Jan-Willem Chen werkt bij TOPdesk, een bedrijf dat service management software ontwikkelt en verkoopt.

Favoriete tool

“Dat is Total Commander, een opvolger van Norton Commander, ik zou niet zonder kunnen. Verder gebruiken we natuurlijk Remote Desktop en PuTTY, en andere voor de hand liggende tools.”

Werkplekken

“We zijn met twee fulltimers en een parttimer die eens in de twee weken kijkt of wij niet iets over het hoofd hebben gezien. We hebben een aantal vestigingen. In Delft zit het hoofdkantoor. Nu hebben we hier zo’n 340 gebruikers, maar meestal zijn het er iets minder dan 300. Verder hebben we nog kleine vestigingen in Londen, Antwerpen en Kaiserslautern en Budapest. In totaal hebben we 400 medewerkers.

Het wordt allemaal zoveel mogelijk centraal geregeld, maar dat is niet altijd mogelijk. In de vestiging in Londen zit vooral verkoop en advies, dus dat is geen probleem. Daar is het allemaal gewoon standaard Windows. Maar Duitsland doet aan ontwikkeling en ontwikkelaars hebben veel meer systemen nodig. Ons pakket draait op allerlei besturingssystemen, Windows, Linux, Solaris en op allerlei hardware. Verder hebben we hier ook nog een hele batterij aan oude servers staan.”

Serveromgeving

“We beheren al die testservers wel, maar gelukkig hebben die ontwikkelaars veel technische kennis. Wij lossen de problemen op, maar het is niet zo dat we iedere server inrichten. Bij de laatste telling waren het er 170.

Daarnaast hebben we trouwens nog een satellietvestiging. Daar zitten geen gebruikers, maar daar hosten we servers voor klanten. Die moeten we natuurlijk ook beheren. De meeste van die servers draaien bij ons Debian. Dat is veel makkelijker en veel minder werk om te beheren dan Windows.

De fileserver draait wel Windows met active directory. Eerst hadden we daarvoor Novell, maar we zijn overgestapt omdat de meeste klanten active directory hebben.

De mail is bij ons wat uitzonderlijk. We zitten in Delft, en er zit hier nog een ander bedrijf dat een mailserver verkoopt. Wij waren een van de eerste grote klanten van Zarafa. We zijn daarin dan ook alle grote problemen tegengekomen. Zij hadden het getest op tien systemen, maar het is iets anders als je het ineens voor 150 systemen gaat uitrollen. Tegenwoordig heeft het Exchange op veel punten ingehaald.”

Paniek en blunders

“De grootste paniek heeft ook met die mailserver te maken. We hebben eens een enorme crash gehad van de database. Om een uurtje of een werd toen duidelijk dat we het die dag niet meer zouden gaan redden. Daar is heel veel werk in gaan zitten. Maar gelukkig zijn de meeste mensen hier vrij flexibel. We zijn van geen van de systemen voor 100 procent afhankelijk.

Wat blunders betreft heb ik de standaard dingen gedaan. Je sluit jezelf wel eens buiten als je op een remote desktop aan het werk bent. En ik heb wel eens niet doorgehad dat een server aan het crashen was en toen heb ik hetzelfde nog een keer gedaan.

Het ergste was nog dat ik eens de powerstekkers van een server eruit heb getrokken, alle twee. Ik trok een server naar voren en daarbij nam ik aan dat het schuifmechanisme van het rek dat wel op zou vangen, maar dat was niet zo. Dat was wel jammer.”

Goede oplossing

“De oplossing waar we echt trots op kunnen zijn, hebben we bedacht toen we overgingen naar Zarafa. Toen hadden we al een forse database en die moest over. Dat zou weken gaan duren en dan zouden we dus weken zonder mail zitten. Toen hebben we een cluster gebouwd met een heleboel Debian pc’tjes en daarmee was het werk in twintig uur geklaard.

Later heeft Zarafa nog eens opgebeld. Die zaten bij een klant en ze wilden weten hoe wij dat hadden gedaan. We hebben ze toen alle draaiboeken en scriptjes toegestuurd.”

Dagelijkse problemen

“Het valt hier erg mee met de kleine gebruikersdingen. Al onze gebruikers zijn technisch vaardig, dus we hoeven niemand uit te leggen hoe Word werkt. Het zijn meer verzoeken voor veranderingen en nieuwe testssytemen. En we krijgen veel vragen. Meer dan de helft van de tijd fungeren we als vraagbaak. Vandaag heb ik maar één keer een verzoek gehad voor het aanpassen van een emailgroep. Verder was er een vraag van iemand die de 32 bitsversie van Exchange wilde testen. Dat kan helemaal niet, want Exchange is er tegenwoordig alleen in 64 bits te krijgen. En iemand had een slechte performance op een IMAP syncding.

Soms krijg ik ook wel aparte verzoeken. Zo was er ooit iemand die een probleem had met Asterisk en de cti-koppeling daarmee, dus moest ik daar helemaal induiken.

Op dit moment zijn we vooral veel tijd kwijt met de verbinding met andere kantoren, dat is nieuw voor ons. We hadden al wel andere kantoren, maar die verkochten alleen dingen. Dus als ze mail en internet hadden, dan waren ze gelukkig. Maar als je een ontwikkelaar aan de andere kant van de lijn hebt, wil die ook bij Subversion en dat is ineens een stuk performancegevoeliger. En ze vinden het ook leuk om met z’n zessen in een conferencecall te gaan zitten. Daar hadden we even geen rekening mee gehouden met de VoIP verbindingen. We hebben hier wel glasvezel, maar in de andere vestingingen hebben we gewoon een SDSL-lijntje. Mijn collega is heel hard bezig geweest met prioriteren over die lijnen.”

Waarom winnen?

“Ik zou niet weten waarom ik zou moeten winnen. Nou ja, we willen de publiciteit wel hebben, want we zijn heel hard op zoek naar een collega. En dat niet alleen omdat we omkomen in het werk. We redden het nu, dus redden we het over een jaar ook nog wel. Maar we zitten in een kennisbedrijf. Ons doel is altijd geweest om jonge mensen aan te nemen en die blijven niet hun hele leven hangen om hun kennis over te dragen. Het zou erg fijn zijn om er iemand bij te krijgen, zodat die de volgende alles kan leren.”

De andere finalisten zijn:

Beert Bierma Daan Lieshout Thierry Vos John Eijgensteijn Gerard van de Lagemaat Corne van de Ven

Eddy Vercauteren

Jeroen Huurman Ron Beugeling Bron: Techworld