De crittercam stamt uit 1986, toen onderzoekers begonnen met het bevestigen van onhandige hulzen op dieren. In de huls slechts een camera en een batterij.

Sindsdien heeft de technologie niet stilgestaan. In de huidige crittercams van National Geographic zit naast een camera (HD optioneel) een audiorecorder, gps-module, accelerometer, drukmeter, thermometer en magnetometer.

De crittercam heeft zich bewezen bij meer dan 60 diersoorten. Afhankelijk van het beest wordt de crittercam opgeplakt (met een zuignap), opgeklemd, opgelijmd of omgedaan met een harnasgordel.

Greg Marshall, VP remote imaging van National Geographic, hoopt dat de crittercam op een dag zo klein zal zijn als een balpen.