Europa is marktleider voor offshoringscontracten van meer dan veertig miljoen euro. In 2004 sloten de Europeanen voor 28,4 miljard euro contracten af. Een toename met 3 miljard euro ten opzichte van 2003. De Amerikanen namen 24,5 miljard van het totaal van 58 miljard euro voor hun rekening, ofwel 49 procent voor Europa en 42,3 procent voor de Verenigde Staten. Het Nederlandse aandeel bedroeg 3,2 procent, bijna 1,9 miljard euro. De spectaculaire groei van offshoring in Duitsland is de belangrijkste reden. In enkele jaren ging het Duitse aandeel van bijna niets naar ruim 12 procent. De gestage groei in het Verenigd Koninkrijk draagt eveneens bij aan de toename. Daarnaast verklaart de ecomische situatie in de Verenigde Staten ook een deel van het Europese succes. In 2002 bedroeg de waarde van grote offshoringcontracten vanuit dat land nog 31 miljard euro. Via 27 miljard in 2003 daalde het bedrag verder naar 24 miljard euro in 2004. Een afname van ruim 22 procent. In dezelfde periode verloor de dollar echter ook aanzienlijk aan waarde. Het uitbesteden van bedrijfsprocessen, business process outsourcing (BPO), nam toe van 22 naar 33 procent van het totaal. In waarde was de toename indrukwekkender, namelijk van 12 naar 19 miljard euro. In de laatste weken van 2004 bevestigde ABN Amro die trend. Een kleine 3.000 banen gaan verdwijnen. Deels is dat hoger geschoold automatiseringswerk dat via offshoring naar andere landen verplaatst wordt. Offshoringscontracten hebben evenzogoed nog steeds voor 67 procent betrekking op it-projecten, het 'traditionele' werk. In Nederland is dat percentage hoger. Werelwijd vindt evenwel een verschuiving plaats naar uitbesteden van bedrijfsactiviteiten zoals financiële dienstverlening, accounting en inkoop. Desondanks blijven Nederlandse ondernemers zich op it-projecten richten. Europese concurrenten, zoals de Britten en de Duitsers, volgen nochtans wel de trend. Het is de vraag of Nederland nog lang een keuze heeft. Een recente publicatie van het Centraal Planbureau (CPB), 'Verplaatsing vanuit Nederland', geeft aan dat offshoring een 'win-win' situatie is voor alle betrokken landen. Ondernemingen die werk uitbesteden en de bedrijven die het werk offshore uitvoeren vergroten allemaal hun concurrentievermogen. Tevens versterkt offshoring de concurrentiepositie van de landen waarin die ondernemingen gevestigd zijn. Adviesbureau McKinsey rekende eerder al uit dat elke offshoringseuro bijna anderhalve euro oplevert. Daarvan komt vervolgens iets meer dan één euro en tien eurocenten in het land van de uitbesteder terecht. Dat neemt evenwel niet weg dat banen verdwijnen. Laaggeschoold en hoger geschoold werk. Andere banen komen daarvoor in de plaats. In Nederland verdwijnen echter jaarlijks honderduizenden banen om verschillende redenen. Vrijwel een zelfde aantal wordt evenzogoed weer gecreëerd. Een leven lang leren en veranderen lijkt ons motto voor de toekomst te worden. De eerste plaats op de offshoringmarkt heeft nog andere gevolgen voor Europa. Zolang de Verenigde Staten de offshoringmarkt domineerden, profiteerden bedrijven zoals IBM, HP, Accenture, CSC, Electronic Data Systems en Affiliated Computer Services van die situatie. Dat veranderde afgelopen jaar door de opkomst van Europa. De Europese bedrijven zoals CapGemini en Siemens wonnen terrein op hun thuismarkt. Blijkbaar kan offshoring ook banen opleveren. Tegelijkertijd bereikten Indiase ondernemingen zoals Tata Consulting Services (TCS), Wipro en Infosys de Top 20 van grootste it-dienstverleners. TCS haalde tevens de Top 10 van meest winstgevende ondernemingen. Deze succesvolle Indiase bedrijven richten hun blik steeds meer op Europa. Wipro's omzet in Europa is 350 miljoen euro, een derde van het totaal. Internet en telecommunicatie-innovaties maakten de ondernemingen groot. Werk voor overzeese klanten kon ook in India zelf verricht worden. Volgens het CPB hebben bedrijven nochtans een voorkeur voor locaties in de buurt van afnemers, leveranciers of werknemers. Voor de Indiase it-dienstverleners wordt persoonlijk contact met de klanten van steeds groter belang voor de sprong naar de Top 10. Na de pioniers moet de volgende groep ondernemers overtuigd worden. TCS heeft vestigingen in verschillende Europese landen, waaronder Nederland. In het Verenigd Koninkrijk gaat een Indiase dienstverlener een 'call centre' openen. De offshoringdiscussie wordt complexer. Het gaat niet langer alleen om banen die vanuit Europa vertrekken.

Blip of trend?

Een eenduidig antwoord valt niet te geven. Niettemin lijkt duidelijk dat een leidende offshoringpositie voor Europa vooral positieve effecten heeft. Volgens het CPB is het wel van belang dat onderzoek en ontwikkeling in Europa blijft. Offshoring versterkt de concurrentiepositie van haar ondernemingen op de wereldmarkt. Europese bedrijven kunnen een groter aandeel van de Europese markt verwerven. Indiase offshoringdienstverleners richten hun aandacht meer op Europa, wat ook banen op kan leveren. Een toenemend aandeel van de door offshoring gecreëerde waarde komt in Europa terecht. Nederland is echter niet Europa. Ondanks de toegenomen Europese samenwerking, zijn de individuele landen ook elkaars concurrenten. Europa als leider is misschien een blip. Het toenemende belang van BPO lijkt evenwel een blijvertje. Evenals de toenemende concurrentie op de wereldmarkt. Tijd voor Nederland die ontwikkeling als een uitdaging te zien en niet als een bedreiging. Bron: Techworld