Het ruwe rekenwerk wordt efficiënter, en het helpt besparen op middelen zoals fysieke ruimte en energie.

De schaarste heeft voor een groot deel te maken met een oud principe in het ontwerp van een datacentrum. Altijd was het belangrijkste doel in het ontwerp om zo veel mogelijk energie te voeren aan een zo klein mogelijk vloeroppervlakte in het DC. Gevolg: datacentra zijn relatief bescheiden van omvang.

Drie trends

Maar zelfs voor de rekencentra die ruim zijn opgezet, zijn de limieten al in extreme mate opgerekt, en wel door de volgende trends:

- Automatisering van zakelijke processen en webtechnologieën hebben de afgelopen 10 jaar ertoe geleid dat bedrijven hun serveraantallen met gemiddeld 10 procent per jaar zien stijgen.

- Consolidatie en centralisatie zijn veelgebruikte middelen om de operationele kosten binnen perken te brengen, alsook om meer compliance en veiligheid te verkrijgen.

- De eisen die servers stellen aan energie en koeling zijn gestaag omhoog gegaan omdat er meer prestaties worden verwacht.

Dat alles, en de prijs van energie blijft gemiddeld genomen natuurlijk stijgen.

Het gevolg is dat de organisaties zich om de haverklap haasten om nieuwe datacentra uit de grond te stampen en/of gebruik te maken van nieuwe technieken die her en der opduiken. Denk dan aan betere monitoring en temperatuurmeting, verbeterde ontwerpprincipes en efficiëntere netwerk-, koeling- en stroomconversieapparatuur.

Je kunt amper twijfelen dat het maximaliseren van efficiëntie en het optimaliseren van het datacentrum als geheel het beste gediend is van doorpakken op alle niveaus. Ict-managers doen er goed aan om verbeteringen door te voeren in alles van governance naar koelsystemen, energieverdeling en conversie, geografische locatie, indeling en gebruikte materialen, ict-apparatuur en operationeel beheer.

Het probleem is echter dat sommige bedrijven al absolute voorrang verlenen aan het terugdringen van datacentrumkosten . Ze hebben gewoonweg niets meer over: geen vloeroppervlakte meer, geen stroom meer.

Het is voor deze toko's onacceptabel om 12 tot 36 maanden te spenderen aan het implementeren van lange-termijnsoplossingen. Ze hebben een relatief snelle, goedkope oplossinkjes nodig die toch significante voordelen leveren en het liefst ook nog te gebruiken zijn voor toekomstige datacentra die eventueel nog worden opgezet. Dynamisch workloadbeheer heeft het in zich om zo'n oplossinkje te worden.

Het doel van dynamische workloadbeheer is het verder terugdringen van de grootste stroomvreters in het datacentrum: de servers. Het idee is dat je minder dedicated hardware nodig hebt voor workloads die niet constant draaien en geen regelmaat vertonen in het benutten van de systeembronnen.

Vier componenten

Om tot een oplossing te komen voor dynamisch workflowbeheer heb je vier elementen nodig: servervirtualisatie, load monitoring, orchestratie en het kunnen verdelen van de werklasten.

Het is algemeen bekend dat virtualisatie het aantal fysieke servers kan terugdringen. De mogelijkheid om totaal verschillende workloads op een enkele fysieke server te draaien maakt het mogelijk om het maar al te bekende scenario te vermijden dat 80 procent van de servers op een relatief laag pitje draaien, vanaf 5 tot ongeveer 30 procent.

Maar virtualisatie maakt het ook mogelijk om een abstractielaag te introduceren tussen de applicaties, het besturingssysteem en de hardware. Met andere woorden, processen kunnen draaien zonder dat je zorgen hoeft te hebben over de afhankelijkheden die applicaties hebben van onderliggende onderdelen zoals BIOS-versie, drivers en verschillende funties van het OS. Dit is belangrijk, omdat het implementeren van dynamisch workloadbeheer zonder deze abstractie een stuk ingewikkelder en restrictiever wordt.

Dynamisch workloadbeheer verkrijgt naast consolidatie ook meer voordelen van virtualisatie. Dat is waar de andere componenten een rol spelen.

De rol van werklastmonitoring is op het eerste gezicht eenvoudig: het bijhouden van de status en verbruikscijfers van servers. Maar er zit meer achter. De transparantie en datacompleetheid dienen ook voldoende te zijn om toekomstige brontekorten op te vangen (bijvoorbeeld geheugengebrek of weinig schijfruimte), en om de link te leggen tussen specifieke workloads en servers.

Dan heb je de orchestratie, het automatiseren van beheer van grote omgevingen als geheel. De informatie die dit component krijgt over de limieten van de systeembronnen kan dienen als reden om de boel op of af te schakelen. Servers kunnen zelfs automatisch geheel afgesloten worden, en later weer opgestart als ze nodig zijn.

De laatste benodigdheid wordt vaak over het hoofd gezien: een beheerapparaat voor het upstream verkeer. Als deze het bericht krijgt dat er servers bij zijn geschakeld, dan zorgt dit apparaat ervoor dat deze worden toegevoegd aan de juiste pool van systeembronnen. Het regelt ook de verdelingspatronen en voert ook de juiste verkeerspolicies uit.

Des te beter is het om een complete controller voor application delivery voor dat laatste te gebruiken. Je hebt dan slechts een enkel apparaat nodig die zowel de load monitoring als de loadverdeling op zich neemt. Het aantal actieve servers kan zelfs verder worden teruggeschroefd door de offload-functies te gebruiken. Deze plaatsen opgevraagde content regelmatig in een cache, zodat de last op servers flink wordt verminderd en af worden geholpen van intensieve taken als encryptie en sessiebeheer.

Een van de duidelijkste toepassingen van dynamisch workloadbeheer slaat op bedrijven die meerdere grote webapplicaties draaien. Traditioneel is het om extra servers in te zetten per applicatie om tot hoogbeschikbaarheid te komen en piekmomenten te ondervangen. Met dynamisch werklastbeheer kan een enkele pool van extra servers worden gedeeld door meerdere applicaties. Dat scheelt al snel 50 procent of meer in het aantal backup/overflow-servers.

De meeste organisaties hebben ook workloads draaien die pauzes inlassen of op een andere manier niet regelmatig bedelen om rekenkracht. Deze kunnen efficiënt worden ondervangen met dynamisch workloadbeheer. In datacentra waarin elke centimeter, BTU, Watt en cent telt kunnen de besparingen van grote invloed zijn.

Oestermann is vicepresident van de NetScaler productgroep van Citrix. Bron: Network World Bron: Techworld