Terwijl Microsoft werkt aan nieuwe versies voor zijn client- en serverbesturingssystemen, bouwt het ook een platform voor cloud computing. Dat is Windows Azure, maar het bedrijf heeft daarnaast nog oog voor de benodigde hardwarekant van cloud-datacenters. Onder de projecten waar Microsoft Research mee bezig is, zijn er enkele voor energiezuinige servers. Azure draait namelijk in eerste instantie in eigen datacenters van de producent.

De onderzoekers in de laboratoria van Microsoft experimenteren nu met servers die bestaan uit mini-moederborden met Intels energiezuinige Atom-chip. Die processor is ontworpen voor netbooks. Intel heeft eerder al laten weten geen rol te zien voor Atom in desktops of servers. Analisten stellen dat de chipproducent vreest voor kannibalisering van zijn reguliere processorlijnen. Cto Pat Gelsinger van Intel heeft dat weer tegengesproken. Hij stelt dat je voor serieuzer computerwerk automatisch uitkomt bij de Core-processors van zijn bedrijf.

Enkele kleine moederbord- en pc-producenten zijn het daar niet mee eens en hebben al desktop- en homeserverproducten uitgebracht. Ook softwarereus Microsoft blijkt nu serieus rekenwerk te willen doen op de lichte Atom-chips. Op de TechFest-bijeenkomst van zijn onderzoekslaboratoria heeft Microsoft het CCF Project (Cloud Computing Futures) getoond. Daarvoor zijn twee clusters gemaakt van servers met Atom-processors. Die chips zijn minder krachtig dan reguliere processors, maar ook een stuk lichter qua energieverbruik. De onderzoekers spreken van eenderde tot de helft van het prestatieniveau, tegen maar 5 tot 10 procent van het verbruik.

"We voeren nu een reeks experimenten uit om te zien hoe goed die clusters in staat zijn cloud services te ondersteunen", zegt onderzoekshoofd Dan Reed. Een van de te testen functies is het draaien van databases voor websites in de cloud. Daarnaast werkt het CCF-team aan een een gesloten beheersysteem dat ongebruikte servers automatisch in slaapstand zet. Zodra er weer meer capaciteit nodig is, worden die computers weer online gebracht. Dit moet gebeuren met minimale, voor eindgebruikers onmerkbare, gevolgen voor de responsetijden van de betreffende cloud-functie.

Microsoft-onderzoeker Reed legt uit dat het CCF Project het datacenter als een holistisch geheel beschouwt. Zoekmachine Google draait allang op zo'n concept; elke server in het datacenter is in wezen maar een component. Die zijn zo te vervangen en dus eigenlijk wegwerpcomponenten. Google gebruikt dan ook een groot geheel van relatief goedkope servers. Zelfgemaakte complexe software zorgt ervoor dat data verspreid staat en dat de draaiende functies zo naar een andere locatie kunnen, voor die data en voor uitvoering.

Bron: Webwereld Bron: Techworld