Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat vingerafdrukken en ander DNA-materiaal niet mag worden bewaard in databases als de eigenaar ervan is vrijgesproken van een misdrijf of van rechtsvervolging is ontslagen. Het Hof was tot een oordeel gevraagd door een Fransman die was vrijgesproken van boekendiefstal, maar zich wel geconfronteerd zag met het feit dat zijn vingerafdrukken in de database bleven staan.

Opslag is inbreuk op privacy

Het Hof heeft nu gezegd dat de blijvende opslag van die data een buitenproportionele inbreuk is op het privacyrecht. De man had al in 2006 gevraagd om verwijdering van de data uit de database, maar zag dat verzoek afgewezen. Uiteindelijk strandde zijn pogingen voor het Hof van Cassatie in 2008. Daarop ging de man naar het Europese Hof. Dat oordeelde dat het inderdaad een schending is van artikel van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Juist vorige week heeft de Eerste Kamer in Nederland een wetsvoorstel aangenomen van minister Opstelten waarin vrijgesproken verdachten opnieuw kunnen worden berecht voor hetzelfde vergrijp, mits het gaat om misdrijven met dodelijke afloop. In dat wetsvoorstel was tevens opgenomen het blijvend bewaren van vingerafdrukken en DNA-gegevens van die vrijgesproken verdachten. Daar maakten enkele partijen bezwaar tegen.

Opstelten gaat advies inwinnen

Opstelten voelt de gevoeligheid en wil nader advies inwinnen over de precieze omschrijving van die dataretentie. Hij zei toe dat de data van verdachten “waarvan onomstotelijk is bewezen dat zij het strafbare feit niet kunnen hebben gepleegd” niet meer op te slaan, maar denkt wel dat dat mogelijk in strijd is met artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Dit omdat dan een onderscheid komt tussen soorten vrijspraken.

Opstelten overweegt na het ontvangen van advies van het CBP en de Raad van State met een nieuw ontwerpbesluit (een Algemene Maatregel van Bestuur) over de opslag van DNA en vingerafdrukken te komen bij het parlement. Hij wil dan van de hele regeling afzien als het strijdig blijft met het EVRM. Het CBP heeft vorig jaar al een advies gegeven aan de minister. Toen zei het College dat er “geen expliciete wettelijke grondslag” is voor het bewaren van gegevens.