Tsjechië is in. Volgens een enquête onder vijfhonderd top managers is het Midden-Europese land de populairste offshoringbestemming na India en China. De Economist Intelligence Unit onderzocht welke landen het meest attractief zijn op basis van negen beslissingscriteria voor offshoring. In de lijst van toplocaties staan nog naast Tsjechië nog twee voormalige Oostbloklanden in de toptien: Polen op plaats vijf en Hongarije op acht. Slowakije, Bulgarije en Roemenië volgen op de posities twaalf, dertien en veertien, respectievelijk. Daarmee zijn de Oost-Europese landen nog geen wereldspelers van formaat. Het aantal offshoringsprojecten is namelijk relatief klein. De omvang van de contracten is eveneens kleiner dan in India. De toekomst is niettemin veelbelovend. Volgens een onderzoek van Ernst & Young is Nederland de grootste investeerder in Polen en Tsjechië. Zowel dienstverlenende als productiebedrijven dragen bij aan die status. Tegelijkertijd groeit de populariteit van de overige Oost-Europese landen. Litouwen, Letland, Bulgarije, Roemenië, Wit-Rusland en de Oekraïne zijn namelijk ook landen waar Nederlandse bedrijven ict-projecten uitbesteden. Een offshoringsonderzoek, uitgevoerd in opdracht van de handels- en ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties (UNCTAD), geeft aan dat bijna een kwart van de Europese offshoringsopdrachten naar Oost-Europa gaat. De favoriete landen zijn volgens het UNCTAD rapport Polen, Hongarije en Roemenië. Met uitzondering van dat laatste land gaat de Nederlandse voorkeur echter voornamelijk uit naar de nieuwe EU-leden. Daarmee is meteen een belangrijke reden voor de sterk toegenomen belangstelling voor offshoring naar Midden-Europa genoemd. Het handels- en personenverkeer met landen in de EU is eenvoudiger dan met de overige Oost-Europese landen. De Nederlandse handel met Tsjechië bijvoorbeeld is met tientallen procenten toegenomen sinds de toetreding van dat land tot de EU. Programmeurs en andere it-experts uit de nieuwe EU-landen kunnen voortaan zonder probleem voor langere periodes in Nederland aan projecten werken. Het lidmaatschap van de EU heeft evenzogoed ook een negatief effect op een ander belangrijk voordeel van het nieuwe Europa binnen de Unie: de loonkosten gaan geleidelijk omhoog. Roemenië is het land dat het meeste profiteert van die ontwikkeling. Samen met Tsjechië en Hongarije, is dat land nu één van de meest populaire offshoringbestemmingen voor Nederlandse bedrijven die hun softwareontwikkeling willen uitbesteden. Volgens Paul Tjia, offshoringdeskundige van GPI Consultancy, is het zakenklimaat in Roemenië bovendien prettiger, meer in overeenstemming met mediterrane landen zoals Frankrijk, Italië en Spanje. Dat maakt tevens duidelijk dat ondernemers de voormalige Oostbloklanden niet als een gelijkvormig geheel kunnen beschouwen. Verschillen in politieke situatie, infrastructuuur, tarieven en talenkennis zijn wel degelijk van belang. Wat betreft het laatste hebben bedrijven in de Baltische staten en Roemenië daarbij het voordeel van respectievelijk Duits- en Franstalige werknemers. Engels is nergens een probleem, want de jongere generatie groeit op met die taal. India heeft evenwel nog steeds aanzienlijk meer te bieden dan Oost-Europa. Vooral op het gebied van kennis en ervaring, maar buiten steden als Bangalore, Chennai, Delhi en Mumbai zijn de tarieven eveneens aantrekkelijk. Daarnaast zijn de andere Aziatische bestemmingen vaak nog goedkoper. Waarom dan toch Oost-Europa? Het antwoord is eenvoudig: India en andere landen in Azië zijn voor het Nederlandse midden- en kleinbedrijf (MKB) een tikkeltje te exotisch. Het tijdverschil helpt ook niet mee. Uitbesteden in een andere tijdzone is voor de grote transnationale companies (TNCs) een voordeel. Zij werken al mondiaal en offshoring in India en verder is een logische stap. Tevens kunnen Indiase ondernemingen een breder productenpakket aanbieden. Ondernemers in het MKB geven echter de voorkeur aan de vertrouwdere Europese omgeving. Kleinere cultuurverschillen en je kunt desnoods op een dag heen en weer. Voor hen is het verder geen bezwaar met verscheidene bedrijven te moeten werken. Het kan zelfs een voordeel zijn. Voor elk project kun je de beste leverancier selecteren. Over wat voor werk gaat het daarbij eigenlijk? Voorlopig besteden Nederlandse ondernemingen vooral de ontwikkeling van software uit in Oost-Europa. Voor een deel bij lokale bedrijven, maar eveneens de dochterondernemingen of bij de Oost-Europese vestigingen van it-dienstverleners zoals Logica CMG. Vanuit Polen biedt een andere grote it-dienstverlener, Atos Origin, een relatief nieuw product aan: infrastructuur management. "Bepaalde netwerkbeheertaken kunnen namelijk vrij eenvoudig op afstand uitgevoerd worden", legt Tjia uit. "Mede dankzij dergelijke nieuwe diensten behalen Nederlandse it-dienstverleners geleidelijk een groter offshoringmarktaandeel", voegt hij toe. De keuze van het MKB voor offshoringbestemmingen in Oost-Europa is bij de mondiale spelers uit India opgevallen. "Het is de reden dat Tata Consultancy Services (TCS) een wereldwijde leveringsstrategie nastreeft met, onder andere, een vestiging in Boedapest", geeft Girish Ramachandran, Regional Director Noord-Europa voor TCS in Amsterdam, aan als verklaring voor de Indiase aanwezigheid Hongarije. Nadrukkelijker kan het potentieel van de voormalige Oostbloklanden nauwelijks bevestigd worden. Het nieuwe Europa voelt vertrouwd, soms zelfs zonder bekend te zijn. De voormalige Oostbloklanden vormen evenwel geen eenheidsworst. Het zakenklimaat, de infrastructuur en politieke stabiliteit kunnen verschillen. De relatief kleine arbeidsmarkten kunnen op termijn beperkingen opleggen. Voorlopig is dat laatste evenwel geen probleem. Daarnaast hebben de succesvolle Indiase ondernemingen het nieuwe Europa ook ontdekt. Je zou dat een offshoringskeurmerk kunnen noemen, inclusief toegang tot de arbeidsmarkt van India. Voor het Nederlandse MKB lijkt Oost-Europa daarom een goed alternatief te bieden. Bron: Techworld