Het consortium, Pass-One genoemd, heeft zich tot doel gesteld minimale standaarden in het leven te roepen bij het gebruik van draadloze netwerken. Gebruikers die zich inschrijven bij een bepaalde aanbieder van WLAN-diensten, moeten zonder problemen ook gebruik kunnen maken van andere bij het consortium aangesloten netwerken. Dit principe is niet nieuw. Roaming bestaat al jaren bij mobiele telefonie. Zonder dat de mobiele beller het merkt, schakelt zijn telefoon in het buitenland over op een ander netwerk. Pass-One vindt dat dit ook voor draadloze computernetwerken moet gelden. Over de hele wereld worden verschillende standaarden gebruikt bij dit soort draadloze netwerken. Bekende systemen zijn 802.11b en 802.11a. De verschillen tussen de systemen manifesteren zich in de downloadsnelheden en de frequenties die gebruikt worden. In tegenstelling tot een gsm-netwerk is er bij WLAN nauwelijks sprake van landelijk dekkende netwerken. Alleen op plaatsen waar veel mensen komen (vliegvelden, stations, openbare gebouwen) zijn antenneopstelplaatsen te vinden. Door de verschillende aanbieders op een lijn te brengen, is de bedoeling dat de dekking verbeterd wordt.