Novell levert SUSE Linux Enterprise Server (SLES) 10.2 met een eigen implementatie van Xen 3.2, en die combinatie wordt meestal beheerd door de producten en diensten onder de ZenWorks-vlag. Helaas wilde Novell zijn Orchestrator beheerplatform met ZenWorks-module niet ter beschikking stellen, met als argument dat Orchestrator speciaal voor elk individueel datacentrum is geoptimaliseerd door de Novell consultancydiensten, en daarom niet geschikt is om te draaien in een testlab. Vandaar dat onze bespreking puur is gebaseerd op de Xen-implementatie in SLES 10.2 met de meegeleverde tools.

Novell's Xen ondersteunt alles dat compatibel is met de x64-vesie van SLES 10.2. Deze lijst van ondersteunde serverhardware is beter dan die van de twee concurrenten, Virtual Iron en XenServer van Citrix. Helaas is de lijst met besturingssystemen die als guest worden ondersteund korter. Op die lijst staan onder andere paravirtualisatie van SLES 10, NetWare 6.5 en Windows Server 2008, en volledige virtualisatie van Windows 2000, Windows Server 2003, Windows XP, SLES 9 en Red Hat Enterprise Linux 4 en 5. Opvallende afwezigen zijn Windows Vista en CentOS.

Installatie

De installatie van SLES Xen is exact hetzelfde als die van SLES 10.210, met de installatie van de vooraf gecompileerde Xen kernel als enige verschil. Wij gebruikten de 64-bits Xen kernel, maar Novell stelt ook een 32-bits versie beschikbaar.

De Xenbundel heeft twee GUI-applicaties, en daarmee hebben we de installatie doorlopen. De vm-install tool biedt een VM-aanmaaksysteem op basis van templates en die lijken een beetje op de templates van Citrix XenServer. We gebruikten voor het instellen van het netwerk en de opslag configuratie-utilities waar we na jaren SLES-gebruik erg vertrouwd mee zijn. De VM's kunnen we paravirtualiseren, dan gaat het vaak alleen om de Linux-guests, of volledig bij de Windows-guests.

Het SLES Xen-pakket van Novell wordt geleverd met de simpele virtualisatie-applicatie Virt-Manager, wat uiteraard staat voor Virtual Machine Manager maar niet verward moet worden met de Microsofttool. Virt-Manager is de gebruikelijke, lichte GUI-applicatie die in Xen-gebaseerde producten zit. Het bevat de optie Create Virtual Machines, welke we gebruiken voordat we Windows en SLES als guest-VM's installeren. Vervolgens hebben we voor elke VM de RAM, CPU, harde schijven en netwerken toegewezen, en hebben we voor elke guest aangegeven of hij volledig of als paravirtualiseerde VM moet draaien. Als de VM wordt aangesloten op gedeelde opslag, dan moet die storage vooraf als map worden ingesteld. Dat geldt ook voor iSCSI of NFS-shares die gebruikt worden om de VM-opslag te beheren in de SLES-installatie; het is lastiger om deze na de installatie toe te wijzen.

XM

We voerden de dagelijkse beheertaakjes voornamelijk uit met het 'xm'-commande in de command line interface, en met wat shells die daar omheen zijn gebouwd. De VM's guest state kan worden vernietigd, gepauseerd, gereboot, afgesloten en opgeslagen met het xm-commando.

Novell levert ook de script 'xmclone.sh', waarmee een kopietje van een VM kan worden gedraaid. Deze vonden wij rechttoe-rechtaan en eenvoudig in het gebruik. Het enige probleem is dat het sessies alleen naar dezelfde server kan kopiëren, en niet naar een andere virtuele host. Om een image te verplaatsen, moesten we de snapshots handmatig naar de gedeelde opslag verplaatsen.

Xm volgt VM's ook, en toont uptime, de realtime status, configuratie en processorinformatie. Met xm kun je de grenzen van het geheugengebruik verleggen, en het aantal vCPU's voor de verschillende domeinen instellen. Je kunt er ook logs mee lezen en problemen oplossen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om de logs te lezen in het berichtenbuffer met het xm-dmesg commando. Wij kregen zo op verschillende testmomenten inzicht in de logs.

Omslachtige netwerkconfiguratie

Het herconfigureren van netwerkverbindingen voor VM's was met de Novell-tools nogal omslachtig omdat de instellingen gebruik maken van een virtuele netwerkadapter. Eventuele veranderingen aan de netwerkinstellingen vereisten dat we een niet-Xen kernel booten, om vervolgens weer te rebooten naar die van Xen.

Novell SLES Xen genereert geen alarmen, gebeurtenissen of Xen-specifieke rapportages, alleen die voor SLES 10.2 wat niet heel bruikbaar is voor het volgen van VM's.

Wel biedt SLES 10.2 Xen een unieke beheerfunctie ten opzichte van de concurrentie. Het is mogelijk om het aantal toegewezen CPU's aan te passen terwijl de geparavirtualiseerde VM draait. Wij vonden de mogelijkheid om extra rekenkracht aan een applicatie toe te wijzen redelijk bruikbaar.

SLES 10.2 Xen maakt gebruik van lokale security- en wachtwoordpolicies, welke worden gekozen als de standaardbeveiliging van het gehele besturingssysteem. De beveiliging van de maptoegang voor gebruikers gaat via de API's die lokaal worden ondersteund door SUSE (LDAP, Kerberos). SUSE Xen ondersteunt toegang met de Secure Shell, of met een certificaat. Gebruikers krijgen bij het starten of stoppen van VM's geen restricties voor de kiezen, zoals bij bijvoorbeeld Virtual Iron het geval is.

Consolidatie en migratie

Novell SLES Xen krijgt standaard geen P2V (Physical to Virtual) tool meegeleverd. Maar omdat PlateSpin onderdeel is van Novell, is de P2V wel beschikbaar mits ervoor betaald wordt. Vandaar dat het niet in onze testbundel zit.

Het migratieproces werkt in onze tests alleen met actieve, geparavirtualiseerde guests, en dus niet met VM's die volledig zijn gevirtualiseerd of zijn uitgeschakeld. Concurrerende Xen-implementaties kunnen dit wel. Nog een smet op Novells migratiesysteem is dat VM-migratie op iSCSI alleen tijdelijk lijkt te kunnen; de VM verdwijnt als we de nieuwe machine rebooten of uitschakelen.

Snapshots (die hier Checkpoints worden genoemd) zijn met de Novellimplementatie ook beschikbaar in de command-line string: - xm save –c domein checkpoint-bestand. Met de –c optie blijft de server draaien, maar wel met een korte pauze tussendoor. Als we de checkpoint opslaan, dan wordt de VM helemaal stilgezet. Op dat moment kunnen we doorgaan vanaf het eerder vastgestelde checkpoint met het xm restore checkpointbestand -commando.

Conclusie

Samengevat is Novell SLES 10.2 Xen een veelbelovende optie voor meerdere applicaties die virtualisatie nodig hebben. Dat het onderdeel uitmaakt van het complete SLES 10.2 pakket geeft het een hoge meerwaarde, mits ook Orchestrator erbij zou zitten. Linuxvaardige beheerders kunnen zeker met Novell Xen uit de voeten.

In de loop van volgende week deel 2: Citrix XenServer

Vertaling: Michiel van Blommestein

Bron Bron: Techworld