"Als ik aan een zakelijke architectuur denk, denk ik aan de algemene context op basis waarvan we systemen willen bouwen en gebruiken. We plannen ongeveer vijf jaar vooruit, maar het lijkt wel alsof we dat plan ongeveer elke maand moeten bijstellen om op de markt- en bedrijfsontwikkelingen te kunnen blijven reageren", aldus Dave Cogswell, directeur Technical Services bij Data-Tronics, de it-dochterondermeing van ABF Freight System. Met de nodige flexibiliteit kunnen de it-activiteiten worden gebaseerd op de bedrijfsvereisten, maar de waarschijnlijkheid van accurate, langetermijnplanning is volgens Cogswell 'uiterst discutabel'. Toch kan volgens de experts als gevolg van de enorme wijzigingen die vereist zijn om een modern datacentrum te bouwen niet langer worden voorbijgegaan aan een langetermijndoelstelling met betrekking tot de architectuur. Alleen met een bestemming in het achterhoofd kunnen netwerkmanagers intelligente beslissingen nemen over de technologieën die ze nodig hebben om een nieuwe datacentruminfrastructuur te bouwen. "Je kunt lekker achterover leunen, de kudde volgen en in de mainstream blijven. Maar het is te moeilijk om de wereld volgens een dergelijk reactiemodel te interpreteren. Als je een dramatische wijziging ziet aankomen, siert het je als je over een plan beschikt en een architectuur die je naar je bestemming leidt", aldus Geoffrey Moore, auteur en algemeen directeur van adviesbureau TCG Advisors. Moore is bepleiter van een architectonisch plan dat maar liefst tien jaar vooruit kijkt.

Hoe ziet het nieuwe datacentrum eruit?

Het nieuwe datacentrum is uitgegroeid van een conceptueel idee dat een jaar geleden voeten aan de aarde begon te krijgen tot een productie-infrastructuur die de early adopters van vandaag aan het testen en gebruiken zijn. Nu het nieuwe datacentrum in ontwikkeling is, is iedereen het erover eens dat een lange-termijnplan moet zijn gebaseerd op twee ideeën. Ten eerste aan het nieuwe datacentrum een nieuw bedrijfsmodel ten grondslag liggen: de uitgebreide onderneming, die op zichzelf een basisbouwblok vormt voor een ander nieuw bedrijfsmodel, namelijk het wereldwijde ecosysteem. Ten tweede moet veranderingsmanagement de basis vormen voor de it-infrastructuur van de uitgebreide onderneming (en uiteindelijk het wereldwijde ecosysteem). De doelstelling van netwerkmanagers bij het bouwen en ondersteunen van de het bedrijfsmodel van de uitgebreide onderneming is om een omgeving te creëren die veilige, betrouwbare en productieve it-systemen voor alle gebruikersgroepen biedt, of het nu gaat om medewerkers, klanten of leveranciers. De uitdaging voor netwerkmanagers bij het nakomen van deze belofte ligt erin om een consistent serviceniveau te bieden en tegelijkertijd extreem flexibel te blijven, aangezien verandering de enige constante is. Leveranciers en analisten blazen over de hele linie de loftrompet over hun visies en terminologie voor deze adaptieve (de term van HP), netachtige (Oracle) on-demand en autonome (IBM) dynamische IT (IDC)-infrastructuur. Alle zienswijzen hebben iets gemeenschappelijk. Zij zien de infrastructuur als een systeem van gecomponentiseerde, geautomatiseerde en hot-swappable diensten die zijn samengelijmd met de beste praktijken. Deze nieuwe kijk op infrastructuur wijkt volledig af van de traditionele zienswijze van infrastructuur als mix van draden, apparaten en software.

Diensten in plaats van apparaten

Volgens het traditionele uitgangspunt vormt technologie de basis van de architectonische zienswijze. Maar omdat technologie een veranderingspatroon kent dat sneller is dan het tempo waarmee grote bedrijven deze technologie kunnen evalueren, testen en gebruiken, levert een dergelijk uitgangspunt problemen op. "In plaats van verandering te remmen, moet it kansen creëren. Dat dit geen ironisch gegeven is, blijkt wel uit het feit dat flexibiliteit vanaf het prille begin een van de belangrijkste verwachtingen van it was", aldus Russ Daniels, Technisch Directeur van Software and Adaptive enterprise bij HP. "Volgens ons is het belangrijk om een holistische aanpak op het gebied van [adaptieve bedrijfsarchitectuur] te hanteren en deze niet als een technologische aangelegenheid te zien. Ons inziens gaat het niet om het migreren van messagingsysteem x naar messagingsysteem y of het herschrijven van de ene code naar de andere. Aanpassingsvermogen is mogelijk op basis van de duizenden architectonische beslissingen die je gedurende een aantal jaren maakt". Daniels kwam tot dit inzicht toen hij de it-architectuur van HP moest aanpassen na de beroemde fusie met Compaq. "Ten tijde van de fusie besteedden we 72 procent van ons it-budget aan operationele activiteiten en 28 procent aan wat we innovatie noemden: nieuwe mogelijkheden voor zakelijk gebruik. De doelstelling van HP is een verhouding van 50/50", aldus Daniels. Om dat te bereiken, zo realiseerde Daniels zich, moest HP de handmatige taken waarbij menselijke fouten de onderhoudskosten opdreven in kaart brengen en automatiseren. Automatisering kan een ideale invalshoek zijn om zicht te krijgen op een volledig nieuwe bedrijfsarchitectuur, vervolgt hij. Gebruikers die deze aanpak hebben uitgeprobeerd, zijn het met hem eens. "Het hele veranderingsbeheersproces - utility computing - is dé manier om de it-activiteiten te benaderen", aldus een it-manager van een Fortune 500-verzekeringsbedrijf die recentelijk een 18 maanden durend project afrondde dat ten doel had om server- en toepassingsbeheer met automatiseringssoftware voor datacentra van Opsware te automatiseren. "Onze kwetsbare plek werd gevormd door systemen met een groot aantal it-medewerkers per server. We wilden het aantal servers dat door één persoon werd ondersteund vergroten, en we zochten naar automatiseringstools om de processen te automatiseren", aldus de gebruiker die anoniem wenste te blijven. "Tools als Opsware kunnen ons helpen om onze doelstellingen te bereiken zonder de noodzaak om de hele infrastructuur te herzien." Hij onderzoekt nu op welke wijze veranderingsbeheer de basis kan vormen van de volgende-generatie, utility computing-architectuur.

Een nieuw model

Nu netwerkmanagers hun uitgebreide ondernemingen aan het uitbouwen zijn tot wereldwijde ecosystemen, merken ze dat het hun branche is die de meeste architectonische behoeften dicteert. "Veel van wat er op het gebied van on demand plaatsvindt, is alleen levensvatbaar in een branchespecifieke context", aldus John Lutz, wereldwijd vice-president voor on demand bij IBM. Met dat doel voor ogen hebben leveranciers zoals IBM, HP en Oracle gedetailleerde architectonische plannen ontwikkeld voor de belangrijkste branches. Volgens de gebruikers zijn deze plannen uiterst geschikt om hun lange-termijnplanning op te baseren. Veel bedrijven in de nutssector, auto-industrie en elektronicawereld migreren hun architecturen inmiddels al naar het nieuwe datacentrummodel en kunnen als voorbeeld dienen. Key indicators van de voortgang die in een bepaalde branche is geboekt, zijn onder meer het opnametempo van indicatietechnologie zoals virtualisatie, xml, webservices en servicegeoriënteerde architectuur, aldus Frank Gens, senior vice-president Research bij IDC. Ook de marktvolatiliteit en de informatie-intensiviteit van de sector in kwestie spelen een rol. De branche mag dan wel de specifieke architectonische dicteren, toch is er sprake van een aantal constanten die de basis voor het nieuwe datacentrum kunnen vormen. Zo verandert de infrastructuur bijvoorbeeld in een reeks diensten die intern kunnen worden gebouwd, aan derden worden uitbesteed of beide. Het generieke model bestaat uit vijf lagen plus twee elementen die over verschillende lagen zijn verdeeld: - De client-laag. Zoals gewoonlijk bestaat de client-laag uit computers en spraakapparaten en gecombineerde spraak/data-software. In het geval van het nieuwe datacentrum is er echter een ander type client in opmars die uiteindelijk het meeste verkeer zal genereren. Dit zal een geautomatiseerd computer-tot-computerapparaat zijn, bijvoorbeeld om het even welk apparaat met een radiofrequentie-id-chip (appliances, automobielen en goederenpallets). Met zoveel nieuwe clients op het netwerk zal de infrastructuur een 'kwantitatieve kwantumsprong' moeten maken, aldus Gens. Dit is een van de prangende redenen men op de lange termijn op het nieuwe datacentrum zal moeten overstappen. Met de huidige client/server- architectuur zal de infrastructuur in elkaar zakken "zodra je er minimaal twee keer zoveel gegevens bovenop gooit. We moeten bouwen op een steviger fundament", zo beweert Gens. - De dienstenlaag voor toegang tot netwerkgegevens. Deze laag omvat lan's en andere private bedrijfsnetwerken, wan-diensten op basis van geleasde lijnen, openbare-toegangsnetwerken zoals internet of metropolitan area networks en uiteindelijk zakelijke publieke netwerken zoals infranetten. - De aaneengesloten laag identiteitsbeheersdiensten. Deze laag vormt de ruggengraat van de beveiliging. Via een centrale service krijgen gebruikers en computers toegang tot specifieke zakelijke diensten. Geautomatiseerde toelevering op basis van rollen en een snelle verlening of intrekking van de toegang op basis van functiebeschrijvingen zullen hierbij een grote rol spelen. - De bedrijfsprocesbeheerslaag. Deze laag vormt steeds vaker het hart van de infrastructuur en bestaat uit drie onderdelen: beheer, analyse en bedrijfsprocessen. Volgens Daniels zouden netwerkmanagers er goed aan doen om een onderscheid te maken tussen bedrijfsprocessen die in de vorm van diensten worden aangeboden (bijvoorbeeld een toepassing voor het maken overboekingen die toegankelijk is voor alle financiële systemen) en processen die de beschikbaarheid van een dienst garanderen (zoals prestatiebewakingstools en netwerk-/opslag-/cpu-capaciteit). Door dit onderscheid te maken, zullen netwerkmanagers inzicht krijgen in de kosten die gemoeid gaan bij het aanbieden van specifieke zakelijke diensten. Op basis hiervan kunnen zij ROI-analyses uitvoeren of een adaptieve utility computing-structuur compleet met terugboekingsfunctionaliteit. Ook moet er analysefunctionaliteit worden opgenomen. Het gaat hier om it-systemen waarmee managers de bedrijfsprestatie in kaart kunnen brengen en toekomstige behoeften kunnen voorspellen. - De gevirtualiseerde infrastructuurdienstenlaag. Deze laag vormt de basis voor rekencapaciteit en gegevenstoegang waarvan alle andere lagen afhankelijk zijn en de laag die de meeste bedrijven momenteel aan het bestuderen of implementeren zijn. Servers en opslagcapaciteit worden steeds vaker beheerd als enkelvoudige pool van bronnen. In de loop van de tijd zal aan veel zakelijke infrastructuren grid computing worden toegevoegd en zal de cpu-capaciteit worden uitgebreid om rekenkundig intensieve taken mogelijk te maken. Het concept van virtualisatie wordt zelfs algemeen toegepast op allerlei onderdelen van het model, hetgeen netwerkcapaciteit op afroep en zakelijke inkooptoepassingen zoals salesforce automation of erp in application service provider-vorm mogelijk maakt. Alle lagen zullen steunen op twee architectonische pijlers: branchespecifieke beste standaardpraktijken en -procedures zoals de it infrastructure library (itil) en systeem- en beveiligingsbeheer voor het bewaken en uitvoeren van qos-functies.

Van hier naar daar

Het visualiseren van de ultieme architectuur is natuurlijk de eenvoudigste stap. Actie ondernemen om de it-organisatie die kant op te krijgen, is weer een ander verhaal. Het migratiepad maakt het noodzakelijk dat de architectonische planning in kortere tijdsbestekken en kleinere brokjes wordt getest, aldus Scott Richert, directeur Network Services bij Sisters of Mercy Health System. Naast vernieuwingsprojecten is Richert bezig met het herzien van de it-activiteiten om het server- en toepassingsbeheer te standaardiseren en automatiseren en om functionaliteit voor identiteitsbeheer te implementeren. Hij maakt technologische driejarenplannen voor afzonderlijke onderdelen van zijn infrastructuur op basis van wat hij "levenscyclusfasering" noemt. Verschillende technologieën worden geëvalueerd en in pilots gebruikt tijdens de "verrassingsfase", aldus Richert. De inkoop en implementatie vinden plaats tijdens de 'mainstream'-fase. Tijdens de 'zonsondergang'-fase ondersteunt de it-afdeling de systemen maar schaft deze geen nieuwe systemen aan. Na deze zonsondergang worden de technologieën afgedankt. Hoewel Richert nog een enkelvoudig, levenscyclusfaseringplan voor de lange termijn voor zijn hele netwerk moet opstellen, komt dat plan steeds dichter naderbij. "Ik neem verschillende onderdelen van het plan voor mijn rekening en moedig mijn team aan om de tijd te nemen om alles serieus in kaart te brengen. De datacentruminfrastructuur wordt momenteel gebouwd rond een bedrijfsprocescontext, en we moeten belangrijke indicators plannen zoals kosten versus baten, redundantie en relevante service level-indicators die aan bedrijfsprocessen zijn gekoppeld. Dat is niet makkelijk, maar wel van belang", zegt hij. Tenslotte kan elke reiziger je vertellen dat je de waarde van een accurate landkaart niet moet onderschatten. Bron: Techworld