Johan van Langenhove is systeembeheerder bij de Scheikunde faculteit aan de Technische Universiteit van Eindhoven. Hij werkt op een ICT-afdeling van vijf mensen, namelijk één ICT-coördinator, één webontwikkelaar en drie systeembeheerders. Daar is Johan er één van. Hij doet met een andere collega alle werkzaamheden omtrent servers, opslag, virtualisatie en specialistische facultaire ICT-toepassingen.

Elk van de tien faculteiten heeft een decentrale ICT-club. Die faculteiten maken gebruik van de centrale ICT-dienstverlening van de Universiteit. “Zij bieden diensten aan als de e-mailomgeving, de Active Directory en de Sharepoint omgeving. Daarnaast hebben we aan de faculteitkant gedeeltelijk het beheer van de diensten die de centrale ICT dienstverlening aanbiedt. We hebben dus een gedeelte van de Active Directory in beheer, een stukje van de e-mail en gebruikersbeheer. Daarnaast hebben we eigen faculteitspecifieke ICT-oplossingen voor Scheikunde. Dat zijn meestal toepassingen waarmee je berekeningen rondom moleculen kunt uitvoeren”, zegt Johan.

Onderzoekers als gebruikers

De mensen die met vragen komen en waar Johan mee in contact komt zijn meestal onderzoekers. “We hebben hier veel mensen die onderzoek verrichten. Die stappen vaak op ons af met specifieke vragen. Andere Medewerkers zien we ook nog wel redelijk vaak, maar studenten een stuk minder. De onderzoekers zijn wat specifieker en specialistischer bezig met de software die ze gebruiken en vergen er dus ook meer van. De studenten krijgen een standaard notebook met een voorgeïnstalleerde image. Die is opleidingsspecifiek en meer hebben ze eigenlijk niet nodig. Bij onderzoeken gebeurt er steeds weer wat nieuws en zijn er ontstaan vaak specifieke vragen.”

De Scheikundefaculteit is als één van de eersten bezig gegaan met virtualiseren binnen de TU/e. “De ICT-coördinator zei dat we iets met VMware gingen doen en zo geschiedde. Daar waren we erg snel mee. Elke faculteit heeft trouwens een eigen serverruimte. Daar worden de facultair specifieke servers gehost. Dat wordt wel minder bij onze faculteit, door virtualisatie. Bij alle nieuwe functionaliteit wordt gekeken of het niet virtueel aangeboden kan worden. En eigenlijk kan dat tot nu toe altijd. Al onze fileservers, licentieservers, printservers en webservers zijn virtueel. We hebben nog één oude monitoringserver en die willen we ook virtueel gaan maken. We virtualiseren trouwens op HP DL380 G7 systemen. Omdat we diensten van de centrale ICT-dienst afnemen, hoeven we niet al te zware fysieke servers te hebben staan.

Tool

Zoals elke week vragen we wat de favoriete tool is van de sysadmin. Die van Johan is Bginfo. “Die hoort bij de Sysinternals suite van Microsoft. Hij is erg handig omdat je hem op de achtergrond kunt laten lopen en je kunt er een aantal gegevens uit je virtuele of fysieke machines mee naar boven halen. Hij toont een bitmap plaatje, het soort processor, de naam, het IP-adres, je volumes en vrije ruimte daarop, etcetera. Als je met remote desktops werkt is het wel handig om wat systeeminfo te kunnen zien. Je behoudt het overzicht heel goed met Bginfo. Als je veel switcht tussen virtuele desktops is het bijvoorbeeld echt een grandioze tool. Het is erg makkelijk te zien of je op je facultaire server bezig bent of op een client.

Nachtje doorhalen

Johan is niet vies van extra werk. Maar als het dan allemaal nog langer duurt omdat er allerlei procedures gevolgd moeten worden bij een externe partij, is hij minder blij. “We waren een keer ’s nachts bezig met een migratie en toen hadden we de helpdesk nodig. Maar die werken vaak met vaste protocollen en daar willen ze dan niet van afwijken om hun eigen hachje in elk geval niet op het spel te zetten. Als je midden in de nacht eigenlijk naar huis wil en ze gaan vragen of de juiste stekker wel in het stopcontact zit , wil je ze af en toe wel door de telefoon trekken. We hadden die keer een vervangend onderdeel nodig en als dat het geval is, moeten ze wel heel erg zeker van hun zaak zijn. Dus ze gaan alles tien keer checken, waardoor het voelt alsof ze het idee hebben dat ze een kleuter aan de lijn hebben. Erg vervelend!”

Tips

Johan vindt één ding van het systeembeheervak erg belangrijk en dat is de dialoog. “Je bent er uiteindelijk voor de mensen, je klanten, je gebruikers dus. Het is in mijn ervaring ontzettend belangrijk om feedback van je gebruikers te krijgen. We zitten in een cultuur van veel e-mailen en bellen, maar er gaat gewoon niets boven face-to-face als het om duidelijk communiceren gaat. Ik stap dus regelmatig bij bijvoorbeeld een onderzoeker naar binnen. Het is bovendien leuk om vanuit de perceptie van de gebruiker het antwoord op je vragen te zien. Eigenlijk moet je het zo zien, dat wij er simpelweg gewoon zijn voor die mensen om een ICT-oplossing te bieden. Niets meer en niets minder. En ik denk dat je dat niet uit het oog mag verliezen.”

Bron: Techworld