Devin Murray, verantwoordelijk voor de 'utility services' bij Microsoft, moet hier verandering in brengen. Het team van Murray beheert zo'n 17.000 servers die in totaal 40.000 gebruikers wereldwijd ondersteunen.

De taak van Murray klinkt eenvoudiger dan het is: het gebruik van de servers verhogen door gebruik van virtualisatietechnologie en een slim inkoopprogramma. Murray heeft zijn project voor het gemak zelf maar een naam gegeven, 'Rightsizing'.

"Het is een nutsconcept, waarbij onze klanten zich met hun zaken bezighouden en wij ons druk maken over het onderliggende hardwareplatform", aldus Murray in een interview met het Amerikaanse ict-blad Computerworld.

"Als klanten meer rekenkracht nodig hebben, dan regelen we dat. Maar we kopen alleen wat we echt nodig hebben en dus niet 600 keer meer dan klanten in twee of drie jaar tijd nodig hebben."

In 2005 is Microsoft al gestart met het kijken naar de verbruikte rekenkracht. Interne benchmarks toonden aan dat de fabrikant meer kocht dan daadwerkelijk nodig was.

"Wij willen net zo min betalen voor hardware die we niet gebruiken als onze klanten. Bedrijven zijn erg geïnteresseerd in hoe ze de systemen gebruiken en willen nu meer informatie."

Die informatie kan Microsoft geven doordat de fabrikant is gestart met het bijhouden van een scorecard van hun diverse it-diensten.

Ook houdt Murray een scorecard bij van zijn eigen afdeling vanuit het oogpunt van een dienstverlener. Hierin wordt onder meer bijgehouden hoeveel servers zijn gevirtualiseerd en hoe die virtuele servers worden belast. Bron: Techworld