Alle componenten die deel uitmaken van een ICT-infrastructuur, moeten zeven dagen in de week, vierentwintig uur per dag, jaar in jaar uit, naadloos en probleemloos met elkaar samenwerken. Denk aan servers, opslag, het netwerk, maar ook aan services om het geheel optimaal aan elkaar te knopen en te beheren. Je kunt ervoor kiezen om zelf de componenten van verschillende leveranciers uit te kiezen en deze vervolgens aan elkaar te knopen.

Daar is alleen wel gespecialiseerd personeel voor nodig met diepgaande kennis van de materie. Want wat praat met elkaar en hoe sluit je het probleemloos op elkaar aan, zonder dat performance en beschikbaarheid in gevaar komen? Eigenlijk alleen heel grote bedrijven kunnen zich de schaarse specialisten veroorloven die dit voor kunnen verzorgen. Maar gelukkig kan het ook anders.

Samenvoegen tot een geheel

Er zijn ook leveranciers die alle componenten voor de infrastructuur in huis hebben en die het al zo voor je hebben uitgezocht dat alles puntgaaf samenwerkt. Inrichten van de infrastructuur wordt hiermee sterk vereenvoudigd en ook toekomstige uitbreidingen zijn eenvoudig te realiseren, omdat steeds een nieuw bouwblokje aan het geheel kan worden toegevoegd en de compatibiliteit verzekerd is. Dit heet een modulaire infrastructuur. Robbert de Grauw, Platform Architect bij HP, verduidelijkt het concept met een auto-analogie: "Net zoals je geen losse auto-onderdelen koopt, waarna je zelf een auto in elkaar zet en je maar moet afwachten of alles samenwerkt en je probleemloos kunt rijden, is het beter om voor een kant-en-klare infrastructuur te kiezen. Het doel van jouw bedrijf is namelijk niet om zelf auto's te bouwen, je wilt in een betrouwbaar en veilig vervoermiddel rijden."

Dankzij een modulaire infrastructuur kun je klein beginnen en zodra de behoefte er is snel en eenvoudig verder uitbouwen, stelt De Grauw. Je kunt bijvoorbeeld met één server beginnen en er, zodra het nodig is, extra servers bijplaatsen, het netwerk uitbreiden, of de hoeveelheid opslagcapaciteit vergroten. Ook een managementtool is onderdeel van de modulaire infrastructuur, zodat alle componenten vanuit één centraal punt zijn te beheren. "Alles praat met elkaar en kan aan elkaar gekoppeld worden", stelt De Grauw. "Dit wordt door ons ook wel een Composable Infrastructure genoemd. Management tools worden soms nog gezien als high-end tools voor grote bedrijven met honderden servers, maar ze zijn juist perfect om in kleinere omgevingen op een toegankelijke manier alle elementen van de infrastructuur tot een geheel samen te voegen en te beheren."

One-stop-shopping

Kiezen voor een leverancier met een modulaire infrastructuur biedt nog een voordeel. "Je hebt nog maar met één leverancier te maken", benadrukt de Grauw. "Hiermee voorkom je discussies als er problemen zijn. Want ligt het aan het netwerk, de hardware, of is er nieuwe firmware nodig? Je hebt niet langer te maken met allerlei leveranciers die naar elkaar gaan wijzen, terwijl het probleem maar blijft liggen. Het is altijd duidelijk wie het moet oppakken. Eén partij is verantwoordelijk en die moet het oplossen. Ik merk dan ook dat het hebben van één aanspreekpunt en één telefoonnummer als zeer belangrijk wordt ervaren door bedrijven."

Gebruikt de leverancier open standaarden, dan kunnen oplossingen van meerdere partijen wel ongehinderd samenwerken en wordt voorkomen dat een zogenaamde vendor lock-in ontstaat. "Wij zijn altijd al een grote voorstander van open standaarden geweest en wij leveren hier dan ook een grote en actieve bijdrage aan", vertelt Robbert de Grauw. "Zo ontwikkelen wij samen met andere leveranciers een gemeenschappelijke taal, zodat apparatuur onderling kan samenwerken. Stel dat je al opslagapparatuur of een server van een andere leverancier hebt staan, dan hoef je die niet meteen te vervangen. Het is veel prettiger als je kunt wachten tot een geschikt moment of totdat de apparatuur is afgeschreven."

Groeipaden

Een belangrijk aspect van een modulaire infrastructuur is dat er altijd doorgroeimogelijkheden zijn, zodra een bedrijf daaraan toe is. "Dat begint allemaal met de keuze voor een leverancier die alle componenten van de infrastructuur kan leveren", aldus de Grauw. "Dit stelt je in staat om de volgende stap te maken en dat is het opzetten van een zogenaamde converged infrastructuur. Hierbij knoop je de losse componenten volgens een referentie-architectuur aan elkaar. Zodra deze basis eenmaal is gelegd, kun je met open source-software als OpenStack een private cloud opzetten en vervolgens doorgroeien naar een hybride cloud. Dus hoeveel het bedrijf ook groeit, je kunt altijd alle kanten op."