En Big Blue staat niet alleen. Andere bedrijven die vooral op de mainframe zitten, zoals BMC, Compuware en CA, profiteren flink. Dat is niet slecht voor een platform dat bij de buitenwacht het beeld oproept van ponskaarten, ouderwetse programmeertalen en vendor lockin. 'Wegmigreren, hoe pakken we dat aan?' was altijd de vraag die gesteld werd. Maar nu lijkt die vraag te zijn omgeslagen: 'is de mainframe misschien wat voor ons?'

Hoge kosten en inflexibiliteit hebben zeker in de jaren '90 ervoor gezorgd dat big iron een imagoprobleem had, zo erkent ook Marcel den Hartog, hoofd marketing van de mainframedivisie van CA."Daarbij komt dat beheerders van mainframes door het management werden beschouwd als op zijn zachtst gezegd arrogante hufters", zegt Den Hartog over de slechte reputatie van big iron. De clichématige 'dood' van de mainframe is in die periode meerdere malen voorspeld.

Maar rond 2001 kwam de kentering, zegt Forrester-analist Brad Day. "Het werd toen mogelijk om Linux workload op de mainframe te draaien, waardoor de machines niet alleen meer voor datatransacties konden worden gebruikt, maar ook voor processen die voorheen waren toevertrouwd aan gedistribueerde Unixsystemen", zegt Day. "Zeker in de laatste twee jaren hebben we een enorme groei in het aantal MIPS (Million Instructions Per Second, red.) gezien, en dat wordt veroorzaakt door de groei van het aantal nieuwe workloads, zeker die van Java op Linux." IBM zelf beaamt dat.

Nieuwe klanten

En het zijn niet alleen bestaande IBM-klanten die mainframes kopen, opeens stappen gebruikers van gedistribueerde systemen mondjesmaat over op big iron. "Net als bij andere platforms worden de meeste systemen afgenomen door de bestaande klanten", schrijft Philipp Wessing, hoofd System z van IBM Nederland. "Desalniettemin zien we ook een groei in het aantal nieuwe klanten dat voor het mainframe heeft gekozen danwel teruggekeerd is naar dit platform."

Zowel Day als Den Hartog geven als reden dat het mainframe aan een behoefte tot consolidatie kan voorzien, die het apparaat voorheen niet werd toegedicht.“Waar critici aan voorbij gaan, is dat mainframes zijn gebouwd om constant op volle toeren te draaien, en zo miljoenen transacties afhandelt”, zegt Den Hartog.

Een van de redenen voor een overstap naar een gedistribueerd model was dat het lang duurt om applicaties voor een mainframe te bouwen, en om ze indien nodig aan te passen. “Maar een serveromgeving wordt erg complex en groot, en bedrijven kwamen erachter dat het die problemen met het nieuwe model niet opgelost werden. Ze moesten consolideren: of virtualisatie, of toch doorgaan met mainframe. Nu wordt steeds vaker voor dat laatste gekozen.”

Daarbij komt dat vooral IBM met System z een paar slimme stappen heeft gezet, zegt Day. "In februari kwam de z10 Enterprise Class uit. Daar hebben ze flink mee uitgepakt: anderhalf keer zo snel als de z9, en de mogelijkheden om snel en kosteloos te migreren zorgde ervoor dat veel grote bedrijven toehapten." En Day ziet nog meer potentie in de afgelopen week uitgebrachte System z10 Business Class, het kleinere broertje. "Bij Forrester zien we dat de vraag naar dat systeem drie keer zo hoog ligt als bij de Enterprise Class. Dat gaat geheid een klapper worden."

De specialty engine, kort door de bocht een processor die met microcode is vastgezet voor een specifieke workload, is volgens zowel Day als Den Hartog een meesterzet geweest, omdat deze de licentiekosten danig naar beneden haalde. Den Hartog: "Opeens werd 20 procent van de oorspronkelijke prijs betaald voor een processor. Dat scheelt enorm in de kosten."

Blijvende kritiek

Maar kritiek op de mainframe blijft bestaan, zeker vanuit de hardwareleveranciers die zelf geen mainframes voeren. HP voert actief campagne onder zijn klanten om van big iron af te stappen, en biedt een migratieprogramma (het Mainframe Alternative) aan. “Dat bedrijven niet overstappen is vooral angst voor downtime”, zegt Herman Eggink, Manager Mainframe Alternative van HP. "Deze systemen draaien hoogst kritische applicaties, al jarenlang. Maar het blijft een dure aangelegenheid. " Aad Weesenaar, Lead Solution Consultant TSG-divisie van HP, voegt eraan toe dat de prijsbepaling van de softwarestack stil heeft gestaan. "Waar de licenties op gedistribueerde systemen na eerste aanschaf jaarlijks een fractie van de nieuwprijs kosten, betaalt de mainframegebruiker het volle pond. Voor partijen als CA en Software AG is de mainframe een regelrechte melkkoe"

Het is een probleem dat Forrester-analist Day beaamt. "CA is de grootste boosdoener in deze, ze hebben lange tijd een monopolie gehad op de softwarestack," zegt Day. "Ondertussen is de concurrentie wel iets toegenomen, met toetredingen van BMC en Tivoli."

"Ach ja, oude koek", zo reageert Den Hartog op de uitspraken. "De mainframe softwaremarkt is een 'gewone' markt geworden, met tal van aanbieders die ten opzichte van elkaar en van andere technologieën moeten concurreren op prijs en prestaties. Zo ook CA."

Den Hartog wil het beeld van een dure softwarestack verder nuanceren. "Die critici zien alleen de kosten zonder de baten", zegt Den Hartog. "Een mainframe draait constant op volle toeren, en soms wel meer dan 50.000 applicaties tegelijk. Natuurlijk is dat duurder dan een enkele applicatie op distributiesystemen. Laten we een vergelijking maken: neem een grote bank met 3500 gedistribueerde systemen, waarvan tweeduizend Windowssystemen, duizend Unixservers en nog eens vijfhonderd Linuxbakken. Bij elkaar komen de kosten op zo'n vijf miljoen, terwijl het effectief gebruik van de omgeving rond de 20 procent ligt. Ze kunnen het hebben, maar dat zet de dingen in een ander licht." SAP en Oracle, zo zegt hij verder, zijn ook niet bepaald goedkoop. "Je houdt altijd een zekere afhankelijkheid."

Legacy

Maar een nog problematischer, en vooral technischer, probleem is volgens alle partijen de legacy die big iron teistert. Veel code die op mainframes staat is geschreven in een oude taal; daarbij zorgt COBOL, voor het eerst ontwikkeld in 1959, nog voor de minste problemen, want daar zijn nog programmeurs voor te vinden. “Maar er zijn ook applicaties die bijvoorbeeld in PL/I geschreven zijn. Nog maar weinig programmeurs die daarmee overweg kunnen,” zegt Herman Eggink van HP. "In Zweden ben ik op een klant gestuit die een 72-jarige gepensioneerde elk jaar twee maanden laat terugkomen om onderhoud te plegen op de Unisys mainframe daar, domweg omdat hij de enige in de wijde omgeving is die PL/I kan programmeren," zegt Eggink. "Het gebeurt nog steeds dat medewerkers van bijvoorbeeld callcenter van een verzekeringsmaatschappij de informatie op hun scherm moeten overschrijven op een papiertje omdat de mainframe in batch gaat." Naast PL/I behoren volgens Eggink ook IMS, IDMS, DL/1, Adabas, Natural en Assembler tot de lijst van technologieën waarvoor steeds minder kennis beschikbaar is.

Den Hartog onderkent het probleem, en ook dat programmatuur op de mainframe niet eenvoudig is te moderniseren. "Dat had ooit betekend dat de gehele applicatie opnieuw geschreven moet worden, waardoor oude code jarenlang gehandhaafd blijft", zegt Den Hartog. "Maar bedenk dat de legacycode vaak nog wel gewoon draait, en dus geld oplevert."

Toch zijn er stappen gezet om het onderhouden en updaten van applicatiecode te vereenvoudigen. CA heeft een op rules gebaseerde modelleerengine ingekocht (Gen, nu CA-Gen) die klein onderhoud aan code automatiseert. HP gebruikt voor zijn migratiedoeleinden een engine die mainframecode vertaalt naar code voor open systems, en ook Fujitsu heeft een dergelijk programma.

"Maar ook op dit punt heeft IBM een agressieve zet gedaan", zegt analist Brad Day. "Zij hebben een migratie-engine ontwikkeld die is bedoeld om te migreren van oude naar nieuwe mainframe", zegt hij. "Maar anders dan bijvoorbeeld HP zeggen zij: als u migreert naar een System z, dan doen wij dat kosteloos." Dergelijke brutaliteit is de reden waarom de mainframe op dit moment in een renaissance zit. Toch is big iron ook volgens de voorstanders niet altijd voor iedereen weggelegd. "Kleine klanten hebben soms nog VSE frames met simpele applicaties, domweg omdat er indertijd geen alternatief was", zegt Den Hartog. "Van hen kan ik me goed voorstellen dat ze over zouden stappen naar gedistribueerd."

Bron: Techworld