Ja, op televisie en in de kranten word je de komende dagen weer doodgegooid met jaaroverzichten en terugblikken op het decennium dat we volgende week gaan afsluiten. Hartstikke leuk natuurlijk om ons nog een keer te herinneren aan de aanslagen van 11 september en de moorden op Fortuyn en Van Gogh, maar wat waren de belangrijkste ontwikkelingen op de internets? Een toptien.

De democratisering van internet

Zijn er nog mensen die niet online zijn? Ik ken ze niet. Oké, mijn oma. Maar die is in de negentig. Dit decennium ging bijna heel Nederland online: geen land in de wereld waar de internetpenetratie zo hoog is als hier. Een wereld zonder internet is inmiddels nauwelijks meer voorstelbaar.

Hoe anders was dat nog in de vorige eeuw. In de tijd dat ik online ging (we spreken nu over het jaar 1994) werd elke duizendste abonnee van XS4ALL nog verwelkomd met een appeltaart. Je moest inbellen en betaalde per minuut. Dat inbellen deed ik met een 14K4-modem. Het geluid dat dat apparaat maakte bij het leggen van een verbinding, zal ik nooit vergeten. Datzelfde geldt overigens voor de telefoonrekeningen uit die tijd.

Inmiddels is er alweer een hele generatie opgegroeid die geen idee heeft dat er vroeger lawaaiige modems bestonden. Internet is er gewoon – altijd en tegen vaste kosten. Met dank aan breedband: via adsl, de kabel en – op een beperkt aantal plaatsen – glasvezel komt internet inmiddels ons huis binnen.

Zelf kreeg ik in 2000 adsl. Van het inmiddels lang vergeten merk Mxstream. Destijds moest er voor een adsl-aansluiting nog een monteur langskomen die wat in je wandcontactdoos rommelde. De wet van de remmende voorsprong: door dat gemorrel in mijn wandcontactdoos zit ik vandaag de dag met een tamelijk brakke internetverbinding. Mijn stille hoop voor het komende decennium is dat er nog een keer een monteur van XS4ALL langskomt om mijn wandcontactdoos in de oude staat terug te brengen.

Gratis entertainment

De gevolgen van de opkomst van breedband zijn onder meer merkbaar bij de entertainmentindustrie. Een cd kopen of wachten tot een Amerikaanse tv-serie eindelijk in Nederland wordt uitgezonden is allemaal zooo 20ste eeuw.

In 2000 slaagde de muziekindustrie er weliswaar nog in om Napster kapot te procederen, maar de zege in de rechtszaal bleek een Pyrrusoverwinning. De peer-to-peer-techniek bleek een onverslaanbare, veelkoppige draak. Kazaa, Limewire, Bittorrent: elke keer als de entertainmentindustrie in de rechtszaal een succes boekte, dook er wel weer een nieuw platform of een nieuwe techniek op die het mogelijk maakte om muziek, films en software te downloaden.

De gevolgen van deze revolutie zijn in het straatbeeld terug te zien. De muziekwinkel waar ik eind jaren negentig nog wel eens cd's kocht is inmiddels verdwenen. Hetzelfde geldt voor de twee dichtstbijzijnde videotheken. Het is niet alleen maar kommer en kwel voor de entertainmentindustrie: de bioscopen draaien bijvoorbeeld als nooit tevoren. En ook concerten trekken meer bezoekers dan ooit (die ook nog eens meer betalen dan ooit).

Mobiel internet

In de jaren nul hebben we de opkomst gezien van de internetnomade. Internetgebruik is de laatste jaren al lang niet meer voorbehouden aan de desktop thuis of op het werk. Hele volksstammen gaan in de trein of in het hippe café met hun laptop of netbook online.

De doorbraak van de smartphone van de laatste jaren brengt deze ontwikkeling in een stroomversnelling. Menigeen zit tegenwoordig in de trein met zijn iPhone te pielen. En dat kan nog wel eens grote gevolgen hebben voor een ander fenomeen dat aan het begin van dit decennium in Nederland werd geïntroduceerd: de gratis krant. Waarom zou je immers nog het nieuws van gisteren op papier lezen als je ook het nieuws van een minuut geleden op je telefoon kan krijgen?

Altijd het laatste nieuws

Toen er in mei 2000 in Enschede een vuurwerkfabriek ontplofte, kon je daarover op de gemiddelde Nederlandse krantensite niets lezen. De Enschedese ramp deed zich namelijk voor in een zonnig weekend. En in het weekend werkten de internetredacties van kranten niet. Ik weet dat omdat ik destijds zelf internetredacteur bij een krant was.

Op het moment dat de vuurwerkramp plaatsvond, zat ik voor vakantie in Londen. In het internetcafé heb ik bijna een toetsenbord opgegeten omdat de krant waarvoor ik werkte niets meldde over de ramp. Geen speciale voorpagina! Niets! En dat meer dan 24 uur lang. De krant waarvoor ik werkte, was niet de enige die dat weekend de mist in ging. Vrijwel alle Nederlandse kranten zaten te slapen. Deze houding had veel te maken met de houding van veel journalisten van destijds: nieuws moest je bewaren voor de krant. Daarna mocht het pas online.

Die gedachte werd in de eerste jaren van dit decennium losgelaten. In 2003 was het bijvoorbeeld al heel vanzelfsprekend dat internetredacteuren (inclusief uw columnist) middenin de nacht de websites van hun kranten aanpasten omdat de Irak-oorlog was begonnen.

Dankzij Twitter en de opkomst van het real-time web gaan we nu een nieuwe fase in: we kunnen het nieuws online volgen terwijl het gebeurt.

Weblogs

Terwijl de krantensites stuntelden bij de Enschedese vuurwerkramp, waren er andere sites die wel begrepen hoe het moest: weblogs. Het roemruchte Alt0169.com bracht bijvoorbeeld de hele dag door updates.

Het weblog is goedbeschouwd een vinding van eind jaren negentig, maar dit decennium werd het gemeengoed. Dankzij makkelijk te gebruiken software zoals Blogger.com en Wordpress kan iedereen nu uitgever worden. En menige traditionele uitgever gebruikt de blogsoftware inmiddels om zijn eigen site te onderhouden. Denk bijvoorbeeld aan het Nrcnext-blog dat dit jaar aan de haal ging met twee Dutch Bloggies (de bekendste Nederlandse weblogprijzen).

Sociaal web

Weblogs behoorden ook tot de eerste websites die het mogelijk maakten om te reageren op artikelen. Een praktijk die op tal van andere sites navolging heeft gekregen. Bij Webwereld is het sinds 18 april 2001 mogelijk om reacties te plaatsen op artikelen. De eerste jaren werden wel alle reacties vooraf door de redactie gemodereerd.

De invloed die lezers daardoor kregen op de inhoud van Webwereld past in een trend: het web is socialer geworden. In de jaren negentig was het www nog vooral eenrichtingsverkeer: als je wilde discussiëren of praten ging je maar naar een nieuwsgroep of irc-kanaal. Dat veranderde dit decennium radicaal. Op allerlei manieren kunnen bezoekers meedoen. Sociale netwerken zoals Facebook en Hyves zijn helemaal op dat principe gebaseerd. Hetzelfde geldt voor het onvolprezen Wikipedia.

Google

Als er één bedrijf is dat een grote invloed heeft gehad op internet, dan is het Google wel. Het bedrijf uit Mountain View kwam, zag en overwon. Aan het begin van dit decennium maakten we ons nog grote zorgen over de enorme macht die Microsoft had. Inmiddels kun je je de vraag stellen of de invloed van Google op sommige vlakken niet wat te ver gaat – denk bijvoorbeeld aan de rol die Google speelt op de advertentiemarkt of op het gebied van privacy.

Ook op een ander vlak dringt de vergelijking met Microsoft zich op. Microsoft heeft het dit decennium echt laten liggen. Natuurlijk, we gebruiken nog (bijna) allemaal Windows en Office, maar de strijd op internet heeft de softwaregigant verloren. Zou Google eenzelfde lot kunnen treffen? Blijkt over tien jaar dat de zoekgigant net als Microsoft toch een one trick pony is? En wat is dan de dominante speler op ict-gebied?

Spam, spam, spam

Hoe vaak hebben we dit decennium wel niet iemand horen voorspellen dat het hooguit nog twee jaar zou duren voordat het spamprobleem opgelost zou zijn? Ik ben de tel kwijtgeraakt.

Natuurlijk, de spamfilters van vandaag zijn een stuk beter dan die van jaren geleden. En af en toe wordt er een flink succes geboekt in de strijd tegen spam. Denk bijvoorbeeld aan de vervolging van grote spammers. Of aan het offline halen van schurkenproviders die verantwoordelijk zijn voor het rondpompen van de meeste spam (en malware).

Maar ook aan de vooravond van het nieuwe decennium is de oplossing van het spamprobleem nog lang niet in zicht. De successen die worden geboekt in de strijd tegen spam, blijken vaak van korte duur. En ondertussen glippen er nog elke dag spamberichten door het filter mijn inbox in. Tegelijkertijd blijven bonafide mails nog wel eens hangen in de spamfilters. Het gevolg: e-mail is onbetrouwbaarder geworden dan in de jaren negentig.

Wel iets om trots op te zijn: in Nederland hebben we in de OPTA één van de best functionerende anti-spamautoriteiten van de wereld. Nergens in Europa zijn zo veel spammers beboet als in Nederland.

De opkomst en ondergang van het e-mailvirus

In mei 2000 bracht de 24-jarige Filippijnse student Onel de Guzman internet bijna op de knieën met de verspreiding van het 'I Love You'-virus. Dankzij slimme social engineering (het subject van de mail waarmee het virus werd verspreid, was: 'I Love You') openden wereldwijd duizenden mensen het attachment met daarin de payload.

De schade die het virus destijds aanrichtte, is nu bijna niet meer voor te stellen. Bij de krant waar ik destijds werkte, ging internet plat. Datzelfde gebeurde bij de uitgever van Webwereld, IDG. Eén werknemer die het attachment opende, was voldoende om de mailservers van een bedrijf helemaal te laten vastlopen.

Het 'I Love You'-virus bleek het startschot voor een tsunami aan e-mailvirussen die elkaar in steeds hoger tempo opvolgden. Ook vanuit Nederland werden er de nodige virussen verspreid – al liep dat niet altijd even goed af voor de maker.

Er leek geen einde aan te komen. Totdat er halverwege dit decennium toch een einde aan kwam. Een combinatie van beter beveiligde computers (firewalls en anti-virusprogramma's zijn inmiddels standaard; Windows wordt automagisch geüpdate) en strengere straffen (De Guzman ging nog vrijuit omdat er op de Filippijnen geen wet was die de verspreiding van computervirussen verbood) zorgden ervoor dat er een einde kwam aan de grootschalige e-mailvirussen.

Privacy onder druk

Eind vorige eeuw werd in Nederland een aftapverplichting voor internetaanbieders ingevoerd. Providers moesten hun netwerk zo inrichten dat de overheid makkelijk de opdracht kan geven om het internetverkeer van een klant af te tappen. Hoewel de aanbieders enige jaren uitstel kregen om de aanpassingen aan hun netwerk te doen (de overheid had aanvankelijk geen idee hoe dat moest), was de vrees in 2001 nog groot dat de aftapverplichting tot enorme aantallen taplasten zou leiden. De inmiddels verdwenen vereniging van internetaanbieders NLIP hield rekening met 9.000 taps in 2004 en 300.000 verzoeken om NAW-gegevens.

Zover is het gelukkig nooit gekomen, maar dat betekent niet dat internetters die zich zorgen maken om hun privacy rustig achterover kunnen leunen. De potentieel grootste bedreiging van de persoonlijke levenssfeer op internet is de bewaarplicht waarmee we in het komende decennium in Nederland te maken krijgen: providers zijn verplicht om allerhande informatie over hun klanten op te slaan. Deze verzamelde informatie moet politie en justitie helpen bij het bestrijden van terrorisme en het oplossen van misdrijven.

Maar blijft het daarbij? Hacker en internetpionier Rop Gonggrijp denkt van niet. In een interview in 2005 zei hij: "Die bewaarplicht komt er niet alleen om achteraf misdrijven op te lossen, maar ook voor data-mining. Daarbij kun je aan de hele bevolking een cijfer van nul tot honderd geven om te bepalen hoeveel ze lijken op een bepaalde groep van vijfhonderd mensen. Dat vinden mensen misschien prachtig als het om moslimterroristen gaat, maar dezelfde techniek is ook toepasbaar om te kijken wie er allemaal onderhuurder, zwartwerker, illegaal, belastingontduiker of activist zijn."

Het goede nieuws: dit decennium kregen we in Nederland een digitale-burgerrechtenorganisatie die onlangs weer nieuw leven is ingeblazen: Bits of Freedom.