Iomega trekt resoluut de Windows-kaart voor al zijn nas-oplossingen. De NAS 200d is een desktopmodel met drie schijfbaaien. In ons testmodel werd de bovenste baai in beslag genomen door een REV 35 GB cartridge-systeem voor back-ups. De andere baaien hadden elk een harde schijf van 160 GB aan boord die in raid-1 mirror werkten.

De appliance biedt een gigabit ethernetnetwerkaansluiting. De NAS 200d werkt met Windows Server 2003 Appliance Edition. Dit Windows-ysteem heeft software aan boord om volledig via een webinterface beheerd te kunnen worden. Deze NAS Manager ziet er erg fraai uit. Microsoft levert met Windows Server 2003 Appliance Edition dus een kant-en-klare oplossing voor het bouwen van een NAS: de producent moet alleen het systeem hardwarematig bouwen en zijn logo's in de software integreren.

Met deze Windows-gebaseerde oplossing is er natuurlijk geen enkel probleem om de NAS te integreren in een Windows-domein. Ook NetWare, Unix/Linux en Mac worden echter niet vergeten en volwaardig ondersteund. Hoewel deze versie van Windows een back-upoplossing voor de nas aan boord heeft, levert Iomega BrightStor ARCServe 11.1 mee en dat is natuurlijk een nog heel wat betere oplossing. Als u het raid-systeem van zo'n 300 GB goed vol hebt zitten, hebt u - mits een compressie van 2:1 gehaald wordt - vijf REV-schijfjes nodig om alles te back-uppen.

Het webbeheer van Microsoft gaat verder dan bij andere nas-systemen. U kunt alles configureren wat gewoonlijk bij een Windows-server mogelijk is en Microsoft heeft ook allerlei pagina's met informatie en statistieken voorzien. De raid-configuratie blijkt volledig in software binnen de Windows-serversoftware opgelost te worden, dus niet in hardware.

Testprocedure

We deden een beroep op de eTestingLabs NetBench serverbenchmark (versie 7.03) met de standaardinstellingen. Wij hingen in totaal 20 clients aan de server, allemaal draaiend op gangbare desktop-pc's onder Windows XP. De test gebeurde met een mix van Gigabit- en Fast Ethernet-netwerkkaarten in de clients. De te testen server en de client-pc's hingen in hun eigen aparte testnetwerk, verbonden via een gigabitswitch.

De NetBench-clients belasten de server maximaal; in een werkelijke productie-omgeving komen dit soort belastingsniveaus zelden voor. Onze testopstelling simuleert dus een veel groter netwerk.

De te testen NAS werd als fileserver geconfigureerd onder het door de leverancier geleverde besturingssysteem. De enige aanpassing die wij deden voor onze test was het aanbrengen van een testdirectory en die toegankelijk maken via het netwerk voor de Windows-client-pc's.

De NetBench benchmark levert een rapport af dat zeer uitgebreid is. Omdat deze resultaten natuurlijk zwaar afhankelijk zijn van het precieze aantal clients dat op een gegeven moment met de fileserver werkt, hebben we dit herleid tot een gemiddelde werksnelheid in Mbps per client op elk willekeurig ogenblik van de test. Het eindresultaat is met andere woorden de gemiddelde werksnelheid van één willekeurige client op de server voor elke mengeling van één tot maximaal twintig clients.

Voor de scoreberekening hebben we deze gemiddelde clientwerksnelheid genomen en die vergeleken met een ideale gemiddelde serverwerksnelheid van 60 Mbps voor een willekeurige mix van clients. Hoe hoger deze testscore, hoe beter de netwerkprestaties van de fileserver. De Iomega NAS 200d haalde een gemiddelde testwerksnelheid van 42,2 Mbit/s, wat resulteert in een testscore van 70%.

Bron: Techworld