Luiz André Barroso and Urs Hölzle, twee wetenschappers in dienst van Google, bepleiten zogenaamde 'energieproportionaliteit' in het ontwerp van computers, waardoor servers in potentie twee keer zo efficiënt kunnen draaien. De energiewinst kan vooral worden gehaald bij andere componenten dan de processor, zoals het geheugen, de harde schijf en netwerkapparatuur. Dat schrijven zij in het vakblad Computer.

"De huidige generatie servers draait de meeste tijd in een modus die overeenkomt met het laagste efficiëntieniveau. Om dit probleem op te lossen is een grondige revisie van componenten en systemen nodig", aldus Barroso en Hölzle.

Die typische modus van de door hen onderzochte servers ligt namelijk tussen de 10 en 50 procent van de maximale capaciteit, gemeten over zes maanden. Maar halve kracht betekent niet halve energieconsumptie, omdat veel componenten geen 'low power modus' hebben zoals de huidige cpu's die wel hebben.

Onevenredig

Dat betekent dat op een belastingniveau van 10 tot 50 procent componenten als het geheugen, de harde schijf en netwerkapparatuur een onevenredig groot deel van de energieconsumptie van de totale computer voor hun rekening nemen.

Als voorbeeld geven de onderzoekers de nieuwste Google-servers. Bij piekbelasting neemt de processor 45 procent van de totale energiebehoefte voor zijn rekening. Maar bij minimale belasting (idle) loopt dat percentage terug tot 27 procent. Dan wordt dus 73 procent opgeslokt door andere componenten.

Als geheugen, harddisks en netwerkapparatuur ook betere 'low power modi' zouden hebben dan kan het totale stroomverbruik van servers bij de huidige belasting worden gehalveerd, zo berekenen de onderzoekers. Dergelijke systemen noemen ze 'energieproportioneel'.

Barroso en Hölzle: "Energieproportionele computers kunnen enorme besparingen realiseren en de efficiëntie mogelijk zelfs verdubbelen. Bij de huidige processors is al behoorlijke winst geboekt, maar andere componenten lopen hierbij achter."

Bron: Andreas Udo de Haes, WebWereld Bron: Techworld