Kaal naar het opslagmedium gekeken kent flash een veel hoger prestatieniveau dan de aloude harde schijf (HDD). Het hoge prestatieniveau volgt niet alleen uit de hogere snelheden voor het schrijven en lezen van data. Een belangrijke eigenschap van storage arrays die geheel zijn opgebouwd uit flash-drives (SSD's) is de lage latency. Bovendien is die reactiesnelheid van de opslag consistent hoog; het is geen kwestie van uitschieters onder positieve omstandigheden.

Prijspressie en capaciteit

Toch is flash-storage geen panacee. Het is niet de oplossing voor álle opslagbehoeften. Niet in de echte wereld, waar naast prestatieniveau nog andere factoren meespelen. Zoals natuurlijk prijs. Hoge prestaties hebben vaak navenant hoge kosten. De afgelopen jaren is de prijs per Gigabyte van flash-opslag weliswaar flink gedaald, maar er is nog altijd sprake van een premium. De kernvraag is of het hogere prestatieniveau die hogere prijs wel waard is. Val daarbij niet voor de theoretische verleiding van datacompressie of deduplicatie op het storagesysteem. Die databehandelingen kosten namelijk overhead op processor- of controllerniveau wat dan het prestatieniveau weer drukt.

Bijkomende vraag is of de opslagbehoefte wel in lijn is met de mogelijk in huis te halen flash-capaciteit. De opslagbehoefte moet de huidige hoeveelheid data van 'uitverkoren' applicaties omvatten en de te verwachten datagroei daarvoor. Een simpele reactie op de kwestie van prijs/prestatie is het uitrekenen van de kosten voor x GB aan flash-storage. De x kan dan de huidige opslagbehoefte zijn, maar kan ook de geprojecteerde datagroei meenemen. Deze rekensom levert een bedrag op, dat in de regel flink hoger zal zijn dan de prijs voor HDD-storage.

Hoeveel is prestatiewinst waard?

Vervolgens komt de complexe opgave van het rechtvaardigen van die hogere prijs. Het hogere prestatieniveau komt hier om de hoek kijken. Sneller is immers beter. Maar hoeveel beter is hoeveel meer kosten waard? Het antwoord op die vraag verschilt per applicatie en per organisatie. Je kunt hiervoor wel een vuistregel formuleren: hoe verder een storage-tier verwijderd is van actueel, live gebruik en bewerking door customer-facing business applicaties, hoe lager het voordeel van de flash-prestatiewinst zal zijn. Of andersom gesteld: hoe duurder flash-storage dan zal blijken te zijn.

Back-ups van bijvoorbeeld databases hoeven niet per definitie te worden opgeslagen op systemen die net zo snel zijn als die in de daadwerkelijke productie-omgeving. De meest actuele kopie wellicht wel, maar de hele historie van back-ups toch zeker niet. Hetzelfde geldt voor de mogelijk ruimteverslindende kopieën van development- en testomgevingen.

Lang geleden zijn voor de problematiek van krimpende back-up windows al concepten als incremental back-ups en snapshots ontwikkeld. Die laatste is natuurlijk geen vervanging van back-ups en de eerste kan om de zoveel tijd - of datahoeveelheid - toch weer een volledige back-up vereisen. Toch is storage-tiering hier van belang en kan een hybride storage array met flash én HDD's veel beter gepast zijn. Of eventueel zelfs een 'ouderwets' HDD-array.

Onverwachte kostenposten verlichten

Door de hogere prestaties van flash kunnen aan de andere kant bedrijfskritieke applicaties met live datagebruik voor cruciale processen veel winnen. Snellere storage vertaalt zich dan met eveneens snelle servers in snellere responsetijden voor de applicaties. Storage en server zijn hierbij letterlijk afhankelijk van elkaar. Het upgraden van serverhardware zonder de achterliggende storagesystemen kritisch te bekijken, kan de winst van applicatiesnelheden nogal drukken. Het vervangen van oudere serversoftware vanwege bijvoorbeeld supportbeëindiging gaat in de regel gepaard met hardwarevervanging. Neem dan naast servers ook storage in ogenschouw.

Een sneller storagesysteem kan naast het wegnemen van reeds bekende bottlenecks ook onverwachte kostenposten verlichten. Zoals de licentiekosten voor serversoftware. Het kan voorkomen dat applicaties vanwege snelheidslimieten van storage verspreid zijn over meerdere cores, processors of zelfs servers. Denk aan een gespiegeld of gedistribueerd storagesysteem dat wordt aangesproken door een gedistribueerd of load-balanced opstelling van serverapplicaties.

In zo'n situatie zijn er niet alleen meer kosten voor meer storagehardware maar voor meer serverhardware en de daarop draaiende software. De aanschaf van de hardware is daarbij een relatief klein aandeel. De lopende licentiekosten van applicaties per core of per processorsocket kunnen echter flink oplopen. Ja, gepaste storage kan softwarekosten schelen. Het is allemaal afhankelijk van de mix: waar is welke opslagtechnologie het meest gepast? Dat is een kwestie van ingrediënten combineren op smaak voor uw infrastructuur en organisatie.

Download de gratis ESG-whitepaper: Uiteenlopende bedrijfsdoelstellingen vereisen uiteenlopende flashoplossingen