MOM 2005 staat voor 'Microsoft Operations Manager 2005'. Het is het belangrijkste onderdeel van het 'Dynamic Systems Initiative' of kortweg DSI, ontstaan uit de behoefte van Windows-klanten die zowel omwille van prestatie- als beveiligingsredenen hun gegevensverwerking wensen te spreiden over meerdere systemen.

MOM 2005 is een op MMC-consoles en verschillende functieservers gebaseerd beheersysteem. Agenten verstrekken informatie aan MOM 2005 en voeren opdrachten uit. MOM 2005 zelf maakt gebruik van een database via SQL Server om de vergaarde informatie in op te slaan. Via SQL Server Reporting Services (dit vereist overigens geen aparte licentie) kan MOM 2005 een breed gamma aan rapporten produceren.

MOM 2005 werkt met behulp van Management Packs die de applicatie vertellen wat en hoe een en ander benaderd en beheerd moet worden. Dit maakt de zaak erg modulair en stelt Microsoft in staat om Management Packs aan te bieden voor niet-Microsoft-systemen zoals Unix, IBM AS/400, Citrix en Cisco. MOM 2005 kan ook geïntegreerd worden met centraal-beheersystemen van derden: Tivoli, CA Unicenter, HP OpenView, Network Node Manager, Micromuse, Remedy en Peregrine.

Installatie

MOM 2005 heeft nogal wat vereisten die vervuld moeten zijn voordat u het product succesvol kunt installeren en dus is het van het grootste belang dat u start met de vereistencontrole ('check prerequisites').

De componenten van een standaard MOM 2005 zijn: de MOM 2005 database, de MOM 2005 beheerserver en de MOM 2005 gebruikersinterfaces. U kunt trouwens indien nodig meerdere beheerservers en databases installeren. De MOM 2005 beheerserver kan naar wens voorzien worden van het MOM Connector Framework, dat niet in de standaardlicentie voorzien is en dat dient om welbepaalde systemen (zoals een Exchange server) mee te beheren.

Daarnaast kunt u kiezen voor een MOM 2005 Web Console: Microsoft verkiest zijn MMC-interfaces, maar stelt als u dat wenst dus ook een webinterface ter beschikking.

De beheerderconsole beheert de MOM 2005-omgeving zelf, de werkconsole maakt gebruik van MOM 2005 om andere systemen te beheren. MOM 2005 maakt trouwens gebruik van beheergroepen: het beheer via beide consoles kan dan beperkt worden tot de beheergroepen waarvoor er toegang verleend werd (het zogenaamde consolebereik).

Als u een rapportageserver (MOM 2005 Reporting) gebruikt, is er nog een derde console: de rapportageconsole. De splitsing van het beheer in een beheerder- en een werkconsole werd gedaan om beveiligingsredenen. De beheersystemen van CA en IBM hadden zelf ook al werkconsoles (operator consoles) om die reden.

Administrator Console

De MOM 2005 beheerderconsole stelt u in staat de MOM 2005-omgeving op te volgen en te beheren. Zo kunt u hiermee MOM 2005 agenten pushen naar andere systemen, u kunt Management Packs installeren en configureren, en u kunt de MOM 2005-omgeving beheren via de computers in de beheergroep, het gedefinieerde consolebereik, globale instellingen en productconnectoren.

Management Packs (MP) is de verzamelnaam voor een stelsel van computer-, topologie- en regelgroepen, beheertaken, meldingen en waarschuwingen, scripts, computerattributen, dienstenleveranciers en regelresultaten.

Door regels op te stellen die gebruik maken van deze MP-onderdelen, heeft u een uitermate krachtige manier om bepaalde informatie uit het massieve aanbod van wat er via agenten binnenkomt te halen en om acties of reacties te definiëren afhankelijk van de inhoud van die informatie.

MOM 2005 krijgt uiteraard alle informatie die een individuele Windows machine produceert tijdens zijn werking en dat is een hele boel. Het meest bekende en voor de hand liggende is natuurlijk de 'event logs', maar ook prestatiemetingen.

Elke Windows vanaf versie 2000 heeft alle gereedschappen voor loganalyse en prestatiemetingen al grotendeels aan boord, alleen moet u die gereedschappen configureren en in sommige gevallen eerst construeren voordat ze iets opleveren. Met MOM 2005 kan dit op afstand en voor hele groepen van computers. Bovendien is de methode voor het opbouwen van specifieke prestatiemetingen gemakkelijker omdat u kunt kiezen uit voorgedefinieerde regels.

Operator Console

Met de werkconsole doet u het echte werk: het beheren van uw Windows-computerpark (en dus niet van de MOM-omgeving zelf). Laten we het eenvoudig houden en ons concentreren op de computers waarop een MOM-agent geïnstalleerd werd en draait.

Met de beheerderconsole had u regels gedefinieerd voor meldingen, waarschuwingen, prestatiemetingen en nog heel wat meer. Met de werkconsole maakt u gebruik van die regels en vraagt u de resultaten op. De werkconsole is ruwweg in drie functiepanelen (verticale stroken) verdeeld.

Links is er een pastelkleurig menu van keuzebalken waarin u kiest wat u wilt zien: waarschuwingen, statusoverzicht, gebeurtenissen, prestaties, computers en groepen, diagramweergave, persoonlijke en publieke overzichten. Die publieke overzichten kunnen vanuit gelijk welke werkconsole bekeken worden, de andere zijn lokaal ten opzichte van uw eigen werkconsole.

In het middenpaneel ziet u de informatie die hoort bij de door u gekozen keuzebalken. Uiterst rechts is er een takenpaneel dat vast is en u de mogelijkheid geeft specifieke taken uit te voeren met de computer die via het middenpaneel momenteel geselecteerd is. Die taken kunnen zijn: het computerbeheer oproepen (dat u lokaal zou oproepen via het systeembeheer in het configuratiescherm), de 'event viewer' of logboeken, ip-configuratie, pingen of het oproepen van een desktop op afstand.

Er is ook een sectie 'Microsoft Operations Manager': die biedt u de mogelijkheid om de agenten op specifieke computers te stoppen of te (her)starten of om een test uit te voeren van end-to-endbewaking. Bron: Techworld