Volgens de onderzoekers kunnen de uitkomsten van het speurwerk worden gebruikt om epidemieën te helpen voorkomen of verkeersdrukte te voorspellen, zo meldt de BBC.

Rijke data

Marta Gonzalez van de Amerikaanse Northeastern University, een van de onderzoekers van de in Nature gepubliceerde studie, pleit ervoor dat alle mobiele providers hun data aan universiteiten ter beschikking stellen, "omdat die data zo rijk is". Tot nog toe is mobiele data echter niet op grote schaal voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt.

Onderzoekers naar mobiliteit gebruiken dus andere methoden, zoals het volgen van dollarbiljetten via de site WheresGeorge.com. Hieruit lijkt af te leiden dat mensen zich op een schijnbaar willekeurige manier verplaatsen. Volgens Gonzalez geeft deze aanpak echter geen compleet beeld van iemands mobiliteit, omdat de biljetten steeds worden doorgegeven.

Privacy

Voor de nieuwe studie is de mobiliteit van 100.000 willekeurig uitgekozen mobiele bellers uit een Europees land gedurende zes maanden gevolgd. Bij ieder telefonisch contact werd de locatie van het mobiele basisstation genoteerd. Uit privacyoverwegingen waren verder bijvoorbeeld de individuele telefoonnummers omgevormd tot 26-cijferige codes.

Een van de resultaten was dat een grote meerderheid van de mobiele bellers slechts een kleine afstand van tussen de vijf en tien kilometer aflegde. Slechts enkele proefpersonen reisden regelmatig honderden kilometers. De meeste bewegingen volgden een keurig mathematisch patroon. Daarnaast bleken mensen steeds maar weer terug te keren naar een handjevol plaatsen.

Griep en fileleed

Volgens de onderzoekers kan de ontdekking van dit patroon veel praktische doelen dienen, zoals bij de bestrijding van griepepidemieën en fileleed. Eerder zijn op kleinere schaal al onderzoeken naar mobiele data gedaan. MIT-wetenschappers hebben mobieltjes gebruikt om een real-time model van het verkeer in Rome te ontwikkelen. Ook Microsoft werkt via het Project Lachesis aan de verwerking van mobiele data.