Data-uitwisseling tussen computers is natuurlijk niet nieuw. Systemen worden al decennia lang via netwerken met elkaar verbonden. Wel nieuw is de manier waarop communicatie op dit moment wordt georganiseerd en geïnitieerd. Ten eerste werden verbindingen tussen systemen altijd expliciet gelegd. Zo wordt de connectie naar de database hard vastgesteld in de applicatie. Ten tweede werd de verbinding altijd gestart vanaf de gebruikerskant. Een toepassing vraagt pas om informatie als hij die nodig heeft of als een bepaalde tijdsduur is verstreken. Een RSS-nieuwslezer bijvoorbeeld heeft bij elke feed een instelling hoe vaak hij deze ververst. Hetzelfde geldt voor data-acquisitie software. Deze bemonstert eens in de zo veel tijd zijn sensoren door een lijst af te lopen. Dit zogenaamde "pollen" is typerend voor het client-server model waar de meesten van ons groot mee zijn geworden.

Tegenwoordig voldoet dit model echter niet meer. Het pollen van grote aantallen sensoren zonder dat je weet of daar iets nieuws te halen is, verbruikt een heleboel bandbreedte. Bovendien kan het zijn dat je zeldzame veranderingen wel heel snel wilt weten. Bijvoorbeeld als het om de brandmelders in de systeemrekken van het rekencentrum gaat. In dat geval kun je volgens dit model niet anders dan heel vaak (vergeefs) opvragen. Bij dit soort systemen zou je liever willen dat de sensoren zelf in actie komen als er iets belangrijks te melden valt. Is er geen rook, geen brand, geen verhoogde temperatuur of de aanwezigheid van water waargenomen, dan hoort het centrale beheersysteem niets. Eventueel kunnen de sensoren elk uur een klein heartbeat-berichtje sturen om te laten weten dat ze nog in de lucht zijn.

Behalve dat deze gedistribueerde opzet een hoop onnodig dataverkeer scheelt, is er een nog veel belangrijker voordeel: de sensoren hoeven niet meer aangemeld te worden. Omdat het gaat om steeds grotere aantallen, soms met tienduizenden nodes, wordt men wel gedwongen om naar andersoortige management- en communicatie-hiërarchieën te kijken. Daarbij fungeren de eindpunten als zelfstandige agents die zichzelf bekend maken zodra ze geactiveerd worden.

De komende jaren zullen steeds vaker van dit soort gedistribueerde systemen zien, waarbij apparaatjes op ad-hoc basis contact met elkaar en hun beheerders zoeken. Moderne programmeer-omgevingen als Java bieden hiervoor allerlei mooie faciliteiten. Zo kunnen systemen zich abonneren op updates van andere. Hans van den Broek, de CTO van HP's Technology Solutions Group, ziet de beheersystemen in het datacenter zich ontwikkelen naar één groot geïntegreerd operating system voor het hele rekencentrum. Hij spreekt daarbij van pervasive computing: "Het datacenter is het systeem."

Volgens Van den Broek zijn al die duizenden controlepunten niet meer te beheren op de traditionele hiërarchische wijze. Hij ziet op dit moment dan ook een verschuiving naar nieuwe architectuur-paradigma's. "Dat geldt voor grid computing, maar bijvoorbeeld ook voor elektriciteitsleveranciers. Op hun netwerk kun je je nu ook aansluiten als leverancier van stroom." Andere voorbeelden die hij noemt zijn informatie en beveiliging. Bij die laatste zien we nu een trend naar federated concepten. "Veranderingen in de hiërarchie van het netwerk zijn nog niet commercieel, maar wel een onvermijdelijke trend."

Bron: Techworld