dat er een Ubuntu-installatie in gebruik is. Dit gebeurt via het nagenoeg altijd in gebruik zijnde http (poort 80), dat dient voor webverkeer.

Aantal dagen, versie, hardware

Naast het bestaan van de installatie meldt de census-package ook hoeveel dagen het al actief is en welke Ubuntu-versie er draait. Ook de productnaam van de computer (dus fabrikant en model) wordt doorgegeven, gebaseerd op informatie die wordt opgediept uit pc-beheerraamwerk DMI (desktop management interface). De package canonical-census is opgemerkt door tech-nieuwsblog Phoronix.

In de broncode van deze installatieteller wordt vermeld dat de tool dient voor het tellen van het aantal oem-installs (original equipment manufacturers) dat nog draait op huidige machines. "Dit geeft enkele gebruikersspecifieke data door; het verzendt alleen de versie van het besturingssysteem, de productnaam van de machine, en een teller van hoeveel pings er al verzonden zijn", aldus de comments in de code van deze Canonical-tool.

Verzoek van pc-maker

Ontwikkelaar Rick Spencer van Canonical heeft al gereageerd op de ontdekking van de census-tool. Hij sust dat de data anoniem is. De ontwikkelaar legt uit dat de Ubuntu-maker ernaar streeft om Linux voorgeïnstalleerd te krijgen op zoveel mogelijk pc's en dat het simpelweg de aantallen gebruikte installaties daarvan in kaart wil brengen.

Pre-installs is één van de dromen van de Linux-desktop, blogt Spencer. "Pre-installs betekenen dat eindgebruikers niet hoeven te pielen met configuraties, dat ze geen drivers hoeven te installeren, etcetra. Als de pre-install tenminste goed is gedaan. En gebruikers kunnen dan een appels-en-appels vergelijking maken tussen hun vrije desktop en de gesloten systemen die normaliter pre-installed meekomen." Overigens zit Linux op de desktop nog altijd onder de 1 procent marktaandeel.

Unieke nummers

Canonical heeft een systeem met unieke nummers voor elke pc van de oem-partners overwogen, maar dat is afgewezen. Een uniek identificatienummer zou weliswaar geanonimiseerd worden, maar zou toch niet zozeer dienen voor alleen tellen maar meer voor echt volgen (tracken). Intel heeft ruim 10 jaar geleden een pr-debacle gecreëerd met het unieke serienummer in elke Pentium 3-processor.

Spencer verklapt in zijn blogpost ook dat juist één van de oem-partners, dus een pc-fabrikant, met het verzoek is gekomen de in gebruik zijnde installaties te tellen. "Een van die klanten vroeg Canonical of er een manier is om te weten te komen hoeveel computers die zij verschepen met Ubuntu erop ook Ubuntu erop houden." De naam van die klant wordt niet bekend gemaakt. De bekendste oem-partner van Canonical is pc-producent Dell.

Nu alleen in pre-installs

De huidige planning is om de tellertool alleen te gebruiken op de computers van de oem-klant van Canonical die hier om heeft gevraagd. Het is ook aan dat bedrijf om de verzamelde data wel of niet vrij te geven, aldus Spencer.

Die Ubuntu-ontwikkelaar vraagt zich nog wel af of het goed zou zijn om dit te installeren op de normale installaties (iso's) van de Linux-distributie. "Maar dat zou dan een deel zijn van ons normale beslissingsproces via de gemeenschap." Hij denkt dat gebruikers best wel geteld willen worden, zolang ze maar niet echt gevolgd kunnen worden.