Wie het concept virtualisatie eenmaal in de vingers heeft, zal al snel inzien dat het veel mogelijkheden heeft. Met virtualisatie kun je je serverpark flexibeler en efficiënter maken, je kunt kosten besparen op hardware en op stroom. En wie wil dat niet in deze tijden van crisis en smeltende poolkappen. Bovendien kan wie virtualiseert helemaal abstraheren van de hardware en zich helemaal richten op de functionaliteit. En daar gaat het toch om, zou je zeggen.

Hardware

Toch zijn er op VMworld behoorlijk wat valkuilen op de voorgrond getreden. Natuurlijk gebeurde dat voornamelijk als vendors er oplossingen voor aan de man probeerden te brengen. Richard Clifton van NetApp maakte het probleem duidelijk dat opkomt als je bij het virtualiseren niet voldoende aandacht besteedt aan de backups. NetApp heeft daar een mooie oplossing voor, en EMC heeft dat ongetwijfeld ook. Maar dat betekent niet dat je direct zo'n oplossing van deze twee vendors aan moet schaffen. Het betekent wel dat iedereen die gaat virtualiseren er goed rekening mee moet houden dat er ook resources beschikbaar moeten zijn voor de backups, die minstens elke dag gemaakt moeten worden.

Andere problemen komen mee met traditionele hardware. Zo moet er bijvoorbeeld goed aandacht besteed worden aan de switches, zeker als je virtuele machines gaat verplaatsen. Zet je zo'n VM over van naar een machine achter een andere switch, dan heb je problemen. VMware en Cisco hebben daarvoor een distributed switch ontwikkeld, waardoor de machines altijd gevonden worden. Maar weer is het niet nodig om zoiets meteen aan te schaffen, zolang je maar rekening houdt met het probleem in je infrastructuur.

Beheer

Niet alleen technisch moet de infrastructuur op orde zijn. Een medewerker van VMware vertelde ons een aardig verhaal over een organisatie waar men nog steeds een aanvraagformulier in moest vullen voordat men een nieuwe server aan mocht maken. Dat was misschien nodig toen een server nog een paar duizend euro kostte. Maar een virtuele server kost niets en is binnen een minuut aangemaakt. Als het papierwerk dan twee weken kost, dan gaat de flexibiliteit die virtualisatie met zich meebrengt grotendeels verloren. Het hele bedrijf moet dus mee evolueren met virtualisatie, en dat is vaak lastiger dan je op het eerste gezicht zou denken.

Aan de andere kant van het spectrum loert een ander probleem: het onbeperkt aanmaken van virtuele servers, die vervolgens achterblijven en soms gewoon doordraaien zonder dat iemand er op let. Dat kan wildgroei opleveren als er niet strak de hand in wordt gehouden en goed wordt beheerd.

Gelukkig heeft tegenwoordig iedere vendor goede beheersoftware waarmee alle servers goed in de gaten gehouden kunnen worden. Maar wat dan als je server uitvalt waarop die beheersoftware draait? Dan zit je ineens met een geweldig en onbeheerbaar serverpark. VMware heeft dat afgetimmerd met Heartbeat, een failoversysteem voor vCenter, dat is gebaseerd op techniek van Neverfail. Alleen al het feit dat er een oplossing voor is bedacht betekent dat je je bewust moet zijn van het probleem.

Schaalbaar

Ook heel grote omgevingen, van honderden servers, moeten beheerbaar blijven. En juist dan komt het er natuurlijk op aan om de policies goed op orde te hebben. Die zorgen ervoor dat er veel automatisch geregeld kan worden door het systeem. Virtuele omgevingen lenen zich daar uitstekend voor. Maar voordat die policies op hun plaats staan, kan het behoorlijk onoverzichtelijk zijn.

Een uitspraak die ik op de beurs oppikte lijkt hier betrekking op te hebben: “Je hebt een zeker technisch vernuft nodig om in te kunnen zien dat je het niet zelf kunt opzetten.” Zeker met grote omgevingen denk ik dat daar veel waarheid in zit, al neemt met het toenemen van het aantal servers vaak ook de kennis van de beheerder toe. Toch is het niet nodig om zelf wielen uit te gaan vinden, als er zoveel ervaring voorhanden is. Wie het technisch vernuft heeft om in te zien dat hij hulp nodig heeft, is vervolgens ook in staat om te overzien welke aanbieding van welke vendor bij hem past.

Oplossingen

Ondertussen zijn er voldoende bedrijven die zo'n infrastructuur uit kunnen tekenen en op kunnen zetten. Als eerste is er natuurlijk VMware, maar daarnaast zijn er nog Citrix, Microsoft, Novell, Red Hat en zelfs Canonical is hard aan de eigen weg aan het timmeren. Al die bedrijven kunnen oplossingen aandragen voor de grote hoeveelheid problemen die virtualisatie met zich meebrengt.

Op VMworld werd duidelijk dat VMware het best heeft nagedacht over virtualisatie en de mogelijkheden daarvan, tot ver in de cloud aan toe. Dat is niet verwonderlijk, aangezien VMware een bedrijf is dat niets anders doet dan virtualiseren. Zij doen pionierswerk en ze lijken ver voor te liggen op de rest. Welke problemen er ook zijn, VMware is ze tegengekomen en heeft er een oplossing voor bedacht.

Maar langzaamaan sijpelen die oplossing door naar de andere vendors, die ondertussen ook heel ver zijn met hun technologie, al zijn de oplossingen misschien nog niet zo gestroomlijnd als die van VMware. En niet iedere klant heeft zulke gestoormlijnde oplossingen nodig. Voor veel bedrijven is dat niet nodig. Bijvoorbeeld organisaties die een simpel netwerk hebben, of organisaties met genoeg kennis in huis. Die kunnen heel goed zelf bepalen wat ze nodig hebben.

Interoperabiliteit

Overigens is het wel goed om te merken dat er steeds meer wordt gedacht aan interoperabiliteit tussen de verschillende hypervisors. VM's die door het ene systeem zijn gemaakt kunnen vaak heel simpel worden gemigreerd naar een andere hypervisor, zodat alle investeringen gewoon kunnen worden verhuisd. Dat er aandacht is voor die interoperabiliteit mag je verwachten van open source bedrijven als Red Hat en Canonical, maar ook VMware had daar een sterke mening over. Martin Niemer, Senior Product Marketing Manager van VMware vertelde dat zijn bedrijf hier een duidelijke focus op had: “Het is aan ons als marktleider om het voortouw te nemen in interoperabiliteit en open standaarden.” Dat klonk ons als muziek in de oren.

Mooie verhalen

Virtualisatie kan grote voordelen met zich meebrengen als het goed wordt ingezet. Dat goed inzetten kan gebeuren door bedrijven die daarin zijn gespecialiseerd. Zij denken aan zaken waar je zelf nooit op zou komen. En in productieomgevingen is het nooit goed om zelf wielen helemaal opnieuw uit te vinden.

Zij kunnen het helemaal voor je aanleggen, maar daarbij kun je er natuurlijk nooit zeker van zijn of het netwerk dat ze afleveren op je eigen wensen is toegespitst, of op de specifieke knowhow en technologie van de virtualisator. En met wie je ook praat, iedereen vertelt je dat zij de beste oplossingen hebben. De een heeft daar nog mooiere verhalen over dan de ander.

Om hier maar een klein voorbeeldje te geven, vertelt VMware dat onder haar VM's een eigen filesystem draait dat alle hardware gelijk trekt. Daardoor hoef je je helemaal geen zorgen meer te maken over die hardware, omdat die overal en altijd precies hetzelfde is. Dat klinkt goed, maar Citrix stelt daar tegenover dat hun hypervisor zo'n filesystem niet nodig heeft en dat je daardoor beter gebruik kunt maken van de functionaliteit die in de hardware zit. Richard Clifton van NetApp gaf in deze Citrix gelijk, maar zei er wel bij dat je in combinatie met VMware gewoon een deep partner nodig hebt, waarvan alle functionaliteit in het filesystem van VMware is geïmplementeerd. Natuurlijk is NetApp zo'n partner.

Eigen behoeften

Het blijft een kwestie van wat je precies nodig hebt. Voor je iemand belt is het dus verstandig om dat eerst goed uit te zoeken. Het ligt voor de hand om dat eerst zelf goed uit te testen met een testomgeving. Dat kan simpel met een open source hypervisor. Zo kom je zelf de problemen tegen waar je een oplossing voor wilt. Wil je helemaal goed voorbereid uit de tests komen, dan kun je dat testen misschien zelfs in de cloud uitvoeren. Krijg je dat in één moeite door ook in de vingers.

Bron: Techworld