“Datacenter” is een begrip met veel definities. Deze definities verschillen per organisatie, en soms zelfs per afdeling. Neem bijvoorbeeld de facilitaire en IT-professionals, die gezamenlijk problemen binnen een organisatie aan moeten pakken, maar vaak niet dezelfde definitie hebben van een datacenter. Zo komt het voor dat de IT-afdeling de facilitaire-professionals vraagt om meer koeling, zonder rekening te houden met de extra stroom die daarvoor nodig is. Op datacentercongressen wordt dan ook vaak een sessie besteed aan het gat dat tussen deze twee afdelingen is ontstaan.

Datacentermodel

Om dit gat te dichten en om onduidelijkheid in de toekomst te voorkomen, komt Data Center Pulse (DCP), een organisatie van datacentereigenaren, -gebruikers en -managers, met een datacentermodel, het Data Center Pulse Stack Framework. Het doel hiervan is het ontwikkelen van een model dat ieder datacenter beschrijft, onafhankelijk van locatie, functie of activiteit.

Het idee is afkomstig van een bijkomst van DCP in februari 2009 in Santa Clara, Californië. Deze bijeenkomst was in feite niet meer dan een brainstormsessie over grote uitdagingen waar datacentereigenaren momenteel tegen aanlopen. Uit die sessie kwam naar voren dat er behoefte was aan een framework dat door alle datacentereigenaren en -beheerders wordt herkend, en dat dus als referentiekader kon dienen in de communicatie. Het idee ontstond dat een datacenter bestaat uit een stapel bouwblokken.

Referentiekader

Dit idee vormt, samen met input van datacentereigenaren en -beheerders, de basis van het DCP Stack Framework. Het datacentermodel gaat uit van een aantal basisvragen: Wat is de locatie van het datacenteronderdeel? Waar wordt het onderdeel mee gevoed? Hoe is het onderdeel ontworpen? Wat doet het onderdeel? Data Center Pulse heeft als doel gesteld het DCP Stack Framework op een januari 2010 gebruiksklaar te hebben.

Bron: Techworld