Steve Jobs is één van de zeer zeldzame topmannen die rechtstreeks worden geassocieerd met het bedrijf dat hij leidt. Het lot van de één is verbonden met de ander. Jobs heeft na zijn terugkeer in 1996 Apple niet alleen uit het dal getrokken, maar naar nieuwe toppen gebracht. De beurswaarde van de Mac- en iPhone-maker heeft zelfs een recordhoogte bereikt. Maar onder Jobs’ bewind – voor en na zijn gedwongen afwezigheid – zijn er ook flaters geslagen.

Mac OS X 10.0

Mac OS X is met veel fanfare gelanceerd als het technologisch geavanceerde platform dat Apple-computers de toekomst in zou brengen. Uiteindelijk is dat wel bewaarheid geworden, maar de allereerst versie was nog niet echt af.

OS X 10.0 (terwijl de X al voor de Romeinse 10 staat) is in maart 2001 uitgekomen, na een lange periode van mislukte besturingssysteemprojecten van Apple (vóór de terugkeer van Jobs). Het oudere Mac OS 9, op geheel andere basis dan het geavanceerde OS X, kon niet langer mee. En dus stond Apple onder druk om het nieuwe platform uit te brengen.

Maar zelfs na enkele gesloten en publieke bèta’s was OS X niet helemaal rijp. Het was “een early adopter’s OS release”, luidde de conclusie van een review toen. Het besturingssysteem had – voor die tijd – flink zware systeemeisen, was toch nog traag, ontbeerde bepaalde functies, en werd geplaagd door vastlopers (kernel panics). OS X is in latere versies flink geoptimaliseerd en Apple heeft 10.0-gebruikers een gratis upgrade naar 10.1 gegeven.

Foto: Apple

G4 Cube

Zijn tijd ver vooruit, qua design, maar jammer genoeg ook qua (on)haalbaarheid van een smetteloze productie. De G4 Cube was een PowerMac met G4-processor in een klein vierkant kastje voor op het bureau. Het revolutionaire aan de Cube was het half open ontwerp waardoor er geen luidruchtige ventilatoren nodig waren.

De door Apple-topdesigner Jonathan Ive ontworpen kubus had in de eerste lichting echter last van productiefouten. De doorschijnende buitenlaag kreeg lelijke lijnen, wat het fraaie aanzien van de dure computer aantastte.

Bovendien moest de Cube onderdoen voor de iMac G3 enerzijds en de PowerMac G4 anderzijds. Eerstgenoemde was goedkoper en kwam compleet met (ingebouwd) beeldscherm, terwijl de tweede én goedkoper was én uitbreidbaar met geheugen, harde schijf, enzovoorts. De voorloper van de Mac mini is na slechts een jaar met stille trom ten onder gegaan.

Foto: Apple

Eerste echte iPhone

Wie weet het nog? Vóór de iPhone (in 2007) was er al een door Apple gezegende mobiele telefoon met iTunes erop. Een toestel gemaakt samen met Motorola, voordat die Amerikaanse mobieltjesmaker een flink dal inging. Apple heeft de iTunes-telefoon in september 2005 onthuld op een speciaal media-event, waar het bedrijf zo goed in is. Het al voor de lancering veelbesproken toestel had de welluidende naam Rokr. Alleen rockte het mobieltje niet.

Goed, de Rokr is Motorola’s toestel dus ook Motorola’s flop. Maar niet geheel. Dit mislukte product valt mede aan Apple toe te wijzen, dat immers heeft meegewerkt aan het ontwerp. Het floppen van de eerste echte iTunes-telefoon is te danken aan enkele beperkingen.

Zo was de combinatie van telefoon en iPod beperkt tot 100 muzieknumers, ongeacht de opslagcapaciteit van de ingestoken microSD-geheugenkaart. Die beperking was geëist door Apple, dat geen concurrentie wou met zijn goed verkopende iPod.

Foto: Motorola

Hockey-puk muis

De oorspronkelijke muis van de eerste iMacs en vroege PowerMacs zag er wel apart uit. Alleen was het niet echt ontworpen voor mensenhanden. Misschien wel voor kinderhanden, maar de kleurrijke iMac was toch echt (ook) voor volwassenen bedoeld. Klachten over onhandig gebruik en zelfs RSI (repetitive strain injury) waren niet van de lucht.

Uiteindelijk is deze éénknopsmuis (nog stammend uit het pre-OS X tijdperk) na enkele jaren afgeschaft. De Puck Mouse is opgevolgd door meer traditioneel vormgegeven Apple-muizen: met een langwerpige vorm die beter aansluit op een handpalm. Tussentijds is er nog wel een levendige handel geweest in opzetstukjes, protheses dus, voor de Puck Mouse.

Foto: Apple

Apple III

Een flop voor de echte historici: de Apple III. De opvolger van de succesvolle Apple ][ was bedoeld voor de zakelijke markt en moest de dreiging van IBM’s pc’s (met MS-Dos) tegengaan. Helaas bleek de nieuwe en dure Apple-microcomputer niet echt goed te werken.

Dit was onder meer te wijten aan het door Jobs geëiste ontwerp zonder ventilatoren. (Net als van de latere G4 Cube.) De aluminum-bodem van de Apple III moest als heatsink dienen, maar dat bleek de warmte niet altijd goed af te voeren. Dit zorgde voor vastlopers en zou zelfs het soldeersel van chips hebben losgeweekt.

Verder was er weinig Apple III-software beschikbaar en was de emulatie voor Apple ][-programma’s beperkt. Na de lancering in mei 1980 zijn er dan ook diverse ‘recalls’ geweest, gevolgd door revisies van het ontwerp. Uiteindelijk is de Apple III wel op orde gekomen, maar de reputatie was toen al besmeurd.

Dat heeft ervoor gezorgd dat de Apple ][ een veel langer leven was beschoren. Van die bekende microcomputer zijn er na de lancering van de Apple III nog vele varianten verschenen, die nog jarenlang zijn geproduceerd en verkocht.

En nee, deze flop is niet toe te wijzen aan Apple-ceo John Sculley. Die topman is namelijk pas na de ontwikkeling en lancering van de Apple III aan boord gekomen.

Foto: Apple

Pepsi-ceo

Over die eerste Apple-ceo ná Jobs gesproken: die topman is door Steve zelf geronseld bij Pepsi. Met de welluidende ‘pitch’: “Wil je de rest van je leven suikerwater verkopen of wil je met mij meekomen en de wereld veranderen?” Niet alleen heeft Sculley een donkere Apple-periode op zijn geweten, hij heeft ook Jobs uit Apple gezet. Op aangeven van de board of directors, maar toch.

De reden voor de machtsgreep, wat neerkwam op Jobs’ ‘ontslag’, was dat de grondlegger van Apple eigengereid was, temparamentvol, en niet genegen zich te schikken naar de bedrijfsleiding. Kortom: een control freak die ‘out of control’ was.

Eigenlijk zijn dat allemaal eigenschappen waar hij tegenwoordig juist om geroemd wordt. Want het zijn die Jobs-trekjes die Apple successen hebben gebracht. Toch was het inhuren van Sculley geen succesnummer van Jobs, iets wat de ex-ceo in kwestie zelf ook toegeeft.

Foto: Apple