De Core i7-processor is al sinds eind november op de markt voor desktopcomputers. Een uitvoering voor laptops volgt nog eind dit jaar, maar morgen komt de Xeon-variant voor servers op de markt. Computerleveranciers als Apple, Lenovo, Dell en IBM hebben al een voorschot genomen: Zij hebben de afgelopen paar weken alvast server- en werkstationmodellen onthuld met de nieuwe Intel-chip.

Die processor heeft de codenaam Nehalem en is langverwacht. Intel stapt daarmee namelijk eindelijk af van de geheugenbus en geheugencontroller in de systeemchipset. Dat is – zeker met multicore processors – in toenemende mate een flessenhals.

Voor zwaardere servers is de geheugenbus zelfs een grotere handicap. In die machines zitten vaak meerdere processors, die dan elk weer meerdere cores kunnen hebben. Het is dan vechten om de bandbreedte naar het systeemgeheugen.

AMD is daarom jaren terug al overgestapt naar een geïntegreerde geheugencontroller en HyperTransport-verbindingen tussen processors onderling en de systeemcomponenten. Dat heeft de aloude concurrent een tijd lang een voorsprong gegeven. Het heeft daarmee servercontracten gesloten met grote leveranciers als Dell en IBM.

Intel volgt dat voorbeeld nu en onthult de Nehalem-uitvoering voor servers met één of twee processors (uni- of dualprocessor). Varianten voor servers met veel meer chips volgen later. De processorproducent heeft lange tijd gesteld dat de geheugenbus nog prima voldoet. Die verbinding tussen processor en geheugen is in de loop der tijd immers flink versneld.

Toch zorgt Nehalem voor een flinke verhoging van het prestatieniveau. Volgens IBM is de bandbreedte 3,5 keer hoger en het rekenvermogen 2,5 keer hoger dan bij de voorgaande Xeon-generatie. Dit zijn maxima, afhankelijk van de kloksnelheid en de draaiende applicatie.

Bron: Webwereld

Het energieverbruik van de diverse modellen ligt tussen de 60 en 95 Watt. In het gunstigste geval kan een server dus met 50 procent minder energie toe ten opzichte van de voorgaande Xeon-server, voor een gelijk blijvend prestatieniveau. Bron: Techworld