Avaya is een van de marktleiders op het gebied van Unified Communications (UC). De filosofie van het bedrijf is om UC beschikbaar te maken voor het grote publiek. Zo moet bijvoorbeeld ‘peer-to-peer’ video moet voor vijftien cent per dag beschikbaar zijn in een persoonlijke Unified Communications-oplossing, stelt Stuart C. Wells, bij Avaya Senior Vice President & President Global Communication Solutions.

Unified Communications is al enkele jaren op markt, maar kende een erg trage start…

“Dat is heel gevaarlijk om te stellen. De definitie van Unified Communications verandert continu; vijf jaar geleden hadden we ook een compleet andere voorstelling bij Unified Communications dan nu. In het begin was UC niet veel meer dan de integratie van e-mail en spraak. Bijvoorbeeld ‘presence’ (om te kunnen zien of en hoe iemand kan worden bereikt, red.) was heel beperkt aanwezig in applicaties als Skype en messaging. Nu biedt UC in één interface zaken als e-mail, spraak, video, mobiliteit, kalenders, presence, chat, instant messaging…”

Unified Communications is nu volwassen?

“Als je kijkt naar het gebruik van spraak en e-mail, dan kun je stellen dat Unified Communications behoorlijk volwassen is. Maar bijvoorbeeld video wordt binnen bedrijven nog maar mondjesmaat gebruikt om samen te werken. En presence is nog altijd een enorme uitdaging. Om presence te laten werken, moeten echt alle leveranciers van de hardwarefabrikanten tot aan de softwareleverancier en de serviceproviders samenwerken. Bijvoorbeeld onze eigen productlijn is nog niet geschikt voor presence; daar werken we nu aan.”

Avaya zet zwaar in op de integratie met bijvoorbeeld de UC-oplossingen van Microsoft en Cisco. Zijn die integraties belangrijk?

“Absoluut. Bijna al onze klanten hebben een Cisco-netwerk en Microsoft-desktops en dan is het ook cruciaal om bijvoorbeeld voicemailberichten te kunnen weergeven in Microsoft Outlook of met een muisklik een telefoongesprek te kunnen opzetten. Ook belangrijk is de integratie met Active Directory.”

Hanteert Avaya een andere ‘ontwerpfilosofie’ dan bijvoorbeeld Cisco om optimaal te integreren met de producten van derde partijen?

“Het is gevaarlijk om te stellen dat onze producten ‘opener’ zijn dan die van onze concurrenten; zo zwart-wit is het niet. Wel is ons uitgangspunt dat we alle standaarden die bestaan ook ondersteunen. Een andere methode voor interoperabiliteit is het aanbieden van webservices, voor de gevallen dat samenwerking op API-protocolniveau niet lukt. Daarvoor hebben we de technologie ‘Communications-Enabled Business Process’ op de markt gebracht waarmee je op een hoger niveau met andere fabrikanten kunt samenwerken.”

Nu we het over protocollen hebben: alle leveranciers lijken SIP op een andere manier te hebben geïmplementeerd, al dan niet aangepast om extra functionaliteit te kunnen bieden. Hoe zit dat bij Avaya?

“Het is niet zo dat SIP zelf wordt aangepast. Als een standaard als SIP op de markt komt, dan worden de problemen opgelost die samenwerking tussen leveranciers en gebruikers in de weg staan. Maar daar omheen zit nog een hele berg aan technologieën – zoals ‘click to call’ en geavanceerde voicemailfuncties – waar gebruikers aan gewend zijn geraakt. SIP biedt een ‘extensiemechanisme’ om deze ‘rijkere functionaliteit’ vast te leggen en toch compatibel te blijven met andere SIP-systemen. Als je vervolgens toegang wilt hebben tot een functionaliteit van een andere leverancier dan kun je die extensie gebruiken. Dat is een gangbare methode.”

Ondersteuning voor SIP zit al enkele jaren in ons productaanbod. Avaya heeft een ‘SIP Enablement Server’ waarmee onze Communication Manager kan interfacen met een SIP-omgeving. Ongeveer een jaar geleden hebben we bovendien het bedrijf Ubiquity gekocht dat een SIP-applicatieserver leverde aan met name grote telecombedrijven. De server vormt nu de kern voor het leveren van SIP-functionaliteit.”

Welke trends ziet u de komende jaren op het gebied van Unified Communications?

“Het hangt sterk van het marktsegment af waar UC naartoe gaat. Mobiliteit is ongetwijfeld een trend die we gaan terugzien. Gebruikers zien mobiliteit als iets vanzelfsprekends en denken niet na over zaken als ‘geconvergeerde netwerken’. Ze verwachten gewoon dat ze zich tussen netwerken kunnen verplaatsen en overal over dezelfde mogelijkheden beschikken. Zelfs als je in de auto zit ben je gewoon onderdeel van het netwerk.

Ook zullen we steeds meer integratie zien met sociale netwerken zoals Facebook. Maar heel veel zal draaien om video, en dan variërend van low-end video op de desktop tot hoogwaardige video in vergaderzalen. Voor een paar honderd dollar heb je nu al een desktoptelefoon met een 7,25 inch LCD-schermpje en een 2 megapixel camera. Avaya levert nu al de infrastructuur voor het leveren van de video en daar zal het beheer en de monitoring van video bij komen.”

Bron: Techworld