De meeste makers van mobiele telefoons zagen hun verkoopaantallen teruglopen en hun marktaandelen dalen. Van de grote ondernemingen presteerde Ericsson het slechtst, zo stelt een onderzoek van bureau Strategy Analytics waar The Wall Street Journal over bericht. De mobiele telefoontak van het Zweedse Ericsson, die in oktober 2001 fuseerde met hetzelfde onderdeel van Sony, verkocht in 2001 met 27, 9 miljoen stuks ruim 35 procent minder mobieltjes dan het jaar ervoor. Het Duitse Siemens zag het aantal verkochte mobieltjes met 2,7 procent dalen naar 28,4 miljoen. De gsm-makers die niet tot de Grote Vijf behoren wisten 22,5 procent minder telefoons af te zetten en bleken steken op 109,5 miljoen verkochte toestellen.

Marktaandeel

Motorola lukte het wel meer mobieltjes te verkopen. De Amerikanen zagen 58,6 mljoen gms's over de toonbank gaan en wisten daarmee bijna 15 procent meer te verkopen. Maar alleen Nokia en Samsung lukte het meer mobieltjes te verkopen en marktaandeel te winnen. De Finse marktleider zag 140 miljoen toestellen over de toonbank gaan: een toename van 9 procent. Nokia verkocht in 2001 36 procent van alle mobieltjes in de wereld en vergrootte daarmee zijn marktaandeel met 5 procent. Het Koreaanse Samsung deed het nog beter. Het zag het aantal verkochte gsm's met ruim 30 procent stijgen naar 28,6 miljoen. Samsung is de derde mobiele telefoonproducent ter wereld, met een marktaandeel van 7 procent, 2 procent meer dan in 2000. Analisten wijzen er op dat Samsung zich heeft geconcentreerd op de verkoop van duurdere toestellen. Nokia verdient vooral door grote aantallen af te zetten. Door de onaantastbare positie van de Finnen op dit punt, leggen andere concurrenten als Sony Ericsson en Motorola zich in navolging van Samsung ook toe op de high-end markt.