Dat stelt analistenbureau Gartner in een persbericht. Volgens de firma hebben zich twee scholen gevormd met een andere uitleg van het fenomeen cloud computing. Met geen van beiden is iets mis, zo benadrukt het bedrijf, maar het is verstandig om ze uit elkaar te houden zodat ict’ers niet langs elkaar heen praten.

Zelf definieert de markvorser het als “een gebruiksmethode waar massaal schaalbare ict-functies worden aangeboden als een dienst, naar meerdere klanten via internettechnologie.” Onder hand is de term echter een fikse hype geworden, en wordt het gebruikt voor een mikmak aan diensten, van online email tot gevirtualiseerde omgevingen. Aanbieders van virtualisatie hebben het recentst huis gehouden op dit front, met de VMworld-conferentie als hoogtepunt.

De definities zijn volgens de analisten van Gartner onderverdeeld in twee categorieën. De eerste categorie is het aanbieden van diensten via de cloud, Software as a Service waar de klant op inlogt en lokaal geen rekencapaciteit voor de applicaties zelf verbruikt. Gedacht moet worden aan bijvoorbeeld CRM- diensten. Deze definitie komt overeen met die van de analist zelf.

De tweede groep die Gartner aanwijst is die van technologieën waarbij diensten kunnen worden gecreëerd in het rekencentrum, en deze zelf als een lokale cloud dienst doet. Deze methode leunt sterk op technieken als virtualisatie en automatisering. Het belangrijkste verschil tussen de twee is dat de eerste geen lokale hulpbronnen gebruikt voor de applicaties zelf, terwijl de tweede een extensie is van de rol van het datacentrum.

“Deze twee zienswijzen zijn ondanks hun verschillen wel degelijk met elkaar verbonden”, zegt analist David Smith van het analistenbureau in de statement. “Elke aanbieder van diensten in de cloud moet een infrastructuur hebben die in staat is om de aflevering daarvan te ondersteunen. Virtualisatie wordt vaak gebruikt om deze onderliggende infrastructuur te implementeren”, aldus Smith. “Diensten voor de infrastructuur van cloudsystemen zijn een subset van cloud computing, maar dat is niet het complete plaatje.” Bron: Techworld