Hardwarebronnen moeten kunnen worden aangepast aan de noden van gebruiker. Volgens Paul Miller, Vice President Enterprise Storage en Server Marketing, die na Furlani sprak, kunnen bedrijven de ontwikkelingen niet bijhouden als ze blijven investeren in legacy systemen. “Bedrijven zijn veel te afhankelijk van verschillende applicaties, die allemaal moeten samenwerken en gecoördineerd moeten worden. Dat is een verspilling van beheertijd”, zei hij.

Het antwoord van HP op die uitdaging is de 'Adaptive Infrastructure'. Duncan Campbell, Vice President Adaptive Infrastructure, legt tegenover Techworld uit wat dit betekent. “Het is een samenhangstrategie. De verschillende resources worden vaak behandeld als aparte silo's. Wij benaderen ze als een pool. De BladeSystem Matrix is, naar mijn mening, een bijna perfecte uitwerking van die strategie.”

De Matrix

De BladeSystem Matrix is een van de systemen die HP vandaag aankondigt. Het is een hele infrastructuur in zichzelf. Server, storage en networking zijn er in verenigd. Alle componenten apart bestonden al, maar nu zijn ze geïntegreerd in een systeem. Paul Miller verzekerde de verzamelde pers in Berlijn dat het meestal zo'n 33 dagen kost om zoiets goed op te zetten. Maar met de Matrix duurt het maar iets meer dan 100 minuten. “Bovendien is de machine helemaal op aanvraag samen te stellen uit een catalogus”, zei hij.

De Adaptive Infrastructure draait vooral om het drukken van de kosten. “Klanten komen naar ons toe omdat ze vinden dat ze te veel geld uitgeven”, zegt Duncan Campbell. “CIO's bouwen hun systemen dan ook altijd op de groei, terwijl dat in deze crisistijd tegen het zere been is van de CFO's, die kosten willen besparen.” Met het samenvoegen van de silo's kan er volgens Campbell veel efficiënter worden gewerkt. Wat overigens niet altijd betekent dat alle hardware van andere leveranciers direct aan de staat wordt gezet, zo verzekert hij.

Het gaat er uiteindelijk om dat de resources goed en efficiënt beheerd kunnen worden. Dat beheer kan met het beheerplatform dat met de BladeSystem Matrix meekomt, Orchestration Environment. Daarmee kan niet alleen de Matrix worden beheerd, maar ook systemen van andere leveranciers. Bovendien kunnen met Orchestration bijvoorbeeld workloads van fysieke naar virtuele servers worden overgezet, wat volgens HP uniek is in de IT-wereld.

Lefthand en VMware

HP doet vandaag nog drie andere aankondigingen, allemaal op het gebied van Storage. Ten eerste is er de nieuwe HP Lefthand P4000 SAN, die SAN betaalbaar en simpel moet maken. Daarnaast is er de Virtual SAN Appliance, die evengoed op hardware van andere leveranciers draait. Tot slot annonceerde HP de Tanker, een direct connect SAS storage device, voor grote data-omgevingen.

De Lefthand SAN is de eerste machine van HP met de Lefthand technologie aan boord. “Virtualisatie bracht nieuwe problemen met zich mee”, vertelt Neal Clapper, “zoals het beschermen van data in omgevingen met meerdere klanten. Daarnaast is direct attached storage moeilijk met virtualisatie en er zijn problemen met prestaties en disaster recovery. Daardoor werd storage een behoorlijke bottleneck. We hebben die problemen goed bestudeerd en hebben de markt afgezocht naar een goede partner. Toen bleek dat Lefthand die problemen had opgelost. Bovendien waren hun oplossingen geïntegreerd met VMware. En wij zijn de grootste reseller van VMware, dus dat was belangrijk.”

Bron: Techworld