Microsoft en hoster GoDaddy onderzochten samen met Rutgers University omgevingsfactoren die van invloed zijn op de betrouwbaarheid van schijven in datacenters (PDF). Daaruit blijkt dat van alle omgevingsinvloeden controllers en adapters het zwaarst te lijden hebben als de luchtvochtigheidsgraad stijgt.

Nadelen lucht doorpompen

Die stijgt wanneer hitte wordt afgevoerd door het rondpompen van lucht. Verdamping zorgt ervoor dat de vochtigheidsgraad in het datacenter stijgt naar niveaus tot 90 procent. Het datacenter moet die luchtvochtigheid afvoeren, omdat anders de koeling door middel van verdamping niet meer functioneert. Van falende componenten is het overgrote deel de harde schijf, gevolgd door geheugenmodules.

De tests werden uitgevoerd op meer dan een miljoen drives in negen datacenters van Microsoft gedurende anderhalf tot vier jaar. De drivedefecten als gevolg van luchtvochtigheid waren zodanig dat er geconcludeerd kon worden op basis van falende schijven welke datacenters werkten met free-cooling (waarbij indirect wordt gekoeld met waterverdamping met als gevolg een hogere luchtvochtigheidsgraad) tegenover compressorkoeling.

Meer aan redundancy

De onderzoekers ontdekten onder meer dat schijven langer betrouwbaar bleven achterin de serverruimte, waar het heter is maar de luchtvochtigheid lager. Ze stellen verder dat het in veel gevallen goedkoper is om schijven iets sneller te vervangen dan om te investeren in dure klimaatbeheersing - als je zorgt voor goede dataredundancy.

Klimaatbeheersing in datacenters is een boeiend onderwerp en er worden steeds nieuwe dingen geleerd die oude aannames op zijn kop zetten. Enkele jaren geleden plaatste Intel een datacenter in de woestijn van Arizona en koos het voor indirecte koeling door lucht binnen te pompen, in plaats van de ruimte te veranderen in een vrieskist. Intel ontdekte dat dit prima werkt. Datacenters kunnen tegen hitte. De stof uit de woestijn die ermee binnen werd gehaald bleek echter wel een probleem.