Door de betrekkelijk dunne glasvezelkabel kunnen grote hoeveelheden data gestuurd worden met de snelheid van het licht. Geen wonder dat de glasvezel bijzonder is geworden bij telecombedrijven. De vraag naar snelle netwerken met veel capaciteit blijft maar toenemen. In de Verenigde Staten is het probleem bijzonder groot. Grote glasvezelproducenten als Alcatel en Lucent Technologies hebben al miljoenen dollars gestoken in de uitbreiding van hun fabrieken om gehoor te geven aan de grote vraag. Maar voorlopig lopen ze achter. Een leveringstijd van een jaar of meer is geen uitzondering. De problematiek in Europa is minder groot. Veel telecombedrijven zijn jaren geleden al gestart met het aanleggen van grote glasvezelnetwerken. Een bekend voorbeeld is het Lambda-netwerk van KPN dat begin dit jaar in gebruik genomen werd: 3400 kilometer lang en aangesloten op een groot Europees netwerk. Grote problemen levert het tekort in Europa op dit moment nog niet op omdat de huidige netwerk grotendeels berekend is op de vraag van vandaag. Maar de vraag om meer capaciteit blijft sterk toenemen (KMI verwacht voor volgend jaar een groei van zeker 45 procent), dus uitbreiding van de netwerken blijft noodzakelijk. In de eerste helft van dit jaar is er al meer dan 46 miljoen kilometer glasvezelkabel in de wereld gelegd. In 1999 werd er nog 63 miljoen kilometer gelegd. Waarschijnlijk komt het totaal voor dit jaar uit op zo'n 90 miljoen kilometer. Meer dan voldoende om zo'n 117 keer op en neer te reizen tussen de aarde en de maan. Dichter bij huis is men ook druk bezig met het leggen van glasvezelnetwerken. Alleen al in Amsterdam zijn achttien bedrijven –Casema, Cistron, KPN, UPC, Versatel en WorldCom-actief met het leggen van glasvezelnetwerken in en rond de stad.