Het project Playtime Computing moet de scheidslijnen tussen het echte en het virtuele vervagen. Dat doet MIT door een robot vanaf een scherm fysiek het klaslokaal in te laten rijden. Als twee klaslokalen ergens ter wereld zijn uitgerust met eenzelfde soort studiolokaal, dan kunnen kinderen op afstand leren van elkaar.

Spelend leren

Amerikaanse kinderen kunnen zo spelenderwijs het woord 'apple' leren aan Japanse kinderen. De Japanners kunnen op hun beurt de Amerikaanse kinderen wat bijbrengen over Japanse tekens.

De hardware die wordt gebruikt bestaat uit drie projectors voor verticale schermen, en vier projectors die de virtuele verticale wereld voortzetten op de vloer van het lokaal. Ook wordt er een systeem van bewegingssensors gebruikt die in combinatie met negen hogesnelheidscamera's.