Microsoft gebruikt intern Software for Open Networking in the Cloud (SONiC) en geeft dat nu vrij aan de gemeenschap. Google kwam met een 48-volts rack dat meer power kan geven in het datacenter voor het gebruik van krachtigere hardware.

Het Open Compute Project (OPC) komt oorspronkelijk van Facebook en binnen dat project kunnen deelnemers bijdragen leveren aan vraagstukken voor het datacenter. Microsoft sloot zich in 2014 aan en heeft sindsdien de Open Cloudserver specificatie vrijgegeven aan de open source-gemeenschap.

Op de OCP Summit van dit jaar komt daar nu dus SONiC bij. SONiC is software voor switches in zo geheten software defined networking (SDN), waarbij de features van een switch worden overgenomen door de software en er feitelijk minder dure switches nodig zijn in een netwerk.

Doordat veel functionaliteit wordt overgenomen door de software is het veel makkelijker om switches te vervangen en maakt het eigenlijk ook niet uit van welke leverancier die switch is. Een ander opvallend feitje: Microsoft heeft Linux-distributie Debian gebruikt in zijn SONiC. Microsoft gebruikt SONiC voor zijn cloudnetwerk Azure en Office365.

Googles eerste bijdragen aan OCP

Google heeft zich altijd verre gehouden van het nu alweer zes jaar oude OCP, maar verschijnt dit jaar plots op het podium om zijn eerste bijdrage te leveren. Het gaat om een nieuw ontwerp van een rack dat 48 volt kan leveren aan servers. Standaard is dat nu in de meeste datacenters 12 volt. Google gebruikt zelf al duizenden van die racks in het eigen datacenter en vindt het nu tijd voor breder gebruik in de markt.

Het nieuwe 48-volts rack wordt direct aangesloten op het moederbord en kent maar één omzetting van dC naar DC (bijvoorbeeld van 48V naar 1V voor de CPU) waardoor er een efficientiebesparing optreedt van 30 procent ten opzichte van het gebruik van de huidige 12V-racks die meer schakelingen nodig hebben en dan (zoals het geval is bij Facebook bijvoorbeeld) ook nog van DC naar AC. Naar verluidt heeft Facebook meegewerkt aan de ontwikkeling ervan en gaat dat bedrijf de racks van Google ook gebruiken in de eigen datacenter.

Google zegt verder te werken aan een vervanging van SNMP, Simple Network Management Protocol, dat standaard wordt gebruikt in het delen van allerlei data in het datacenter, zoals de temperatuur en de snelheid van de koelventilatoren. Een nieuwe standaard moet meer eenheid geven in hetgeen datacenteroperators gebruiken en de leveranciers van datacenterproducten moeten kunnen leveren.

De kracht van de techgiganten verandert datacenter

Eerder gaf Google al aan dat harddiskleveranciers met betere producten moeten komen waarin de softwarematige verbinding tussen die fysieke disks beter moet functioneren. "Grote datacenterbeheerders geven niets om losse disks, het gaat bij ons om duizenden schijven die met elkaar in verbinding staan via een softwaresysteem en zo een groot opslagsysteem moeten vormen", zegt Google.

Dat de datacenterwereld snel verandert werd deze week eveneens duidelijk uit cijfers van analistenbureau Gartner over de wereldwijde servermarkt. Volgens Gartner kiezen grote datacentereigenaren als Facebook en Google in toenemende mate voor Chinese servers die hoogstens het minimum aan features hebben.

De bedrijven kopen zelf grootschalig componenten in zodat zij naar eigen inzicht die servers hardwarematig kunnen upgraden, maar meer nog met eigen ontwikkelde software een eigen infrastructuur kunnen bouwen die veel functies van hardwarecomponenten kunnen overnemen.