Dat gebeurde in november 1988, dit jaar dus 'al' dertig jaar geleden. Voor die tijd had internet nog niet hetzelfde doel als nu. Zo lang is die extra bron van vermaak dus nog niet in ons leven. Kun je je een leven zonder internet nog voorstellen? Het lijkt alsof het er altijd is geweest. Vooral voor een deel van de jongvolwassenen in Nederland.

 

Eerste internet

Het eerst netwerk in Nederland diende een heel ander doel dan het internet dat wij vandaag de dag kennen. Het was alleen voor wetenschappelijke en militaire doeleinden. In 1988 werd het Nederlandse Centrum Wiskunde en Informatica aangesloten op het internet, waarmee de eerste Europese verbinding tot stand kwam. Waarvan in 1989 gebruikgemaakt kon worden door het grotere publiek via een inbelinfrastructuur. Kun je je die inbelverbinding nog herinneren? Als je op internet zat, kon je niet gebeld worden. Het was het een of het ander. Nu zijn er verschillende manieren om internet op je computer te ontvangen; kabel, ADSL (of VDSL) en glasvezel. Waarvan glasvezel de snelste variant is.

 

Nederland koploper huishoudens internet

Dat er tussen toen en nu een hoop is veranderd op het gebied van internet, is wel duidelijk. Nederland is anno 2018 koploper op het gebied van internet vergeleken met veel andere Europese landen. Vorig jaar hadden bijna alle huishoudens, 98 procent, in Nederland toegang tot internet. Daarmee zitten we flink boven het gemiddelde, dat op 87 procent stond in dat jaar. Dat blijkt uit een analyse van het CBS. In 2015 steeg alleen Luxemburg (97 procent) boven Nederland (96 procent) uit qua het percentage aan huishoudens met internet, dat land is overigens blijven steken op hetzelfde aantal. Andere landen waarin veel huishoudens toegang hebben tot het wereldwijde web, zijn Denemarken (97 procent), Zweden (95 procent), het Verenigd Koninkrijk (94 procent) en Finland (94 procent). Vooral een deel van Scandinavië en de Benelux doet het dus goed. Al blijft België met 86 procent net iets onder het gemiddelde steken. Het minst toegang tot internet hebben huishoudens in Bulgarije (67 procent), Griekenland (71 procent) en Litouwen (75 procent). In geen enkel land is de toegang in percentages afgenomen.

 

Snelheid internet

Rond 2006 lag de gemiddelde internetsnelheid in Nederland op 4,5 Mb/s. In 2012 was de gemiddelde internetsnelheid wereldwijd 10,1 Mb/s. Nu heeft 41 procent van de Nederlanders een internetsnelheid van 15 Mb/s of hoger. Tegenwoordig wordt je geadviseerd om tot 20 Mb/s te kiezen bij een internetabonnement als je internet gebruikt om te mailen en wat rond te surfen. Al een stuk meer dan die 4,5 Mb/s van zo'n twaalf jaar terug. Kijk je vaak Netflix, luister je Spotify en stream je films en series vanaf meerdere apparaten? Dan is een abonnement van 20 tot 50 Mb/s aan te raden, en ben je een gamer? Dan is het verstandig om te kiezen voor 50 Mb/s of meer. In een korte tijd is er dus veel meer mogelijk geworden qua snelheden. Het is ook niet vreemd dat je tegenwoordig kunt kiezen aan de hand van internet vergelijken. Op die manier kun je een beetje aangeven wat je nodig denkt te hebben, om vervolgens de voordeligste keuze te maken.  

 

Internetgebruik

Vijf jaar terug was bijna 87 procent van de mensen in Nederland dagelijks online. In die periode zat ook slechts 25 procent weleens op internet van anderen, dat door de opkomst van wifi in die tijd. Nu zit meer dan vijftig procent van de mensen op internet bij anderen thuis. 'Wat is je wifi-code?' is dan ook geen gekke vraag. Vooral de groep van 12- tot 25-jarigen zit graag op internet bij een ander; 83,7 procent deed dit in 2017. De verdeling tussen het aantal mensen dat op een computer op internet zit tegenover de personen die hun smartphone erbij pakken voor internet, is verschoven. In 2012 was dit 70,5 (computer) tegenover 56,5 (smartphone). Vorig jaar was dat 60,3 (computer) tegenover 89,0 (smartphone). In 2014 was het aandeel voor mobiel voor het eerst groter. Dit blijkt uit data van CBS over 'Internet; toegang, gebruik en faciliteiten'.